Moderne koninginneteelt gepaard met teeltkeus,
door S. FRANKENHUIS, Haaksbergen.
Naar aanleiding van verschillende standbezoeken in dezen zomer, werden mij door meerdere imkers, "je ware Imkers", veel schriftelijke vragen gedaan omtrent mijne koninginneteelt, met de hiervoor door mij gebruikte kasten en gereedschappen. Deze alle schriftelijk te beantwoorden is mij ondoenlijk, weshalve ik den beteren weg zal inslaan en ons Maandschrift gebruiken om mijne methode mee te deelen. Ik los dan tevens mijne belofte in, reeds vroeger in het Maandschrift tegen over mijne medelezeressen en lezers gedaan.
Voor hem, die veel aan Duitsche bijenlitteratuur doet, zal ik zeker geen nieuws vertellen, daar mijne methode in hoofdzaak de “Kleinsche" is. Zijn er onder de lezers misschien sommigen, die het oorspronkelijke werk liever leeren, dan verwijs ik hen naar den uitgever: Fritz Pfenningstorff, Berlin. "Die Moderne Königinnezucht, von I. Klein, à 1 Mark".
Daar ik echter op mijn stand niets anders gebruik dan het W.B.C. of wel "Kelting"-raam, moest ik mijne koninginneteeltkast en andere gereedschappen hiernaar inrichten.
Ik heb heel wat litteratuur op dit gebied verslonden, en van alles kon mij de „Kleinsche" het beste bevallen, temeer daar deze weer op de Amerikaansche gebaseerd is. De kast heb ik thans drie jaar in gebruik en kan niet anders zeggen, dan dat ze mij best voldoet. Aan de hand van de verschillende afbeeldingen wil ik trachten deze zoo nauwkeurig mogelijk te beschrijven, opdat een ieder, die hiervoor lust gevoelt, deze kan namaken.

Foto 1. Koninginneteeltkast van buiten gezien.
Bij deze afbeelding behoeft niet veel gezegd te worden. De maten zijn 1,48 m. lang, 55 m. diep en 0.41½ m. hoog. De kap is spits toeloopend en met asphalt gedekt. De bodem is dubbel en opgevuld met houtwol.
De voor- en achterkant zijn ook dubbel, doch de planken met kraal hierop vastgespijkerd. Een nadere aanduiding volgt bij de beschrijving van binnen. De kap draait aan scharnieren en wordt door een paar ijzers op afstand gehouden. Aan de beide zijkanten bevinden zich een uitvlieg gat, gedekt met een stukje koninginnerooster, evenals dit bij de Simplexkasten gebruikelijk is. Dit is zeer noodig om de bijen, die bij de behandeling der volkjes wel eens achterblijven, een uitweg te doen vinden.
De vlieggaten zijn alle twee aan twee op verschillende hoogten aangebracht, en om ieder een figuur in verschillende kleuren geschilderd. Dit vergemakkelijkt de koningin bij het uitvliegen op hare bruiloftsvlucht, om hare afdeeling terug te kunnen vinden. Een vervliegen komt zeer weinig voor, en is dit meestal op een gebrek aan oriënteering bij de koningin terug te voeren.

Fig. 1. Vliegplankje voor twee afdeelingen.
a. Vlieggaten. b. Vliegplankje.
Die de kast vrij kan plaatsen, kan de vlieggaten ook aan beide zijden maken en deze alleen aan den onderkant van de kast aanbrengen. Dit vergemakkelijkt nog meer het verwisselen der binnenste kastjes onderling. Men maakt dan de vlieggaten ook twee aan twee met één vliegplankje, gedeeld door een tusschenschotje, zooals fig.1 aangeeft. De onderlinge ruimte wordt dan grooter, omdat er aan iedere kant slechts 6 volkjes vliegen. Een nadeel is dan weer, dat men steeds bij de behandeling de zes volkjes van den eenen kant in den weg staat. In den bronstijd der koninginnen mag men dan ook niet midden op den dag de volkjes inspecteeren. De geheele kast rust op eenzelfde onderstel, waarop ook mijn andere kasten zijn geplaatst.
Zooals reeds gezegd, is deze dubbelwandig met dubbelen bodem, gevuld met houtwol. De binnenwerksche maten hiervan zijn: lang 1,44 m., breed 47½ cm. en diep 36½ cm. De vóór- en achterkant is dubbel hout. De binnenplank is van 2½ cm. sterk hout en 24½ cm. breed.

