Verslag der tweede Algemeene Vergadering
te Utrecht op 19 Juli.

De vergadering was niet zoo druk bezocht als wel anders het geval is, wat zeker wel moet worden toegeschreven aan de onzekerheid van de financieele regeling er van, blijkende uit punt 4 der agenda. De bestuursleden waren alle aanwezig.

De vergadering muntte uit door de aangename geest die heerschte, een geest van welwillendheid en streven tot samenwerking. Het resultaat dezer vergadering zal in de toekomst blijken voor de vereeniging van zeer groot belang te zijn geweest.
De voorz., Baron de Grancy, opende de vergadering met een inleidend woord, waarin hij het gebeurde van de voorgaande vergadering releveerde, en zeide, dat hij steeds aan de aanwezigen zooveel mogelijk de vrije hand had gelaten om hun meeningen uit te spreken, dat dit evenwel niet te ver kan gaan en dus het reglement van orde strenger zou moeten gehandhaafd worden. Hij betreurde het dat de algemeene secretaris, die veel voor de vereeniging heeft gedaan, o.a. ook in de oplossing van de financieele kwestie bij de eerste suikerlevering, naar aanleiding van de toen gehouden stemming over vergoeding secretaris-penningm. gemeend heeft zijn waardigheden te moeten neerleggen.

De voorzitter was feitelijk dien geheelen dag verhinderd de vergadering te presideeren, zonder eenige bijreden, was hij daarom toen genoodzaakt de vergadering voor den afloop te verlaten en de leiding over te laten aan den heer van Duijfhuijs Beijnen.
Verder was nog een schrijven ingekomen, waarin werd geprotesteerd tegen het houden van vergaderingen op Zaterdag. De voorzitter wees erop, dat, zoo deze dag onbenut bleef, om allerlei omstandigheden de vergadering nog geruimen tijd zou moeten uitgesteld worden; bovendien wees de voorzitter erop, dat in de statuten vermeld staat, dat aan het H.B. de regeling der algemeene vergadering is opgedragen en dus een beroep van een lid op die vergadering niet op zijn plaats is.

De voorzitter besprak nu de aan leidende oorzaak dezer vergadering, n.l. de vaststelling der Statuten eener Handelskamer. Hij zeide o.a. dat het niet doenlijk is aan alle wenschen der verschillende afdeelingen te voldoen. Men moet echter het kleine laten loopen voor het grootte. Eerst moet het lichaam tot stand komen, daarna kan op kleinigheden worden gelet.
Onze vereeniging heeft zich tot heden voornamelijk toegelegd op technische verbetering van het bedrijf, de financieele kwestie is nu aan de beurt.

Nog wijst de voorzitter op het recht der leden op bepaalde dagen kosteloos of tegen reductie, enkele keeren de groote landbouwtentoonstelling te 's Gravenhage te kunnen bezoeken. Ieder, die dus daarheen gaat, vergete niet zijn kaart van lidmaatschap voor het jaar 1913 mede te nemen. De cijfers op de kaart hebben daarbij een bepaalden dienst te verrichten.
De waarnemende secretaris doet hierna voorlezing van de notulen der voorgaande vergadering, die na een enkele opmerking van den voorzitter, worden goedgekeurd.

De heer Netscher verklaart, thans homogeen te zijn met het H.B., wat betreft de Handelskamer, nu alle leden der vereeniging, door middel der afdeelingen, lid kunnen worden van de op te richten Handelskamer.
De heer Beil zegt, dat de motie, door de voorgaande vergadering aangenomen, bewijst, dat men algemeen voor de Handelskamer is. Men weet echter niet, hoe het met den afzet zal komen en de ontwerpers der Statuten blijken daarvan de verantwoordelijkheid ook niet op zich te durven nemen. Hoe zal het nu komen? Zou een en ander ook nadeelig op de Vereeniging in kunnen werken? Wanneer door de H.K. een prijs is vastgesteld, zullen niet aangesloten afd. er onder blijven. Gaarne zou hij weten, hoe dit alles in orde zal worden gebracht.

