Werkzaamheden Augustus-September.
— "Deed ik 't niet voor 't fruit"; ik zei de laatste bij "vaarwel", klaagde een jong-imker, dien we half Juli bezochten.
't Deed ons genoegen te constateeren, dat het idee, gelukkig, meer en meer doordringt dat de bijen er niet alleen zijn om honig en was te verschaffen. Natuurlijk spijt het ons met onzen vriend, dat de zomeroogst zoo bar tegenvalt. Hoe ging dag aan dag, juist in het beste seizoen, voorbij?
Korte vleugjes van zonneschijn werden verjaagd door — 't wil me uit de pen, lezer — "herfstvlagen".
Tuk op 't edele bloemensap zag men de nijvere bijtjes in dichte gelederen gereed zitten in 't ruime vlieggat, om bij den eersten zonnestraal den besten in haastigen spoed naar het veld te ijlen, als wilden ze den verzuimden tijd door dubbele werkzaamheid inhalen.
Arme beestjes! Nauwelijks hadden ze een paar teugjes van het edele sap genoten, of een donkere wolk, opgezweept door woeste windstooten, dreef ze even ijlings op de vlucht naar haar woning.
Toch niet de hoop en den moed opgegeven.
De hei staat er goed voor en kan nog veel goed maken. Voor wie niet in de gelegenheid zijn van de hei te profiteeren, zij het een troost, al is 't 'n schrale, dat er menschen zijn die door den natten zomer er veel erger aan toe zijn dan wij, imkers. En mag ik vragen: Lukken uw andere teelten ook jaar op jaar? Hebt ge jaar aan jaar ruime fruitoogsten? Geven uw koeien en kippen ook altijd evenveel voordeel? En toch denkt niemand er aan, die teelten op te geven.
't Is ook voor de bijenteelt: nu vloed, dan eb. Ook voor de bijenteelt is het parool: aanhouden.
En onze volken nu reeds voorbereid voor 't a.s. seizoen 1914! 't Heele geheim van succes zit hem in sterke volken te rechter tijd. Waar in onze buurt midden in den zomertijd meerdere volken den hongerdood stierven — 't kan al niet erger ! — daar kunnen wij zelf toch nog wat oogsten, zij het dan ook misschien nog geen vierde van verleden jaar. Ge moet echter ook die volken zien! Dat zijn bovendien ook je volken voor de hei!
Tegen half September heeft ook de hei gedaan en we stellen liefst niet te lang meer uit onze laatste zorgen vóór de inwintering aan de opzetters te wijden. De bijen hebben dan al den tijd haar woning te ordenen, zooals zij dat het beste vinden.
We hebben te zorgen:
1. voor sterke volken met veel jonge bijen (de voedsters voor het a. s. voorjaar). Ze verteren 's winters betrekkelijk minder dan zwakke, gaan in het voorjaar beter vooruit, geven meer kans op hoogen opbrengst. Een zwak, doch overigens gezond volk, kan best op sterkte gebracht worden door toevoeging van naakte heivolken. Zwavel ontmoerde volken (waar nu nog darren geduld worden) eenvoudig af; dat zijn slechts oude bijen, die den winter over niet halen;
2. voor beste, jonge koningin, die haar broed in aaneengesloten broedkoeken vertoont;
3. voor regelmatig ratenwerk met weinig darrenraat. Slecht gevormde raten kunnen thans uitgenomen worden uit de broedruimte. Voor honigraat zijn ze zeer geschikt;
4. voor een voldoenden voorraad goed wintervoer. Voldoend noemen we 20 à 25 pond per volk. Wie suiker bijvoert, doe dat zoo vroeg mogelijk en in niet te groote hoeveelheden in eens. Wij zelf geven niet meer dan l kilo oplossing per dag, dan wordt het voer door de bijen behoorlijk verwerkt (geïnverteerd).
Men denke er om, dat b.v. 3 kilo suiker niet hetzelfde is als 3 kilo oplossing. Voor wintervoer lossen wij 3 kilo suiker op in 2 L. water en verkrijgen dus omtrent 5 kilo oplossing. Wie dus 3 kilo wintervoer moet bijgeven en daarvoor 3 kilo oplossing neemt, geeft feitelijk maar plm. 2 kilo suiker. Dat kan gevaarlijk worden voor een volk. Opgepast dus! Koken en afschuimen van de suiker is beter dan oplossen in heet water. 't Maakt het voer gezonder.
Niet dan bij uitzondering voeren we een volk met uitsluitend suiker op. We achten het beter elk volk een flinke portie honig te laten. Voor het opvoeren worden een paar beste, leege broedraten midden in het broednest geplaatst; hierin mogen de bijen nu de suikeroplossing, die enkel als stookmateriaal — ter verwarming — zal dienst doen in de eerste winterhelft, opbergen. Zoodra ze beginnen met broeden naderen ze den honig, die toch beter is voor gezond, krachtig broed dan de pure suiker.
Wees bij het voeren zoo zindelijk mogelijk, om rooverij te voorkomen; veeg daarom gevallen drupjes oplossing dadelijk op.
Korven met een totaal gewicht van 30 à 35 pond zijn de beste om op te zetten. Let echter op de afkomst der te overwinteren volken.
Wie goede producten wil verkrijgen uit kasten en korven, leze nog eens de degelijke artikelen na, over verwerking van honig- en wasproducten in de nos. 12 van 1807, nos. 2, 4, 7 van 1908 en in no. 2 van 1911. Men zal er uit leeren, dat het bij de behandeling van een korfinhoud in de eerste plaats aankomst op goed sorteeren in:
l. honig in de raat (verzegeld, jong blank werk), in stukken van 20 bij 10 c.M.;
2. kleinere stukken, idem voor lekhoning;
3. onregelmatige stukken, minder blank, zonder brood, voor 1e pers;
4. zwarte, oude stukken, desnoods met brood, voor 2e pers of bakkershonig;
5. droog werk en onuitgeloopen broed, voor de wasfabrikatie.
Imkers, besteden we toch pijnlijke zorg aan het verwerken onzer edele bijenproducten: secuur sorteeren en daarbij zindelijk en nog eens zindelijk zijn! Nu de Handelskamer er komt opent zich een bemoedigend verschiet voor den honigproducent. En deze nieuwe zaak marcheert vast goed als de leden leveranciers nu maar willen meewerken. Wat hebben wij, Hollanders, een prachtig voorbeeld van wat er in een korte spanne tijds te bereiken is, in onzen boterhandel! Laten we dat voorbeeld navolgen door:
l. trouwe samenwerking;
2. 't leveren van prima waar.
Nu de bijen van honk zijn, is het de geschiktste tijd verbeteringen aan te brengen aan de bijenhal en naaste omgeving.'t Is natuurlijk niet noodig de woningen, bij de thuiskomst van de hei, dezelfde plaatsen te geven als vroeger. Waren de genummerde kasten of korven in den loop van den zomer wat door elkaar gezet, nu kunnen ze weer netjes in volgorde der nummers geplaatst worden.
C.