Werkzaamheden in April-Mei.
De maand Maart is, behalve enkele dagen, verre van gunstig voor onze bijen geweest. Wie in Februari niet de kans heeft waargenomen zijn volken te inspecteeren, heeft in Maart haast geen dag kunnen treffen, die daarvoor geschikt was. Noodlijdende volken, die aan de zorg van den imker ontsnapt zijn, konden wel verhongeren vóór men daar erg in had. Daarbij zullen vooral de korfimkers, die van onderen voeren moeten, moeite genoeg gehad hebben (bij volken die voedergebrek hadden) deze te bewegen dit voeder op te halen. Zelfs dezulke, die van boven gevoerd werden, kon men bijna niet aan de flesch krijgen, welke met suikerwater gevuld was.
Het voedergebruik gaat geregeld door en de voorraad kan opgeteerd zijn vóór men er erg in heeft. 't Is wel vervelend telkens op hetzelfde aambeeld te hameren, maar 't kan geen kwaad dit nog eens te herhalen. Nog onlangs vond ik bij een imker een bijenvolk verhongerd dat reeds een mooien broedstand had. Zooiets is te betreuren en pleit niet voor de zorg van dien bijenman. Het geeft tevens het recht 't stopwoord "Geeft acht" te commandeeren.
De bijen met succes door de voorjaarsmaanden te brengen eischt evenveel toewijding als dat voor de wintermaanden het geval is. Als de feiten mij niet bedriegen zullen we dit voorjaar weer van de Nosema profiteeren, een mijner volken schijnt het reeds in erge mate te hebben. Ik hoop voor 't naaste echter nog, dat ik mij vergist heb.
In deze maand begint de drukte weer recht op den bijenstand. Wie nu tegen den avond een imker passeert, kan tien tegen één treffen dat hij met zijn honig- of suikerpotje naar de bijen wandelt, om ze op een lepel of wat van die lekkernij te trakteeren. De speculatieve voedering doet met deze maand haar intrede en menig imker rekent reeds uit hoeveel procent dit uitgezette kapitaal in den herfst zal opbrengen.
Waar men erop bedacht is koninginneteelt uit te oefenen, wordt met de speculatieve voeding vooral acht geslagen op de meerdere of mindere deugdelijkheid der volken, om de beste nog eens extra te peperen. Met weinig moeite kan men met zulke volken zijn stand verbeteren. De tijd voor den aanvang der speculatieve voedering rekent men in den regel half April. Waar kruisbessen en kersen in massa aangeplant zijn, zal bij goed weer een speculatieve voedering niet noodig zijn. Gelukkig hij, die dus daarvan profiteeren kan. Waar 't mogelijk is, voert men onder den bijentros, waardoor de geheele bijenwoning verwarmd wordt. Men begint met kleine kwantums eenigszins verdunden en verwarmden honig om de twee à drie avonden. Is die voedering aangevangen en treft men later slecht weer, dan zal men niet verzaken, maar desnoods een groot kwantum ineens geven. Vooral met volken die mager in 't voer zitten zou men wel eens bedrogen kunnen uitkomen.
De stuifmeel- en honigbronnen worden rijker. Kers, appel, peer, raapzaad, rijswaardenhout bloeien en kunnen in sommige streken reeds een aardigen voorraad nectar of pollen aan de bijen verstrekken.
Vaste bouw. Hoewel niet zoo nauw als daarop de losse-bouw-imker ziet, zal toch ook de korfimker rekening houden met de hoofddracht in zijne streek en daarnaar den aanvangstijd der speculatieve voedering regelen.
Valt de hoofddracht alleen op de heide, dan zal te vroege aanzetting volstrekt niet voordeelig zijn. Als de volken voldoenden voorraad hebben tot Mei, dan zal men gerust tot die maand wachten. Een andere zaak is het als men een vroegere hoofddracht heeft, b.v. op de klaverbloem. Dan verdient het aanbeveling de speculatieve voedering eerder aan te vangen. Daardoor schept men de mogelijkheid zijn zwermen zooveel verder te krijgen, dat ze van de klaverbloei profiteeren.
Men behandele alle korven niet gelijk; waar toch in den regel zoowel zware als lichte volken op den stand aangetroffen worden. Van veel honing voorziene korven zal men door zeer kleine kwantums opwekken hun wintervoorraad aan te spreken, om zoodoende de koningin voor eierleggen ruimte te geven. Lichte korven reike men eerst een goede portie als inzet. Overigens wake men tegen overdrijving, wat in den regel geen voordeel brengt. Is men erop gesteld zijn volken tegen den zwermtijd gelijk te hebben, zoo kan men op een schoonen dag in Mei de zwakke met sterke verwisselen. 't Blijft echter altijd een eenigszins gewaagd werk en de beginneling zou met 't verplaatsen van voederbakjes, zoo dat men een onder een sterk volk staand bakje met honig, wat spoedig met bijen bezet is, onder een zwak volk plaatst en dit eenige malen herhaald, wel een werkzaam, maar toch zeker middel hebben om tot 't zelfde resultaat te komen.
Losse bouw. De met honig gevulde ramen zijn voor den lossen-bouw-imker een gemakkelijk en goed middel om zijn bijen speculatief te voeren.
In de eerste plaats begint hij half April bij goed weer de nog gedekselde honigcellen in 't broednest met een vork te kneuzen. Mochten er zijn die weinig voorraad hebben, dan geeft men een gevuld raam, desnoods van een, die ruim in voorraad zit en na de cellen ontdekseld te hebben, schuift men dit kort aan 't broednest. Bij gebrek aan gevulde ramen zal men tot vloeibaren honig zijn toevlucht nemen. Waar de kastimker erop bedacht is zoo min mogelijk zwermen te krijgen, voedert hij liever in grootere kwantums en met langere tusschenruimten als de korfimker gewoonlijk doet. Daardoor prikkelt men zijn volken niet tot zwermen. Vooral in streken met vroege zomerdracht zal men trachten zijn bijen van zwermen af te houden.
Volken die zich goed ontwikkelen zullen in Mei vaak meer ruimte eischen. Men vergroot dan de broedkamer met één, hoogstens twee ramen, waarin liefst volle bladen kunstraat, welke men elk afzonderlijk tussen 2 ramen met gesloten broed hangt. Vergroot de broedkamer echter niet te vroeg!
Men geve vooral acht op rooven en waar zulks het geval is verkleind men de vlieggaten. Mocht dit niet baten, dan zal een versterken van den beroofden stok, met bijen uit andere kasten, een goed middel zijn. Neem daarvoor tegen den avond van enkele kasten een raam bezet met veel jonge bijen, "denk om de koningin"! en schudt die op de vliegplank van den beroofden stok; besprenkel ze met suikerwater en ze loopen vreedzaam naar binnen. Dit zijn de beste verdedigsters.
J.R. te Veldhuis.