De heer Sprenger antwoordt: ieder zal nu lid kunnen worden en men zal er uit eigenbelang wel aan toetreden. Al is onze prijs ook hooger, men vergete niet, dat het te verstrekken merk de tegenstand wel zal breken. In de Statuten staat niets, wat iemand nadeel kan berokkenen.
De heer Beil oppert nog een bezwaar voor de ijmkers, die in de nabijheid der grenzen wonen, omdat in de Statuten sprake is, dat de handel met het buitenland enkel door middel van de H.K. zal gaan.
Hierop wordt geantwoord, dat de verkoop in zulk een geval voor een te trekken kring, door de producenten zelf zal kunnen geschieden.
Naar aanleiding hiervan ontstaat nog een discussie over den verkoop van volken beneden de 30 pond, waarmede de Handelskamer zich niet kan inlaten, een merk kan daarop nooit worden gezet.

Naar aanleiding van een vraag van den heer de Visser, afgevaardigde voor Zuid-Beveland, blijkt, dat geen dure notaris-acte behoeft gepasseerd te worden, om lid der H.K. te worden. De afd. heeft geen rechtspersoonlijkheid noodig; iets anders is het, als een aparte zeemerij wordt opgericht. In al zulke gevallen wende men zich eerst tot het bestuur der H.K., dat wel de noodige inlichtingen zal geven.
Verschillende opmerkingen worden nog gemaakt, maar alle betreffen ze de nadere regeling der Handelskamer; deze zullen dus te zijner tijd wel tot oplossing worden gebracht.

De heer Heersema wenscht nog eens terug te komen over een op te richten beurs. Er zal toch verkocht worden onder de door de H.K. vast te stellen prijzen. De afd., die den heer Heersema afvaardigde, kan niet inzien waarom er geen beurs zal worden gehouden; ieder zou daardoor tevreden kunnen worden gesteld.

De heer Sprenger zegt dat de Handelskamer eigenlijk zal wezen een permanente beurs; zij zal honig aanbieden, waar deze te kort komt en ze onttrekken, waar een teveel is. Het buitenland werkt liefst met groote hoeveelheden; de H.K. zal deze nu trachten bijeen te brengen en wel vandaar, waar ze overvloedig is en zorgen, zooveel mogelijk de billijkheid te betrachten.
Op een vraag uit Beilen, antwoordt de heer Sprenger, dat voorloopig de H.K. geen zeemerij zal oprichten. De heer Beil vraagt nog, wat te doen, als niet alle leden eener afd., maar wel enkelen aan de H. K. wenschen deel te nemen. Hij noemt o.a. de afd. verspreide leden. Elders wordt opgemerkt, hoe het met groote afd. zal moeten, zooals de afd. N.-Z.-H.
De voorzitter zegt: dat al zulke kwesties zullen moeten worden opgelost naar het gevleugelde woord "waar een wil is, is een weg". De afd. N.-Z.-H. begint zich trouwens reeds in kleinere afd. op te lossen, en naar 't voorbeeld van Limburg, kan een federatie voor honig verkoop worden opgericht.
De voorzitter zegt dat thans wel alles is nagegaan, het is nu maar de vraag, of men zich met de ontworpen Statuten kan vereenigen; deze zullen nog wel eens wijzigingen moeten ondergaan, zooals ook de geschiedenis van dergelijke lichamen leert; zie maar de Statuten der Ned. Coöperatieve vereeniging, die in betrekkelijk korten tijd tot vijf à zes maal werden gewijzigd.
De Statuten der Handelskamer worden alsnu met applaus aangenomen, niemand verlangt persoonlijke stemming.

De voorzitter brengt nu een woord van dank aan de leden der Comm., die de Statuten hebben ontworpen, wat bekrachtigd wordt door het applaus der vergadering.

