De bijenteelt te Hué (Annam).
Er steeds op uit zijnde iets te vinden, dat belangwekkend voor de lezeressen en lezers van 't Maandschrift kan zijn, troffen eenige plaatjes uit L'Apiculteur, een Fransch Maandblad over bijenteelt, mijn aandacht, waarin uitgebeeld wordt, hoe men te Hué ijmkert.

De eerste foto stelt een zwerm voor, die afkomstig is van een uit Frankrijk gezonden volk.
Waar 't mij interesseerde, dacht ik, zullen andere ijmkers hierin ook wel belangstelling hebben, want immers al wat de ijmkerij betreft, heeft vanzelf onze belangstelling. Tevens doet ons dit voorbeeld zien, dat het houden van bijen ook mogelijk is, in zeer zuidelijk gelegen gewesten. Hué ligt n.l. in Annam, een deel van Voor-Indië op 17 gr. Noorder breedte aan de Zuid-Chineesche zee, in de buurt van Nederlandsch-Indië.

Ik schreef daarom aan den heer D'Autemarche, Secretaris der Redactie van l'Apiculteur, die mij bereidwillig de vier cliché's, die hierbij behooren, toezond.
De tweede, een met bijen bevolkte kast, met daarvoor honiggevende planten. Vervolgens een geopende kast, waarbij een onderwijzer van de nationale school te Hué met leerlingen.
De vierde plaat stelt voor de in het wild levende bijen te Cochinchina op 10 gr. Noorderbreedte, welker nesten door de inboorlingen met brandende toortsen worden aangevallen om zich meester te maken van den verzamelden honig.
Veel moeite kostte het, deze bijen van nabij te zien, daar de Indiërs er veel ontzag voor hebben. Eindelijk gelukte het na een vermoeienden boottocht en een dito voetreis van verscheidene uren bij een temperatuur van 36 gr. Celsius in de schaduw, om een kolonie der daar inheemsche, prachtig geteekende bijen te zien te krijgen. Deze bij, op natuurlijke grootte geteekend, heet om haar schoon uitzien Apis magnifica van China's-Indië. Het is een zeer schoon gevormde bij, met helder gekleurde ringen over het achterlijf. De heer A. Fabaut wist zich van het volk meester te maken, zonder één steek te ontvangen, waarover zijn vrienden, geen bijenhouders, al zeer verwonderd waren.

Hij zal nu van de Regeering gedaan trachten te krijgen, dat deze de Indiërs althans in zooverre laat onderrichten, dat zij zich alleen meester maken van den honig in de raten zonder de bijen vooraf te dooden, om zoodoende betere voorwaarden te krijgen voor de uitbreiding van dit bijenras.


H. Stienstra