Het inbrengen van koninginnen.

(vervolg van juli)


In voorjaar en herfst nemen de volken een koningin gemakkelijker aan dan in den zomer. Het moeilijkst gaat dit bij een moerloozen voorzwerm, die rijk aan broed is.
Bevruchte koninginnen worden veel eerder aangenomen dan onbevruchte. In het laatste geval heeft men dus zijn voorzorgsmaatregelen te verdubbelen.

Om een volk een nieuwe koningin te geven, wordt ook gebruik gemaakt van toestelletjes, die erop berusten dat een koningin wordt aangenomen als het volk wordt afgeleid door het geven van voeder. Deze toestelletjes, zie fig. 3, berusten hierop, dat de koningin uit haar opsluiting wordt verlost door de bijen, nadat ze eerst een zekere hoeveelheid vloeibaar voer hebben opgenomen.


Fig. III.
Koninginnekooitjes volgens de methode om de koningin door voedering in te brengen.
12. Geschikt voor lossen bouw, kan steeds tusschen de raat worden gehangen,
doordat het bovenplankje kan worden uitgeschoven en dus passend gemaakt.
13. Geschikt voor vasten bouw om op de bodemplank te worden gezet.


Het eene, met 13 aangewezen, wordt op den bodem der woning neergezet en is dus geschikt voor korven, het andere, 12, is erop gemaakt om tusschen de raten te worden opgehangen van een volk in lossen bouw.
Het toestelletje bestaat uit twee deelen, gescheiden door een dwars plankje, waarin onderaan een kleine opening, waardoor de koningin naar buiten kan komen. Eerst wordt het met vloeibaar voeder gevuld) en op het voer komt een drijver, waarop de koningin wordt geplaatst. Is het toestel geplaatst, dan beginnen de bijen het voeder op te teren, de drijvertjes zinken langzaam naar den bodem, ten slotte is het voeder in de magen der bijen verdwenen, en kunnen ze al honig purende in de ruimte doordringen, waarin de koningin is geplaatst. Ze zijn door den opgenomen honig in vredige toestand gekomen en zullen de koningin aannemen, mits het volk zelf niet reeds bezig was koninginnen te telen, in dit geval is er veel meer risico. Zelfs is het voldoende, om een bevruchte koningin bij te zetten, door deze eerst te dompelen in dun vloeibaren honig en daarna in het moerlooze volk te laten loopen.
In het voorjaar kan men een koningin geven, door wat men zou kunnen noemen „overrompeling". Men schudt een aantal bijen op de bodemplank, overbroest ze met wat honig, en zet de koningin hier tusschen, die nu aangenomen wordt. In den zomer, als broed aanwezig is, zou men daarmede geen succes hebben.

(Wordt vervolgd. )

H. Stienstra.