De heer Nelscher zegt, dat thans veel van de H.K. wordt verwacht, zonder financiën zal deze echter niets kunnen beginnen en daar het moeilijk zal gaan thans reeds crediet voor dit lichaam te vinden, stelt hij voor een bedrag tot 3000 gulden uit het suikerpotje voor te schieten, waarvan jaarlijks rente en aflossing zal moeten worden betaald. Bij monde van den voorzitter wordt verklaard, dat het H.B. hiertegen geen bezwaar heeft.
De heer Beil zegt verbaasd te staan over hetgeen hij hoort. Hij juicht de H.K. toe, maar het gebruik van geld uit het suikerpotje en van het aanwezig zijn daarvan, had hij gaarne nadere opheldering.
De voorzitter zegt, dat dit geld ontstaan is door de afronding der prijzen, die niet in breukvorm kunnen worden berekend. Bovendien wordt er in suiker gespeculeerd, zoodat de prijzen der suiker niet vast staan. Zoo kan het gebeuren, dat de afd. meer suiker vragen, dan voorzien is; er moet dan bijgekocht worden, wellicht voor een hoogeren prijs, wat reeds eenmaal geschied is en daarom is het noodig dat een zeker surplus aan geld aanwezig is. Na deze inlichtingen verklaart de heer Beil zich bevredigd en kan ook zeer goed meegaan met het voorstel Netscher, dat thans met applaus wordt aangenomen.

Thans wordt gesproken over de wijze, waarop in de onkosten dezer vergadering zal worden voorzien. Men is algemeen optimistisch genoeg gestemd om aan te nemen dat de inkomsten wel voldoende zullen zijn om daarvoor geen buitengewone maatregelen te treffen.
De heer Richards vraagt het H.B. wie thans de zaak der H.K. zal uitvoeren. Zal het H.B. dit doen, of de Commissie, die de Statuten ontwierp? Er moet toch wezen een correspondentie-adres, opdat men wete tot wie zich te wenden, want uit de vergadering is wel gebleken dat er nog veel te vragen is; er bestaan nog veel scheeve voorstellingen. Hij wenscht ook een woord van dank namens de vergadering te spreken tot den voorzitter, die wel verklaard heeft slechts aanvankelijk aan de werkzaamheden der H.-C. deel te hebben genomen; maar aan wiens leiding het voor een groot deel te danken is, dat thans de H.K. kan worden geconstitueerd.
De voorzitter dankt spreker, en evenzeer voor het applaus waarmede de vergadering haar instemming met het gesprokene betuigde, maar heusch verklaarde hij, gij stelt deze zaak voor mij bijzonder te goed voor. De Honig commissie zal nog moeten aanblijven, om de zaak verder te regelen en af te werken.

De heer Stam heeft nog verschillende vragen te doen over de beteekenis van het Ned.Landb.Comité, vergoeding waarnemingsstation te Boekelo, bezorging van drukwerken buiten het Maandschrift om, wijziging der provinciale reglementen voor het plaatsen van bijenstanden, het belasten van den leeraar met de functie van secretaris-penningm., waardoor deze belemmerd wordt in het uitoefenen van zijn gewone werkzaamheden, lijst van bijenweiden, of er in 1914 een voorstel zal komen van statutenwijziging, met quotum verhooging.
De voorzitter antwoordt hierop o.a.: dat het Ned.Landb.-Comité onze Vereeniging heeft opgericht. Het werkt over het geheele land. De verschillende landbouw- en andere dergelijke vereenigingen vormen te zamen dit Comité. Contributie wordt betaald naar f 10, - per 1000 leden. Onze vereeniging kan zich door middel van dit Comité doen gelden en zou zich verzwakken, door er geen lid van te zijn. Een vergoeding voor het waarnemingsstation te Boekelo wordt mede warm bepleit door den heer Stienstra en anderen. Het H.B. zegt toe, deze zaak in haar bestuursvergadering te zullen bespreken. Met bezorging drukwerken, die buiten het Maandschrift staan, is reeds rekening gehouden en hierop zal ook in 't vervolg worden gelet.
Over de herziening der provinciale reglementen voor het plaatsen van bijenstanden is reeds gecorrespondeerd, daarover kunnen thans geen uitlatingen worden gedaan.
De heer Stam zegt, dat hij daarvan een permanente vraag zal maken, totdat hij een bepaald antwoord heeft ontvangen.

