Werkzaamheden Juni—Juli.

Hoe prachtig eindigde Mei voor onze bijtjes! Te warm haast voor ons menschen, was het een weertje bij uitnemendheid voor onze immen. Gelukkig was er daarbij volop bloem; de witte klaver o.a., 'n beste honigplant, is 14 dagen vroeger in bloei geweest dan andere jaren. Bij het verschijnen van dit nummer zullen de meeste zwermen dan ook wel gevallen zijn, denken we. Men lette op regelmatigen bouw en verbetere zoo noodig. Een voorname zaak is het, bij afgezwermde volken en bij nazwermen toe te zien, of het volk niet moerloos is; menige jonge moer keert niet terug van de bevruchtingsreis.

't Eenvoudig middel, om te onderzoeken of de koningin aanwezig en in orde is, is U bekend? Voor beginners zij het even herhaald: Snij 'n driehoekig stuk uit één der middelste raten; vullen de bijen de open ruimte aan met werksterraat, dan is het in orde; bouwen ze darrenwerk, dan is de moer of afwezig of darrenbroedig, en dan moet een bevruchte koningin toegezet worden.

Bij slecht weer is het noodig de zwermen te voeren en goed warm te houden; vindt men wasplaatjes op de bodemplank, dan is het te koud in de woning.
Vooral bij gunstig weer krijgen de voorzwermen het licht in het hoofd nog eens te gaan zwermen; dat draait uit op groot ongerief en schade. Wilt ge dat zwermen voorkomen, dan doe, zooals ge dat duidelijk beschreven vindt in Nos. 5 en 7 van 1911, onder het opschrift “aftrommelen en methode” van Vignole. (Ge bewaart immers alle nummers van ons Maandblad goed?)

Wie veel honig wil oogsten en zijn aantal volken niet verder wenscht uit te breiden, ziet natuurlijk ongaarne dat de bijen zwermen.
We gaven de middelen reeds aan om het zwermen tegen te gaan: de brandende zon van de kasten afhouden, koelte en frissche lucht verschaffen, ruimte geven en gelegenheid om te bouwen.
Doch. . . . . . . ondanks al onze voorzorgen, komt toch wel eens een zwerm af. Men kan dan de koningin uitvangen en de bijen laten teruggaan naar het moedervolk; omtrent 9 dagen later volgt een sterke 2e zwerm met jonge koningin.

Onderwijl de zwerm na het scheppen zich verzamelt, is het den besten tijd in het moedervolk alle moerdoppen zorgvuldig te verwijderen. Daarna geeft men den zwerm aan het moedervolk terug. Wil men dit zwermen voorkomen, dan moet men den 8en dag, zoodra men het bekende "kwa, kwa" gehoord heeft, alle cellen uitsnijden. Men heeft aldus een jonge koningin in zijn volk, doch de eierleg staat 'n 14 dagen stil en dat is niet bevorderlijk aan den ijver van het volk. Mogen we even onze manier van handelen beschrijven, als onverhoopt een volk zwermt?

Vooraf zij gezegd, dat we werken met het systeem Dadant-Blatt, doch gewijzigd volgens het systeem Alberti, van achteren dus behandelbaar. Komt nu een voorzwerm af, dan wordt die in het boven den koninginnerooster dezelfde kast geplaatste hoogsel gezet. Vooraf leggen we over den rooster een draadgaas, zoodat voorloopig moedervolk onder en voorzwerm boven van elkaar gescheiden zitten.

Zoodra de jonge koningin beneden geboren is, te hooren aan het "kwa-kwa", worden alle ramen geïnspecteerd en alle koninginnecellen verwijderd. Het hoogsel met den voorzwerm blijft bij die operatie op zijn plaats; we hinderen de af- en aanvliegende bijen geenszins en zij laten ons ook volkomen met vree.
Na een week omtrent onderzoeken we, of de jonge koningin bevrucht is; de aanwezigheid van eitjes overtuigt ons daarvan. Is dit het geval, dan openen we het hoogsel, vangen de oude moer uit, en nemen rooster met draadgaas weg. Het volk heeft dan een jonge moer, geen bij verloren, terwijl de oude koningin boven zorgde voor een aantal jonge bijen, die goed te pas komen bij de broedverzorging beneden in de broedruimte, zoodra de jonge moer daar met den leg begonnen is. Na 3 weken is het beetje broed in het hoogsel uitgeloopen en worden de leeggekomen cellen bij voorkeur met honig gevuld.
Zonder gevaar voor verkilling van het jonge broed kunnen thans de slechte broedraten naar den buitenkant van het broednest verplaatst worden, en verwijderd, zoodra het broed uitgeloopen is. Ze zijn zeer goed geschikt, om versneden te worden tot honigramen.

In Juli worden de bijen kwaadaardiger, vaak door het bezoek van roovers. Vereng zachtjes aan de vlieggaten, als de oogst ten einde loopt. Geef geen aanleiding tot rooven door stukken raat te laten sleuren.
De slinger is reeds voor den dag gehaald en goed gereinigd. Geslingerde honig wint in kwaliteit, als men hem laat narijpen en zorgvuldig afschuimt.
Wie sectie's wint, neme ze uit, zoodra ze verzegeld zijn; ze blijven bij langer verblijf in de kast niet mooi blank.

Maken wespen het uw bijen lastig, dan zoek nog eens op: “Bijenplagen” uit No. 8 van 1912. We zeiden reeds meermalen, dat we onze bijen zooveel mogelijk met rust laten. We zijn het volkomen eens met vriend "Bijenman", dat men het "tabernakel" van het bijenvolk zoo min mogelijk moet ontheiligen, door operatiezucht of nieuwsgierigheid. En deze waarheid gedenken we het heele jaar door. Bij noodzakelijke bezoeken aan een volk maken we maar spaarzaam gebruik van rook, doch houden des te meer van 'n dauwvormige bestuiving met water, zonder een of ander bijgevoegd — ol of — al. Och, wat kalmeert een stoffijn sproeiregentje de beestjes vlug, en het hindert ze in het minst niet. We hebben daartoe altijd een kleine sprenkelaar, merk "Acme", onder de hand.

Nog 'n woord over koninginneteelt. Schrik niet, lezer, ik roer v. Stachelhausen, Alley, Doolittle enz. niet aan. Hun methoden zijn niets voor onze imkers in doorsnee. 't Is sport voor de meesten van ons. Maar toch is koninginneteelt onmisbaar op den stand van den imker, die met succes wil werken.
De Amerikanen schrijven hun fabelachtig succes in de bijenteelt voor een groot deel toe aan het geregeld invoeren van goede jonge koninginnen. En deze kan ieder imker op eenvoudige manier bekomen. We wezen reeds één weg, n.l. het opzetten van kleine nazwermen van goede afstamming. De aldus verkregen koninginnen zijn zeker onder de beste condities gefokt en dus volkomen ontwikkeld.

Mobiel-imkers kunnen dezen weg inslaan: Men past op zijn beste volk alle middelen toe, om het tot zwermen te brengen. Heeft het gezwermd, dan verdeelt men de raten, elk met een rijpe koninginnecel, over de andere volken, na deze een paar dagen te voren ontmoerd te hebben. Zijn er nog moercellen over, dan zijn deze volgens de methode Kramer te benutten. Zie daartoe No. 7 van 1911.
Tracht in geen geval sterke koninginnen te fokken in zwakke volkjes van een paar honderd bijen. Dat lukt alleen bij volken, die in volle kracht zijn, en dit zijn juist zwermvolken; daarom.

C.