Een schoone droom.
Ik droomde laatst een schoone droom. Ik wandelde in een groote stad; of het Amsterdam was of Utrecht of Zwolle of Arnhem, ik weet het niet. Voortslenterend viel mijn oog op een flink uitziend gebouw, en ik bleef staan voor de spiegelruiten van een keurigen winkel. En daar zag ik, in kristalheldere glazen, honing van allerlei soort en in allerlei tinten, boekweit- en klaver- en heidehoning, honing van acacia en korenbloem, kersenbloesemhoning en wat niet al; alles in heldere glazen of keurig verpakt als raathoning; alles honing, het eene heerlijker uitziende dan het andere, maar alles keurig en alles voorzien van hetzelfde opschrift: "Coöperatieve Honingzeemerij van de Vereeniging voor Bijenteelt in Nederland".
Vóór dat ik er aan dacht, stond ik in den winkel. “Een winkel uitsluitend voor honing?" vroeg ik iemand, dien ik voor den winkelier hield en die lachte, zeker over mijn verbaasd gezicht.
"Eigenlijk heelemaal geen winkel" klonk het antwoord, wij verkoopen honing, maar meer in het groot. Kijk u eens hier! En hij deed een deur open en ik keek, op den drempel staande, in een groot en frisch uitziend vertrek, dat er uitzag als een reusachtige provisiekamer. Neen, zooveel honing had ik nog nooit bijeengezien. Alle wanden waren bedekt met glazen, flesschen en doozen, in allerlei grootte en vorm, alles gesorteerd en bijeen, naar hun soort, en alles keurig verpakt en in glazen. Een heerlijke geur van al deze honingsoorten omringde mij en bracht mij in verrukking.
“Van wie is deze mooie inrichting", vroeg ik mijn geleider. “Van de Algemeene Coöperatieve
Zeemerij. Ik zal het u maar vertellen, want ik zie in uwe oogen duizend vragen om opheldering". En ik luisterde.
“'t Is nu 5 jaar geleden dat vanwege de Vereeniging voor Bijenteelt in Nederland de eerste stoot werd gegeven tot het oprichten van eene algemeene Coöperatieve Zeemerij. Een kapitaal werd bijeengebracht met aandeelen à f 5.-. Dat is niet veel voor een persoon, niet waar? f 5.- te storten waarvoor hij jaarlijks zijn rente ontvangt.
Toch kostte het eerst vrij wat moeite het noodige kapitaal te krijgen, want een Hollander is van nature wat langzaam en steekt niet graag wat af. Hij laat graag een ander voorgaan. Enfin, ‘t gelukte.
En we kregen een flinken directeur die hart voor de zaak had en die dacht; het belang van deze zaak is mijn belang. En zoo kregen wij een gebouw en we kregen honing en we slingerden en persten, en toen was het: nu de waar aan den man te brengen. Eerst was dat wat moeilijk, want de winkeliers waren gewend aan hooge provisie en daar tot heden ieder ijmker op zijn eigen houtje en tot alle prijzen zijn waar verkocht, soms voor zeer lagen prijs, daar konden wij in 't begin den prijs niet al te hoog stellen.
Maar toen de winkeliers en de afnemers overtuigd werden, dat zij bij onze Vereeniging op gegarandeerd zuiveren honing konden rekenen en wij, als groote onderneming, ten allen tijde aan hunne bestellingen konden voldoen, toen kregen wij het vertrouwen dat wij verdienen, en het duurde niet lang of overal in ons land hadden wij onze depòts. En toen kwam de afzet in het buitenland, want door den enorm grooten voorraad, dien wij jaarlijks verwerken, kan er iets af voor reclame en dan de volkomen garantie voor zuiveren honing ............”.
"Ha't" ! riep ik, “U noemt daar al twee maal garantie voor zuiveren honing. Nu heb ik dat ook vroeger al dikwijls gelezen: "gegarandeerd zuivere natuurhoning", maar ik heb er nooit veel vertrouwen op gehad. Neem mij niet kwalijk, maar met die garantie ............”.
De man glimlachte. Hij nam een van de fleschjes in de hand en wees mij op het etiket.
Dit geeft ons de garantie, zei hij: "de Nederlandsche Vereeniging voor Bijenteelt". Er is vanwege die Vereeniging, met medewerking van de Regeering, een deskundige aangesteld die ten allen tijde en op elk uur toegang heeft tot onze zeemerij en die ook dikwijls komt en proeven neemt. Het Hoofdbestuur van de Vereeniging voor Bijenteelt in Nederland weet dus, dat er niet geknoeid kan worden en daarvoor geeft ze ons haar naam op ons etiket en aan het publiek de garantie voor zuiveren natuurhoning.
En daarmee hebben wij de honingmarkt overwonnen en kunnen nu een goeden prijs maken. Bij overvloedige jaren houden wij honing achter voor het volgende jaar en zoo blijft de honing op prijs en kunnen wij voldoen aan de talrijke aanvragen die tot ons komen.
"Maar dat is een droom", riep ik, "Een schoone ijmkersdroom !"
"Neen, werkelijkheid", klonk de stem naast mij, "te verwonderen is het, dat ze niet eerder is gekomen, want achterna beschouwd, 't was zoo eenvoudig".
"Nog een vraag" en ik keek den man goed in de oogen. "Neem mij niet kwalijk, maar in zoo'n groote zaak; kan dunkt mij, zoo licht geknoeid worden. Gaat de administratie goed eerlijk toe?"
En weer lachte de man. "Als gij de regeling van de administratie kendet, zoudt ge dit niet vragen. Is er eenvoudiger zaak denkbaar, dan het ontvangen van honing van de leden, het verwerken en verkoopen. Is het in eenig opzicht ingewikkelder dan bij een Coöperatieve Roomboterfabriek? Zou dan de controle hier moeilijker zijn, dan daar?"
"'t Is waar", riep ik uit, "maar dan is het ideaal van onze ijmkers wezelijkheid geworden, laat ik u daarvoor de hand drukken."
Ik zag naar den man om, maar hij was verdwenen, als opgelost in honinggeuren, en ook de glazen en flesschen en doozen verdwenen, en ik ontwaakte. "'t Is toch maar een droom”, zuchtte ik. En voor mijn geest stond nog helder het beeld van den man, terwijl hij zei: "achterna beschouwd, 't was zoo eenvoudig.”
E. Kingma, Borculo.