In de vacature van een tijdelijk secretaris-penningmeester moest worden voorzien en daarvoor was iemand noodig, die in de zaken zat; er moest een minste kwaad worden gekozen. Intusschen zal met de benoeming van den nieuwen functionaris spoed worden gemaakt.
Een lijst van bijenweiden werd geantwoord, is niet zoo gemakkelijk te geven, men moest dan tegelijk van het Meteorologisch instituut vorderen, de noodzakelijke aangiften te doen voor de weersgesteldheid, zonder welke het niet vast te stellen is, of een bijenweide wat zal geven, ja of neen.

De heer Sprenger wijst nog op 't Zuiden van Limburg, waar in 't voorjaar zooveel mogelijk faciliteiten aan de ijmkers worden toegestaan en zelfs nog een vergoeding van 10 cent per volk, dat wordt geplaatst. Bij meer algemeene deelname en eenige organisatie zou zelfs nog veel meer te bereiken zijn.
Over de noodzakelijkheid van Statutenwijziging is het H. B. het eens met den heer Stam, en zeker zullen hierover de vergadering te zijner tijd voorstellen bereiken. De heer Visser verzoekt dit jaar tijdige toezending van suiker. De heer Cremer vraagt, de hoeveelheid aan te vragen suiker per volk te stellen op 10 kg..

De voorzitter zegt de suikerlevering zoo te zullen inrichten, dat zoowel de klei- als de heide ijmker tevreden kunnen zijn en zoo eenigszins mogelijk, die te doen plaats hebben vanaf half Augustus tot half October. Zoo ook zal getracht worden om de hoeveelheid suiker, die mag worden aangevraagd, te brengen op 10 kg. per volk.
De heer Silfhout zegt dat gebleken is uit den cursus te Bennekom, dat 10 lessen te weinig is voor het geven van een volledigen cursus in bijenteelt. Het moeten minstens 12 lessen zijn, zoodat de subsidie daarvoor zal moeten worden verhoogd. De heer Stienstra vraagt naar aanleiding hiervan, waarom niet bij het Rijk om vergoeding wordt aangevraagd, op denzelfden voet als cursussen voor volwassenen, zooals verschillende land- en tuinbouwvereenigingen daarvoor subsidie ontvangen.
De heer Moubis wijst op het gevaar dat dreigt tijdens het door reizen van Duitsche ijmkers met hun volken, door het Zuiden van ons land, met het oog op het zooveel in Duitschland voorkomende vuilbroed.
De heer Richards zegt nog, dat behalve Australische-, ook Hollandsche honig naar Indië wordt geëxporteerd. Nu heeft hij voor de Koloniale tentoonstelling te Semarang plaats gehuurd. Hij wil gaarne zonder eenigen winst een deel daarvan afstaan, om Holl. honig te exposeeren en zoo de belangen der Handelskamer behartigen.

De voorzitter wenscht dit aanbod zeer gaarne met dank te aanvaarden.
De heer Beil wijst nog op 't belang, om onderwerpen, die de bijenteelt raken, op de algemeene vergadering te bespreken, in den geest, zooals de heer Tucker dat meermalen voorstelde en niet alleen maar huishoudelijke zaken te behandelen.

Deze zeer geanimeerde en geslaagde vergadering kon de voorzitter met een woord van dank aan de aanwezigen sluiten, waarna ieder zeer voldaan huiswaarts trok.

H. Stienstra.