Rapport Bijenstal-Wedstrijd Afd "Heidebloem"
der Ned. Ver. ter bev. d. Bijenteelt, Haaksbergen.
De Afd. "Heidebloem" van de Ned Ver. ter bev. der Bijenteelt te Haaksbergen, nam in de Alg. Vergadering van den winter 1911-‘12, het initiatief tot het uitschrijven van een wedstrijd van bijenstallen, bijenwoningen, volken enz., waaraan alleen leden der Afd. konden mededingen.
Het doel van dezen wedstrijd was in de eerste plaats: de liefhebberij voor de bijenteelt aan te moedigen en de kennis te vermeerderen, maar tevens te komen tot een betere stalinrichting voor de bijenwoningen en tot een verbetering van de woningen zelve, daarbij van de gedachte uitgaande, dat in een goeden korf of kast alleen een bijenvolk goed kan tieren.
De korfwedstrijd van 1908-‘09 was een eerste stap in de goede richting, om den imkers de eischen te leeren kennen, waaraan een goede bijenkorf beantwoorden moet. De stalwedstrijd kon uitwijzen in hoeverre deze vlechtwedstrijd reeds voor den imker en de bijen ten goede gekomen is.
Wij weten toch allen maar al te goed dat in deze streken tot voor weinige jaren de ronde korf, en over 't algemeen in den meest primitieven vorm, domineerde. De ronde korf heeft hier nog lang niet de plaats geruimd voor de woningen met lossen bouw; en er zullen nog vele jaren over heen gaan voor deze korf nog maar als een unicum hier of daar op een verlaten bijenstand te vinden is.
Daarvoor is de behandeling te eenvoudig, wat voor velen die de bijenteelt als een bijzaak beschouwen, het zwaarste weegt. Maar ook voor de wasproductie kunnen we voorloopig den ronden korf niet missen, waar hij toch de mobielimker het materiaal verschaft voor de meer en meer gevraagde kunstraat.
De imkers in Haaksbergen wisten echter dat de ronde korf veel verbeterd kon worden, vooral wat model-afwerking en dikte der wanden betreft. We kunnen dan ook gerust getuigen dat de meeste imkers die aan dezen wedstrijd deelnamen, hun geheelen stand of een gedeelte daarvan, de bijen gevestigd hadden in den dikwandigen (Luneburger) korf. Waar men van deze een noemenswaardig aantal vond, kon met vreugde genoten worden van het vroolijk aanzien, dat zoo’n bijenstand biedt.
We zullen ons voorloopig ook nog wel wachten den ronden korf als onbruikbaar af te keuren.
Aan den stalwedstrijd namen een 13-tal imkers deel.
Oogenschijnlijk is dit getal zeer gering, vergeleken bij de ledensterkte der afdeeling. Toch moet men niet uit het oog verliezen dat van deze 13, als baanbrekers, veel door anderen overgenomen zal worden.
Men mag dus volstrekt niet beweren dat alleen de mededingers van de voordeelen zullen profiteeren, waar ieder lid gratis een voorbeeld kan nemen aan de vooruitstrevendheid van zijn buurman.
Iedere vereeniging, die wat presteeren wil, moet iets kunnen aanpakken waardoor de leden actief worden; zonder dat, zal men op den duur weinig leven meer bespeuren kunnen. Op dit gebied staat de Afd. "Heidebloem" van al de Afd. der Ned. Vereeniging mee in de voorste rij. Zoo menig sterkere Afd. zou naar verhouding heel wat meer kunnen verrichten, als ze eens een voorbeeld aan de afdeeling Haaksbergen nam. Met contributie innen alleen komt men er niet. Dat de wedstrijd geslaagd is, zal de uitslag u kunnen getuigen. We kunnen gerust zeggen dat we dubbel tevreden zijn over de vorderingen, die het meerendeel der deelnemers in een jaar tijds gemaakt hebben. Wie dat wil zien, bezoeke eens eenige der bijenstanden van de mededingers en laat zich vertellen, of zij door den wedstrijd, meer dan voorheen, op de hoogte gekomen zijn!
Volgens het reglement was de keuringscommissie opgedragen, hoogstens 6 maal ieder deelnemer te bezoeken, en wel:
1. met de uitwintering 1912;
2. voorjaarsontwikkeling;
3. zwermtijd;
4. honigoogst;
5. inwintering;
6. uitwintering 1913.
Door een samenloop van omstandigheden kon zij echter niet voor Mei den eersten rondgang houden, behoudens enkele bezoeken, afgelegd, om eenige der deelnemers aanwijzingen te doen, betreffende een voorgenomen stalbouw.
Hoewel dus niet direct de uitwintering gecontroleerd kon worden, was begin Mei nog vroeg genoeg om te doen zien hoe de imker zijn bijen overwinterd had.
Zelden toch haalt een slecht volk zoo spoedig de schade weer in, wat ons dan ook wel degelijk gebleken is. Daarbij trof het ons, dat bij sommigen, zooals vaak het geval is, de zuinigheid, de wijsheid bedroog. We hebben hun daarop dan ook gewezen en gelooven bijna zeker dat ze de raadgevingen niet in den wind zullen slaan. Ook het korven-materiaal liet bij eenigen veel te wenschen over, maar we hebben bij de meesten in dit jaar reeds veel verbetering gevonden.
Eenigen gebruikten hun bijenstal te veel als werkplaats voor alles wat men bedenken kan. Daardoor zal men eerstens gelegenheid scheppen voor ongenoode gasten, tweedens, bij vriezend weer allicht bij gebruik van een of ander daar aanwezig artikel, stoornis voor de bijen verwekken.
De stal zelf liet ook vaak te wenschen over. Sommigen plaatsen de onderste rij korven gewoon op den grond, een bodemplank ontbrak geheel. De ratenbouw in korven en kasten liet ook soms veel te wenschen over. Niet alleen dat het geheele werk scheef gebouwd was, maar darrenraten waren bij de meesten in te groote oppervlakte aanwezig. Al hoe goed het is te zorgen voor het mannelijk nageslacht, zal men in de bijenteelt toch de darren tot een minimum beperken.
De imker heeft zelf den honig te lief, dan dat hij een groot aantal darren van een meestal karigen voorraad, een lui leventje laat leiden.
(Wordt vervolgd. )