Werkzaamheden Maart-April.

We eindigden ons laatste artikel met de belofte den volgende keer iets mede te deelen over een nieuw gevaarloos middel tegen de verwoestingen van de larven der wasmot. We lossen hierbij die belofte in.
Met toestemming van de redactie der "Apiculture Nouvelle", geven we een uittreksel van 'n artikel daarover.

't Nieuwe middel heet in 't Fransch: "tetrachlorure de carbone". Onze scheikundige kennis laat ons in den steek bij het zoeken naar de Hollandsche benaming.(*)We vermoeden, dat de scheikundige formule C Cl 4 is. Dit C Cl 4 is 'n zware vloeistof, kokende bij 77° C.; ze verdampt dus spoedig, vooral 's zomers. De dampen zijn niet ontvlambaar, zooals die van zwavelkoolstof, welke ook aanbevolen wordt in den strijd tegen de wasmotlarven. De vloeistof is bij uitstek geschikt om vlekken weg te nemen van olie, vet, teer, stearine; ze laat daarbij geen spoor van schadelijke werking op het behandelde goed achter en is dus te verkiezen boven benzine.

We noemden reeds als bestrijdingsmiddel tegen de wasmotlarven de vloeistof zwavelkoolstof, waarvan de toepassing niet zonder gevaar is. Dat is al evenmin het geval met een tweede middel: zwavellonten.
Nog anderen hangen hun raten op 'n luchtige zolder met 'n onderlinge afstand der raten van een paar cm. Deze methode helpt 's zomers echter niet. 't Minste bezwaar schijnt 't nieuwe middel mee te brengen.
Men giet een weinig vloeistof in 'n wijdmondsche flesch, in een schoteltje of iets van dien aard en zet ze in de bewaarplaats der raten. Deze moet natuurlijk goed sluiten. Voor 140 halfraampjes bleken 3 eetlepels voldoende over het tijdperk Augustus tot den volgenden zomer. Per 500 ramen bedroegen de onkosten aan vloeistof 7½ cent. Elke drogist kan het goedje leveren.
Daar de dampen zwaarder zijn dan gewone lucht, plaatse men de vloeistof liefst boven op, niet onder de raten. Gevaar is er niet bij.

Uitgebouwde raat vormt een voornaam stuk inventaris voor den mobielimker.
Denkt eens aan: Voor elke kilo was is ± 10 kilo honig, noodig! Wie veel van deze raat rijk is, spaart dus heel wat honig uit, die nu niet verbouwd hoeft, doch geoogst kan. Wat zorg aan onze ratenvoorraad is dus wel besteed.
Men lette vooral op die raten, welke nog wat stuifmeel bevatten. Stuifmeel is rijk aan eiwitstoffen, en die hebben de wasmotlarven juist noodig voor haar groei. De wasmotten weten dus wel, waar ze haar eitjes deponeren!

Maart-April is 'n gevaarlijke tijd voor onze bijen, even gewichtig in 't voorjaar bij de uitwintering als Aug.-Sept. in 't najaar dat is bij de inwintering. Wie zijn volken zonder verliezen door die periode heen weet te brengen, heeft zijn eerste leerjaren achter den rug en weet ze ook tot volle ontwikkeling op te voeren tegen den honigoogst.
Maart-April geeft altijd enkele mooie dagen. Dan is 't tijd zich op de hoogte te stellen van den toestand, waarin die volken verkeeren. Waar talrijke bijen af- en aanvliegen, beladen met pollen, daar is het in orde met de samenstelling van het volk. Onderzoekt zoo'n volk vluchtig op voedervoorraad en - is er genoeg aanwezig - sluit en pakt weer warm toe.

Waar de bijen onrustig om het vlieggat lopen, daar hapert er iets aan. Is geen werksterbroed te bespeuren, dan is het volk óf moerloos, óf de koningin is versleten. Meestal is zoo'n volk zwak; jonge bijen zijn niet aanwezig en daarom maken we korte metten: we vegen die bijen van de raten en laten ze aan haar lot over. De woning wordt verwijderd of gesloten. Is de koningin kortelings verongelukt en het volk nog bij kracht, dan kan men de bijen bij een ander volk voegen óf ze een reserve koningin geven onder de noodige voorzorgen.

Is het noodig te voeren - en dat zal dit jaar erg noodig zijn - dan brengt men het voer nog zooveel mogelijk van boven aan in die onmiddellijke nabijheid van den bijen tros.
Plaatst men het voer onder het werk, dan kan het volk bij koud weer, boven een gevulde schaal, nog verhongeren. Want de bijen hebben al heel wat meer noodig dan in de vorige maand; 't broed toch heeft zich sterk uitgebreid. Och, laat uw bijtjes thans niet meer omkomen.
't Gevaar, dat men de laatste maand nog liep met het voeren van suikeroplossing, vermindert naar gelang de tijd vordert en 2 kilo suiker + 1½ à 2 L. water is zoo gauw gekookt en toegereikt!
Wacht u evenwel voor overvoeren; de koningin vindt dan geen plaats om haar eitjes af te zetten.

Tegen half April vinden de bijtjes reeds hier en daar wat nectar, de bouwlust ontwaakt en daarvan kunt ge profiteeren door aan de grenzen van het broednest, dat ge overigens eerder te eng dan te ruim houdt, een raam met kunstraat te hangen.
Reinigt nog steeds de bodemplank van mul en doode bijen. Dat gaat 't best 's morgens als de bijen nog in den kop der woning zitten. Geen korven omgekeerd ter zijde zetten bij dit werk, er ontwijkt te veel warmte.

Beschimmelde raat wordt met 'n scherp mes uitgesneden, ook overdaad aan darrenwerk. De ontstane open ruimten kan men aanvullen met gezond werksterraat, die men voor een paar dagen vastspijlt. De bijen zorgen wel spoedig voor het aanbouwen.

Onze bijen profiteerden de laatste dagen van Februari duchtig van de drinkplaats. Bij u ook?
Weldra beginnen dus de werkzaamheden weer aan de volken. Mogen we tot slot enkele wenken geven?
1. Zorgt voor zuivere handen bij het werken in de bijen; schaamt u niet voor 't gebruik van kap en berooker.
2. Houdt kwalijk riekende stoffen (mestvaalt) op 'n afstand der bijenhal.
3. Laat niet uw adem gaan over de raat bij het onderzoek.
4. Werk langzaam maar zeker met vaste en toch zachte hand, zonder stooten of schokken.
5. Stel het onderzoek uit als de bijen slecht gemutst zijn.

C.

(*) Kan iemand der lezers ons helpen ?
In overeenstemming met C H³ Cl, dat monochloormethaan en C H Cl³, dat trichloormethaan of Chloroform wordt genoemd, zal C Cl 4 genoemd kunnen worden tetra-chloormethaan.
Red.