De Bijenluis - Braula Coeca.


In de Nederlandsche Insecten, door Dr. J.Th. Oudemans, van 1900, kan men lezen: "De "Bijenluis", Braula coeca Nitzsch, is nog niet bij ons waargenomen. Het diertje is ongeveer 1 m.M. lang, bruin, stekelig behaard en leeft op de honigbij, vooral op darren. Oogen, vleugels en kolfjes ontbreken.

Dit bewijst wel hoe weinig de Nederlandsche geleerden zich thans bezig houden met de bijenteelt, terwijl uit vroeger dagen meerdere Nederlandsche geleerden met eere in de geschiedenis der bijenteelt worden genoemd.

De bijenluis is in hoofdzaak rond van vorm, heeft geen oogen en de grootte van een speldenknop. Zij komt 't meest voor op het borststuk van jonge bijen en de koningin, soms bij tientallen tegelijk. Deze luis leeft niet als parasiet, d.w.z. dat ze de bij, waarop ze voorkomt, uitzuigt; maar zoodra de koningin met haar tong honig van een voedsterbij ontvangt, loopen ze snel naar voren over den kop der koningin heen en nemen haar deel van het aangeboden voedsel. Daarna keeren ze weer naar haar oude plaatsje terug, in afwachting dat er weer wat te halen is. Deze levenswijze verklaart waarom ze vooral ook voorkomen op koninginnen, die immers gevoed worden. Het larveleven dezer luis wordt grootendeels in het moederlichaam doorloopen, zoodat de bijenluis schijnbaar bijna volkomen insecten ter wereld brengt. De aanstaande jonge luis valt op den bodemplank en zoodra ze volkomen ontwikkeld is, wacht ze de gelegenheid af dat een bij in hare nabijheid komt, om deze als woonplaats te nemen.


De bijenluis, die men soms aantreft op jonge bijen, koninginnen en darren.

Is een koningin sterk door luizen aangetast, dan plaatst men ze in een kooitje en houdt het boven een stuk papier. De koningin wordt berookt, zoodat de luizen loslaten en naar beneden vallen. Het berooken zal de koningin geen goed doen, maar de luizen ook niet, en van twee kwaden moet men het minste kiezen. In plaats van de koningin te berooken, kan men haar tusschen duim en vinger bij de vleugels vasthouden en de luizen vervolgens met een pincet wegvangen. Wordt een volk sterk door luis geteisterd, dan plaatst men het een nacht boven een stuk karton, waarop een stukje kamfer ter grootte van een noot, waardoor de luizen grootendeels bedwelmd naar beneden vallen. De kamfer zal natuurlijk ook weer geen goed aan de bijen zelf doen. De stukjes kamfer neemt men niet klein, want dan brengen de bijen ze weg.
Op oude bijen komt de luis niet voor, dit kan men uit haar leefwijze nu wel opmaken. Ze leeft op jonge bijen, darren en oude koninginnen. Jonge koninginnen, die in de eierlage zijn, steken voortdurend het boven- en onderlijf in de cellen, waardoor het de bijenluis niet gemakkelijk wordt gemaakt zich op zulk een koningin te handhaven, vandaar dat ze op jonge koninginnen zelden voorkomen.

H. Stienstra.