Foto 2. De koninginnekast van binnen gezien.
Daar de kastjes (foto 3) 29 cm. hoog zijn krijgt men een vrij uitstekend gedeelte van 4½ cm, waarbij men de kastjes gemakkelijk kan aanvatten, om uit te nemen. Zooals de foto aangeeft, bestaat de kast van binnen uit 12 kastjes, volgens foto 3. Aan de beide kanten van de 12 kastjes blijft er dan zooveel ruimte over, om de beide zijkanten te kunnen opvullen met houtwol of andere warmtehoudende stof. Met een oude bed- of paardedeken er overheen, en de volkjes zijn voor den sterkste winter voldoende verpakt.
Foto 3 en 4, geven een beeld van een der 12 binnenkastjes. Deze bestaan uit: a. twee plankjes, groot 47 bij 29 bij l c.M.; b. het geraamte met vastgelijmden en gespijkerden bodem. De bodem heeft een maat van 44½ bij 8.4 bij 1½ en zooals de foto duidelijk laat zien, is deze in de zijkanten ingelaten. Dit verhoogt de stevigheid der kastjes. De zijkanten zijn 29 bij 4.2 bij 8.4.cm. De binnenkant tot aan de schuin uitgesneden inkeping(foto 4) bedraagt 22.4.

Fig, 2. Doorsnede van de koninginneteeltkast.
Hierdoor verkrijgt men een bovenruimte van uit den bodem der inkeping van 6½ cm.. Deze is noodig voor de raampjes en de dekplank met spongat. Door den spits toeloopenden binnenkant en de plat uitgestoken ruimte krijgen wij, dat de bijen de raampjes niet vastkitten en onder de raampjes kunnen doorkruipen.
De dekplank meet 44 bij 8.4 bij 3.6 cm.; een spongat van 8 cm. diameter, naar beneden zoo ver als 't kan schuin uitgesneden, afgesloten met vilten spon (d). Ook kan men hierdoor met den Thüringer "Luftballon" voederen, en ook suikerdeeg inleggen. De beide uiteinden van de dekplank zijn voorzien van opgespijkerde latjes, 3 bij 3 cm, waardoor het den bijen mogelijk is tusschen de raampjes en dekplank door te loopen.
Aan de beide einden der 12 kastjes bevindt zich een afscheidplank, van dezelfde afmetingen als de plankjes a, doch van 2½ cm. dik hout. Deze zijn ook bewegelijk en dienen als afscheiding tusschen de opvulling aan de beide zijkanten en het laatste kastje.

Foto 3. Binnenkastje voor W.B.C. ramen.
Daar de kastjes paarsgewijze bij elkaar behooren, zijn de vlieggaten ook hiermee in overeenstemming gebracht, twee worden aangebracht vlak over de bodemplank der kastjes en twee op 19½ cm. hoogte buitenkant der kastjes. In de kastjes geeft men deze den #8745; vorm zie foto 8, (is echter niet te zien), 1½ bij 2,2 en in de buitenkast geheel rond.
De binnenkast is dus geheel en al beweeglijk. Wil men twee volkjes vereenigen, dan neemt men de tusschenschotjes weg en plaatst die achter het bijgevoegde kastje. Zijn de kastjes eenigen tijd bezet geweest, dan kitten de bijen de zijschotten vast, welke men met een mes gemakkelijk kan los maken.
Foto 4 geeft hiervan ook een duidelijk beeld. In 't voorjaar bij de uitwinteringsinspectie, en ook zoo noodig in den zomer, haalt men ieder kastje er afzonderlijk uit. Wij lichten het eene zijplankje af en met een mes of haakje kunnen wij den bodem reinigen.

Foto 4. Hetzelfde uit elkaar gelegd.
Let er echter degelijk op, dat ieder kastje weer op zijn oorspronkelijke plaats komt, anders geeft het moeite met het vlieggat. Ziezoo, nu maar aan het timmeren, en een volgende keer zullen wij een begin maken met de bevolking der kast en het telen van onze koninginnen uit het stamvolk.
S. Frankenhuis, Haaksbergen.