Stroomingen.
Handelskamer.
Op 10 Augustus werd te Nijmegen een vergadering gehouden van Coöperaties, om eene nadere regeling van de Handelskamer te treffen.
Het lichaam heet: Handelskamer van de vereenigde corporaties voor den handel in bijenteeltvoortbrengselen. De bedoeling van dit lichaam, zal zijn:
a. het bevorderen van den handel in zuivere bijenteeltproducten ;
b. het controleeren van de echtheid en bereiding der producten;
c. het verstrekken van een echtheidsmerk;
d. het bestrijden van dien vervalsching der bijenteeltproducten;
e. het bevorderen van de algemeene bekendheid der bijenproducten in den ruimsten zin;
f. de aankoop van gereedschappen en grondstoffen voor de ijmkers.
Lid kunnen worden Coöperatieve Vereenigingen, wier leden lid zijn van de Ver. tot bevordering der bijenteelt in Nederland.
Vastgesteld werd welk honigglas zal worden aangeschaft en hoe verder een gelijkvormige verpakking zal zijn. Ook werd geregeld welk bedrag door de aangesloten corporaties aan de handelskamer zal worden afgedragen, om in de uitgaven van dat lichaam te kunnen voorzien en een Directeur te bezoldigen.
Er werd een Bestuur, benevens een Commissie van Toezicht gekozen en een Directeur benoemd.
-------
De heer Kingma zond aan de verschillende afdeelingssecretarissen het volgende, ter bespreking op de afdelingsvergaderingen:
Onderwerp: Coöp. Zeemerij.
In afwachting van het rapport van de Honing-Commissie, daartoe aangewezen door het H.B. van de Ned. Vereeniging voor Bijenteelt in Nederland, waag ik het een paar vragen tot U te richten en ik noodig alle afdeelingsbesturen uit, vóór de eerstvolgende Algemeene Vergadering, in hunne Afdeelingsvergaderingen deze zaak breedvoerig te bespreken, zoodat hunne afgevaardigden ter Algemeene Vergadering met het antwoord gereed zijn.
Ten eersten: Is U het met mij eens, dat de behoefte aan Coöperatieve Zeemerijen meer en meer door de leden onzer vereeniging wordt gevoeld?
Ten tweeden: Gelooft U niet, dat een groote en flinke Coöperatieve Zeemerij beter en voordeeliger kan werken dan eene coöperatie in het klein?
Ten derden: Heeft U wel eens gedacht aan de mogelijkheid van één groote Coöperatieve Zeemerij, waarheen ieder lid van de Algemeene Vereeniging zijn korven of zijn honing in de raat kan zenden, werkende met een flink kapitaal, bestuurd door flinke, degelijke en ijverige mannen, die zich geheel aan de zaak kunnen wijden en die begrijpen, dat het belang van de zaak hun belang is?
Ten vierden: Indien op de eerstvolgende Algemeene Vergadering deze zaak wordt ter tafel gebracht en daarbij wordt betoogd, dat zoo'n groote Coöperatieve Zeemerij bij genoegzame deelname kan worden opgericht, maar dat daarvoor noodig is een waarborgkapitaal berekend naar f 5.- per lid.
a. Zouden in Uwe afdeeling rentegevende aandeelen geplaatst kunnen worden?
b. Zooveel als Uwe afdeeling leden telt?
c. Zoo neen, hoeveel dan?
Het zij mij vergund aan bovenstaande vragen enkele opmerkingen toe te voegen.
Als het zeker is, dat de leden van de Ned. Vereeniging voor bijenteelt in Nederland behoefte gevoelen aan Coöperatie, zoo komt het mij voor, dat oprichting van eene Coöperatieve Zeemerij, zich uitstrekkende over het geheele land en uitgaande van- en verband houdende met de genoemde Vereeniging, de beste weg is. Eene dusdanige Zeemerij:
a. Zal zijn de Zeemerij van de Ned. Vereeniging van Bijenteelt en kan door of vanwege het Hoofdbestuur of daarvoor aangewezen vertrouwde personen gecontroleerd worden, ook wat betreft de zuiverheid van hare produkten, zoodat volkomen garantie voor die zuiverheid aanwezig is.
b. Kan, als zij over voldoende aandeelen-kapitaal beschikt, in alle steden van ons land hare depôts hebben.
c. Kan, bij overvloedige jaren, een gedeelte van de honing in depôt houden, om het volgende jaar van de hand te doen en daardoor den hoogsten prijs voor hare produkten bedingen.
Zou eene dusdanige groote Zeemerij, in nauw verband staande met de Nederl. Vereeniging voor Bijenteelt, niet het ideaal zijn, waarnaar vele ijmkers tot heden hebben verlangd?
Deze circulaire staat in geen verband met het te verwachten rapport van de Honing-Commissie. Ze gaat uitsluitend van ondergeteekende uit en heeft alleen ten doel, dat elk afgevaardigde op de Algemeene Vergadering wete, hoe zijn afdeeling hierover denkt en daarnaar kan handelen.
Mocht men misschien bereid wezen, mij persoonlijk vóór dien tijd op mijne vragen te antwoorden, zoo zal mij dit meer aangenaam zijn.
E. KINGMA, Borculo, Aug. 1912.