Het kristalliseeren of versuikeren van den honig en nog wat.



Hierover bestaat bij velen de meening, dat aan de echtheid van honig getwijfeld moet worden, wanneer ze niet kristalliseert, dit gaat echter niet op en het kristalliseren van de verschillende honigsoorten gaat lang niet gelijk.
Zoo zal bijv. honig, die verkregen wordt door suikervoedering en die dus den naam van honig niet verdient, snel kristalliseren. Wil men nu het kristalliseeren beschouwen als een middel om de echtheid van den honig te herkennen, dan komt men hiermede al heel slecht uit.

Waarom de eene honigsoort eerder kristalliseert dan de andere hangt van meerdere oorzaken af; ook spelen aetherische of vluchtige oliën, waardoor ook de geur van den honing ontstaat, hierin een rol. Honig van koolzaad, mosterd, raapzaad en van andere kruisbloemige gewassen kristalliseert zeer spoedig en wordt grofkorrelig. Klaverhonig en die van vruchtboomen afkomstig is, kristalliseert na veel langer tijd en is fijn van korrel. Heidehonig kristalliseert langzaam en blijft smeudig. In 1910-'11 kristalliseerde de heidehonig spoediger dan andere jaren en de kleur was ook lichter. De verklaring was dat de honig dat jaar buitengewoon best was, of dit de juiste is heb ik steeds betwijfeld; en meen dat het gehalte aan vluchtige oliën en geur toen minder groot was dan anders, te verklaren uit het feit dat de heide in 1910 zeer sterk heeft gehonigd en daardoor betrekkelijk meer suiker en minder van bijkomstige stoffen geleverd heeft.
Hoe het ook zij, de 5000 K.G. ruwe honig die wij dat jaar verwerkten, kristalliseerde spoediger dan andere jaren het geval was, maar ze bleef smeudig en liet zich gemakkelijk uitsmeren. Honig van witte klaver afkomstig blijft lang helder en als de kristallisatie begint, vormt zich deze niet gelijkmatig, maar plaatselijk.

De honig, afkomstig van den vuilboom, Rhamnus Frangula, kristalliseert heelemaal niet. Deze honig is sterk aromatisch, d.w.z. geurig, veroorzaakt door vluchtige oliën. Uit den vuilboom trekt men een stof, die laxeerend werkt, dit doet ook de honig van den vuilboom afkomstig, wat bewijst dat in den nectar der bloemen het karakter der plant uitkomt en vervolgens ook in den honig, die daarvan afkomstig is.

Hierop kan men niet te veel het licht doen vallen. De waarde van den honig hangt niet enkel af van het suikergehalte, maar voor een zeer groot deel der bijkomstige bestanddeelen, de zoogenaamde aschbestanddeelen. De groote waarde dezer bestanddeelen is vooral gelegen in den vorm waarin deze in den honig voorkomen. Ze zijn door de plant afgestaan en daarom gemakkelijk voor het menschelijk lichaam opneembaar. Het is daarom zeer te betreuren dat zoo weinig honig genuttigd wordt en voor allerlei nietswaardige z.g. heilmiddeltjes veel geld wordt uitgegeven. De ijmkers moeten dit groote nut van den honig aan iedereen vertellen, daarvoor zijn de menschen nogal gevoelig en krijgt men ze aan ’t honig eten.

Welke honig moet er nu gegeten worden? Wij zeggen natuurlijk in Nederland gewonnen honig en met overtuiging kunnen wij ook onzen heidehonig aanbevelen.
De belangrijkheid van den heidehonig zal er bij winnen, als deze straks geslingerd kan worden. Het is duidelijk dat ieder zich geen Honiglösmachine, benevens honigslinger zal aanschaffen; dat is ook niet noodig als men maar coöperatief werkt. Zoodra dit het geval is, bestaat er geen voorwendsel meer om in ons land Amerikaanschen slingerhonig te verkoopen, omdat men niet aan voldoenden honig voor den verkoop kan komen. Deze honig is er mede schuld aan, dat er zoo weinig markt van inlandschen honig is voor de consumptie. We zijn er den invoerders en verkoopers van dezen honing, die een oogenblik bedreigd was, toen 't scheikundig onderzoek ze niet voor echten honig kon verklaren, niet dankbaar voor, onzen inlandschen honig door concurrentie van de markt te houden. Wanneer zal de energie onzer ijmkers voldoende ontwaakt zijn om dien vijand buiten het land te houden?

H. Stienstra