Bijenweide en Bemesting. II
(vervolg van okt. 1912)
't Lijkt ons niet ondienstig 'n kort vervolg, tevens slot, te geven op ons laatste artikel over bovenstaand onderwerp.
Bij vele lezers zullen de vragen rijzen:
a. Welken kunstmest moeten we gebruiken?
b. Hoeveel is er noodig?
c. Wanneer moet hij uitgestrooid?
't Is niet mogelijk een bepaald antwoord te geven, in ‘t bijzonder niet op de 2e vraag. 't Hangt van omstandigheden af hoeveel we gebruiken. Heeft b.v. een gras- en klaverland zich tot nu toe moeten bedruipen met wat het weidend vee er achter liet (of die er nog zijn!), dan mag om te beginnen, een grooter portie gegeven worden, dan de gemiddelde hoeveelheden, die we beneden vermelden.
Bij voortgezette bemesting kan de hoeveelheid van elk allengs kleiner genomen worden.
Verder is 't niet om 't even, of we op klei-, dan wel op zandgrond wonen. Klei bezit n.l. van nature 'n zekere hoeveelheid kali en kalk, terwijl zand daaraan zeer arm is. Zandgrond eischt daarom sterker bemesting, vooral met kalimest, dan goede kleigrond. De behoefte aan phosphorzuur is voor beide gronden dezelfde.
Wilt ge juist weten waaraan uw graslanden de grootste behoefte hebben, om de klavers voort te helpen, leg dan enkele proefveldjes aan. Bemest b.v. een hoekje, ter grootte van 1 Are (100 vierk. M.) volledig, d.i. met phosphorzuur en kalimest en kalk. Leg daarnaast een even groot veldje aan, doch laat van uw volledige bemesting de phosphorzuurmest (slakkenmeel) achterwege. Laat zoo van een 3e veldje de kalimest (kaïniet) en van een 4e de kalk weg. Een 5e hoekje krijgt in 't geheel geen kunstmest. Uit de vergelijking van de opbrengsten der verschillende veldjes kunt ge gemakkelijk afleiden wat er voor een weligen klavergroei in uw grasland moet aangewend worden. Dreigen later de klavers de grassen te overmeesteren,
verminder dan de giften kunstmest, of laat ze misschien enkele jaren achterwege en bemest enkel met gier. Zoo kunt ge het evenwicht behouden, tusschen grassen en klavers.
De getallen, die we hier geven zijn dus slechts gemiddelden, die naar omstandigheden verhoogd of verlaagd moeten worden. Om de toepassing niet te bemoeilijken zijn we in de keuze der meststoffen zoo sober mogelijk. Ziehier:
Per Are (100 vierkante meters):
8 K.G. thomasslakkenmeel
8 K.G. kaïniet (op zand), 5 K.G. (op klei)
20 K.G. gebluschte kalk (om de 4 à 5 jaar).
't Is thans de beste tijd van uitstrooien.
We twijfelen er niet aan, of ge zult bij deze bemesting uw klavers ferm zien groeien en bloeien en de bijenweide, tevens veeweide, reeds a.s. jaar aanmerkelijk verbeterd zien.
Nu we het toch over klavers hebben, willen we meteen de aandacht vestigen op 'n klaversoort waarvan de bloemkopjes heel veel lijken op die der witte. Ze zijn er van te onderkennen door 'n rose randje onderlangs. Bedoelde klaver heet Zweedsche bastaardklaver of hybride en is 'n beste honigplant.
Dat is de roode ook, doch de bijen kunnen hier met haar tongen niet bij den honig, wat ze wel kunnen bij de hybride. Deze laat zich nu best met de roode samen telen. Men vermengt het zaad der roode klaver met b.v. 1/4 deel hybride-zaad. Niet alleen hebben onze bijen dan later 'n rijke honigbron te meer, maar ook is deze teeltwijze in ‘t belang van den veehouder.
Ziehier waarom.
De stengels der roode klaver zijn stevig, verliezen echter vrij gauw het blad en worden dan door de beesten minder gaarne gegeten. De stengels der hybride daarentegen zijn zwak, sappig, blijven wel 'n week of 3 à 4 langer genietbaar voor het vee, als ......... ze 'n steun vinden om op de been te blijven. Ze gaan anders spoedig legeren en bederven. Zie, dien steun vinden de zwakke, sappige stengels der hybride in de stevige stengels der roode klaver. Zoodoende heeft de veehouder dus ook 3 à 4 weken langer genot van zijn klaverveld voor de veevoeding; het eene gaat thans met het andere door het keelgat der beesten.
Hier wordt deze teeltwijze heel veel toegepast en de veehouders zijn er zeer mee ingenomen. Natuurlijk zijn wij, imkers, hier het ook. Wat 'n druk gezoem in zoo'n gemengd klaverveld!
De boven omschreven bemestingswijze is natuurlijk ook van toepassing op 'n veld met enkel klaver.
C.