Van den Bijenman.
Het is op 't moment buiten een echt Maartsch buienweertje, zoodat het beter is om binnenkamers een buurpraatje te houden; en daarom zullen wij met den heer Stam eens verder praten en zijn overige vragen beantwoorden.
Of er verschil bestaat tusschen geperste of gewalste was weet ik niet. Wel heb ik bij ondervinding dat de door mij met de Rietsche pers van zuiver bijenwas vervaardigde kunstraat beter voldoet, dan die ik vroeger van den handel heb betrokken. Bij het gebruik van de laatste, had ik altijd last van het uitzakken der cellen, terwijl dit bij het gebruik van de eigengeperste, nooit voorkomt. Of dit nu komt door het walsen of het vermengen van het was, heb ik niet getracht uit te maken en zal hiertoe ook niet overgaan, maar blijven bij mijne eigen vervaardigde raat.
Ik zal echter later eens onderzoeken, en dit in het Maandschrift mededeelen, hoeveel was of er verloren gaat bij het gebruik van kunstraat. B.v. om te zien, wanneer wij 10 K.G. kunstraat gebruiken, hoeveel was hiervan later terug komt.
De duurte van de kunstraat staat het algemeen gebruik nog wel eenigszins in den weg, en daarom acht ik bovenstaand onderzoek niet ondienstig.
Het spannen van den draad staat in nauw verband met den vorm der raampjes. Het Thüringer raam, en die van den Gravenhorster boogkorf, spande ik altijd over de langste zijde van het raampje, en van het W.B.C. raam natuurlijk ook. Bij dit laatste kan zulks ook moeilijk anders geschieden, daar de zaagspleet een andere spanning in den weg staat.
Van grooter gewicht is het echter te zorgen dat de draad bij het indrukken met het spoorwieltje precies op den bodem der cellen van de kunstraat komt te liggen, daar anders door de koningin even zooveel cellen worden overgeslagen, om met eitjes te bezetten.
Bij de verwisseling van koninginnen moet men meer rekening houden met de kwaliteit derzelve, dan met haren ouderdom. Wanneer een koningin goed en van goeden komaf is, dan houd ik haar met een gerust hart tot den derden of vierden leg. Doch langer vooral niet.
Zwermverhindering, verwisseling van koninginnen, omhangmethode en koninginneteelt, hangen bij onze methode zoo nauw te zamen, dat het mij beter toe lijkt hieraan later eens een paar afzonderlijke artikeltjes te wijden.
Van alle voedertoestellen is mij tot nu toe nog de Thüringer Luftballon, en vooral de laatste vinding "Zeppelin", het beste bevallen. Dit neemt niet weg dat ik geen andere wil afkeuren en wanneer er beteren in den handel worden gebracht, wil ik die gaarne probeeren. Eigenlijk moesten wij eenige standen in ons land hebben, waar de uitkomende nieuwigheden op het gebied van bijenteelt, op bruikbaarheid onderzocht werden.
Die zijn eischen niet al te hoog stelt, kan zelf heel goed een voedertoestel, vooral voor vasten honig, fabriceeren. Men neemt hiervoor een ledig sigarenkistje van vijftig, een vol is nog beter, men heeft dan meteen wat te rooken; snijdt in den bodem een cirkel uit van circa 6 c.M. doorsnee, spijkert binnenin twee stukjes hout, aan iederen kant van de opening een, een weinig lager dan de hoogte van het kistje, zoodat de bijen hierover tot den honing kunnen komen, en giet de naden met vloeibaar was dicht. Men zet dan dit geïmproviseerde voedertoestel met het gat op de opening van den korf of mat; het deksel van het kistje natuurlijk gesloten.
Herhaalde jaren achter elkaar, en ook dit jaar weer, is mij gebleken dat de bijen in stroo het beste overwinteren. In alle houten woningen had ik ook dit jaar weer verschimmelde raten en in "Twenthe", hiervan geen spoor en de sterkste volken.
Voor het meerendeel heb ik op mijn kasten turfmolmdekken, alhoewel ik deze nog maar één winter in gebruik heb, is de uitkomst echter ten gunste van het stroo. Al mijn kasten (Simplex) regenen in. (Wie vindt er eens een kast uit met dezelfde goede hoedanigheden, die dit gebrek niet heeft ?) In de stroomatten dringt het water niet zoo diep in als in de turfmolmmatten. Dit zal zijn oorzaak wel vinden in het opslorpingsvermogen van het stroo. Waskleedjes mogen bij de inwintering dan ook niet in de kast gelaten worden, daar hieraan den neerslag te veel hangen blijft. In den zomer, of beter bij het begin der volksontwikkeling, heeft een waskleedje weer een voordeel en juist de eigenschap, om de vochtige, warme lucht beter in den stok te houden en bevordert dit den broedaanzet. Deze worden niet zoo vastgekit, zoodat men hiervan bij de behandeling tevens alle gemak heeft. Waar zulks mogelijk is, leg ik ook gaarne een stuk asphalt op de bodemplank en verbeeld mij dat dit aan de gezondheid onzer bijtjes bevorderlijk is, en ze lang niet zooveel last van de wasmot hebben.
En nu mijn waarde heer Stam, komen wij met de beantwoording van uwe verdere vragen, n.l. enkel- of dubbelwandige kasten, grootte der raampjes en broedkamers, op een zoo gevaarlijk terrein dat het, geloof ik, beter voor ons is om hierover heen te stappen. Bij de beantwoording dezer vragen hebben wij ons dan tevens onledig te houden met de voor- of nadeelen van de opstelling in paviljoens of vrijstand.
Ik voor mij heb hieromtrent reeds een vaste overtuiging gevormd, doch zal dit wel geen gewicht in de schaal leggen. Mocht U of anderen hierop echter gesteld zijn, dan wil ik hierover gaarne later, met toestemming van onzen Redacteur, een artikeltje schrijven.
En nu ben ik aan het slot uwer vragenlijst. Moge uw voorbeeld door anderen worden gevolgd en die het beter weet, late zich hooren.