Excursie van de leden der „Heidebloem" te Haaksbergen.

Zou ze komen of niet? Deze vraag stelden zich de leden van gemelde afdeeling heden morgen 13 Juni over de zon, die, na eenige nachten vrij spel te hebben gelaten aan haar bitteren tegenstander, de nachtvorst, maar niet wilde komen. Want voor heden hadden ze zich een pretje beloofd. Gemeenschappelijk, onder leiding van hun leeraar, zou een excursie langs de verschillende stallen in onze omgeving worden gemaakt.

Om tien uur was het keurcorps der afdeeling present aan den stand van den secretaris, den heer S. Frankenhuis. Daar moest gewacht worden tot elf uur, op den leeraar, die dan ook direct na zijn aankomst de leiding op zich nam. In de 1e plaats werd door hem zijn compliment gebracht aan den heer Fr. voor zijn keurigen stand, die alleszins een modelstand mag worden genoemd. De heer Fr. werkt alleen met Simplex-kasten en mobielkorf "Twenthe", terwijl hij tevens nog enkele Thuringer kasten er op nahoudt voor de gemakkelijke behandeling van boven.

Jammer, dat van dezen stand geen kiekje kon genomen worden. De amateur, die hier ter plaatse zoo iets nog al eens bereidwillig op zich neemt, schijnt er niet van te houden, met „scherp" te werken en respect voor de achterstelletjes onzer bijtjes te hebben.

Aan dezen stand werd een Simplex geopend en aangetoond, het verschil in kunstraat, die van den handel wordt betrokken en die, welke met de Rietsche pers zelf wordt vervaardigd. Bij de eerste zakken de cellen uit, waardoor veel darrenraat ontstaat, wat voor de inwintering zeer nadeelig is. De heer Fr. stelt dan ook als eerste vereischte voor een goed ingewinterd volk, een onberispelijken wasbouw, vrij van darrencellen.

Door de bedrijfswijze, op dezen stand ingevoerd, is het dan ook mogelijk, telken jare een groote partij kunstraten te laten uitbouwen. Hier wordt n.l. einde Mei, het broed naar boven gebracht; de koningin met het raampje, waarop zij gevonden wordt, wordt onderin geplaatst en de nieuwe broedkamer met kunstraat aangevuld, beide kamers thans door een rooster gescheiden. Dat dit ook voor de honigopbrengst zeer voordeelig is, kon men in de kast zien, waaruit reeds een aardig partijtje honig te slingeren viel.

Een fout, welke deze kasten nog aankleeft is, dat sommige broedkamers te laag zijn, waardoor de raampjes, wanneer twee broedkamers op elkaar zijn geplaatst, op den rooster rusten en niet meer dragen. Een kleinen c.M. hooger zou de broedkamer zeer ten goede komen, en het gevaar van onder het inzetten der raampjes bijen te dooden, worden opgeheven. Misschien zal de fabrikant hiermee in 't vervolg rekening willen houden.

De bezoekers hadden aan dezen stand de gelegenheid vele werktuigen, thans bij de moderne bijenteelt in gebruik, te bezichtigen.
Opstijgen! klonk het bevel van den Secretaris en voorwaarts ging het in optocht door het dorp naar den stal van den heer H. Wijlens.

Nieuwsgierigen aan de deur! "Iemenkaerels", hoorden ze zich naroepen, alsof de neus het vak aanwees. Misschien wel, want enkele deelnemers bleken nog niet voldoende man- en steekvast te zijn en dus zal de imkersneus, die gaarne overal bij is, wel eens kennis gemaakt hebben met het natuurlijk verweermiddel der bijtjes.

Aan den stal van den heer Wijlens was duidelijk te zien, dat de bijenteelt hier goede vorderingen maakt, dank zij het actieve leven der afdeeling. Een mobielkorf „Twenthe" werd behandeld, eenige Luneburger korven, boogkorf en kasten. Daar de heer W. dezelfde bedrijfswijze toepast als de heer Fr., kon ook hier al een aardige voorraad honig getoond worden en zal de slinger op dezen stal ook binnenkort wel lustig snorren.

Na de gemakkelijke behandeling van de besproken woningen werd er tegen opgezien, een Beils reiskast te behandelen, en ging men dan ook maar niet in deze propvolle kast morrelen. Een nadeel van dezen stal is, dat er nog zoo'n verscheidenheid van woningen staan, doch de heer Wijlens verzekerde, dat zoo zachtjes aan alles verdwijnt om plaats te maken voor het W.B.C.-raam met behandeling van boven.

En nu naar den heer H.W. van Hummel! -De eerste uitroep van den leeraar was: „Daar heb je de resultaten van den korfvlechtwedstrijd". Keurig netjes stonden daar een dertigtal Luneburger korven, in een zelfvervaardigden stal, een kiekje waardig. Heeft de heer van Hummel reeds het nut van een goede woning leeren inzien, wij hopen, dat hij ook zal doordrongen worden van het voordeel, om met groote zwermen te werken en zijn winterstokken niet zoo uit elkaar laat flodderen. In verschillende korven waren de zwermpjes wel wat min.

Een oogenblik werd hierop gepauseerd, om den inwendigen mensen te versterken onder bijvoeging van een biertje en menigen kwinkslag, waarvan de secr. nog al een handje heeft.
De fiets werd weer bestegen en na nog even aan den stal van den heer Pasman verwijld te hebben, waar zich de gelegenheid voordeed, om eenige zwermen te scheppen, en waar ook een aardige vooruitgang en de vruchten van den vlechtwedstrijd konden worden geconstateerd, ging het naar den heer Becks.

Een genoegdoening voor de bestuursleden der afdeeling was de uitroep van den leeraar: "Het zaakje floreert !" Ook Becks heeft zich de interventie der vereeniging zeer ten nutte gemaakt en zijn stal in modernen geest met geringe hulpmiddelen uitgebreid.

Aan alles komt een einde; ook aan dezen gezelligen dag. Zij, die deze excursie niet hebben meegemaakt, hebben stellig de gelegenheid laten voorbijgaan, hun kennis omtrent de bij en haar behandeling te vermeerderen. Na een „tot weerziens" en een „goeden honigoogst" elkaar te hebben toegewenscht, namen de deelnemers afscheid.

G. te H.

De Red. rekent er op nog eens de mooie kiekjes te zullen ontvangen!