Propolis.


Veel wordt er voortdurend geschreven over honing; er is haast geen nieuws- of landbouwblad, of er verschijnen zoo nu en dan artikelen in over de voedzaamheid, de verteerbaarheid en de verdere heilzame eigenschappen van dit eerste bijenproduct. Ook het tweede, de was, de echte bijenwas, is bijna boven alle lof verheven, en mocht het nog eens zijn, dat wij, imkers, in goede jaren een beetje angstig zijn, als wij in den oogsttijd een groote hoeveelheid honing naar binnen halen, voor den afzet van goede bijenwas behoeven wij nooit bevreesd te wezen, daar die altijd tegen vaste prijzen grage koopers vindt.

Met het derde product, de propolis, dat de bijen met evengroote toewijding en met even grooten ijver maken en verzamelen, is het geheel anders gesteld. Leeken kennen het niet, of weten er alleen van, dat de bijen er de vlieggaten mee verkleinen, en wij bijenhouders hebben ook maar erg weinig voorliefde voor dat kleverige goedje, dat vooral bij lossen bouw soms met groote hoeveelheden door onze bijen wordt gebruikt, waarmee ze de raampjes vastplakken, alsof ze nooit weer los behoeven, de gaatjes van den rooster dichtsmeren als ze te kennen willen geven, dat ze liever allen honig, in de broedkamer zullen opbergen, en dat in zulke heete zomers als 1911 in donkerroode strepen langs de honingkamers loopt.
Niets dan last gaf ons de propolis tot nog toe; zelfs als de honing uit de raampjes is, en wij er na afloop van de campagne de achtergebleven was afkrabben, en zorgvuldig verzamelen, dan dreigt nog de afspringende propolis onze was te bederven, zoodat ze na smelting niet haar mooie gele kleur en onvervalschten wasgeur heeft.

En toch zou de veronachtzaamde propolis nog wel de moeite waard zijn om zuinig te worden verzameld, daar het schijnt, of liever gezegd, is gebleken, dat ook zij bestanddeelen bevat die tot welzijn en zegen van den mensch kunnen aangewend worden. Om kort te gaan, men heeft uit de propolis van onze bijen eene vloeistof vervaardigd, die onder den naam van Propolisin in den handel werd gebracht en die na proefneming heeft bewezen een uitstekend desinfectiemiddel te zijn voor allerlei wonden en kwetsuren.

Volgens oordeel van verschillende doktoren is de behandeling met Propolisin zeer aan te bevelen, daar niet alleen de genezing zeer snel gaat, maar ook de pijn onmiddellijk na het gebruik stilt. Het was echter een groot nadeel voor eene gemakkelijke aanwending van het middel, dat het vanwege hare olieachtige bestanddeelen niet in water oplosbaar was en daarom uit wonden en lager gelegen deelen, lastig of in het geheel niet verwijderd kan worden. Door deze omstandigheid kwam men er toe het preparaat te verbinden met vasogen (15%, 25 of 50% oplossing), waarna het in water zeer gemakkelijk oplosbaar is en met warm water gewoon kan worden afgewassen.

Het propolisin-vasogen van de firma Pearr & Co., te Hamburg, is een bruinroode vloeistof, de reuk is die van Propolis, iets zwakker, terwijl het met water vermengd, geel wordt.
De behandeling is zeer eenvoudig; nadat men de wond met een dunne oplossing heeft gereinigd, wordt ze met een verband met onverdunde P. omwonden. Reeds in den Transvaalschen oorlog werd het middel aangewend en met zeer goed gevolg. Dr. Powel te Kaapstad schrijft hierover het volgende:
"In de boerenoorlog werden in onze ziekeninrichtingen alle granaatverwondingen bijzonder septisch. Talrijke amputaties werden noodzakelijk en de meeste gewonden bezweken. Dit veranderde eensklaps, toen wij een flesch Propolisinvasogen ontvingen. De daarmee behandelde, meerendeels zeer ernstige verwondingen heelden zeer spoedig, zonder etteren of andere verkeerde verschijnselen. Ook bij bepaald septische wonden in den ergsten vorm werden verrassend gunstige gevolgen verkregen.
Zoo werden in het geheel 58 gewonden er mede behandeld en het faalde in niet één geval. Toen het middel opgebruikt was, vertoonde zich weder het treurige boven beschreven beeld, niettegenstaande met alle zorg en alle denkbare middelen er tegen gestreden werd."

Mocht het dus blijken, dat dit heilzame middel meer ingang vindt en aan de verwachtingen blijft beantwoorden, dan zou het weldegelijk de moeite waard zijn, vooral voor lossebouw-imkers, om ook de derde gave van onze nijvere werksters met dankbaarheid in ontvangst te nemen.

M.Ch. Sanders.