Snelvoedertoestel.

Boekelo, 21 Sept. 1913.

Weledele heer,
In een der nummers van het Maandblad, 'k meen van 't vorige jaar, noemde U de tot nu bestaande voedermiddelen over 't algemeen te klein of te gecompliceerd, om vlug suiker in te voeren. Ook ik vond altijd dat telkens naloopen der "Luftballon" te werkzaam. Hierbij geef ik U een schetsje van een voederbak, door mij gemaakt en toegepast, die U mogelijk nu ook nog beproeven kunt. Een plank van ½ duim dik en een oppervlakte die ruim binnen de honigkamer van een "Simplex" past. In 't midden (A) een spongat, waarin een gewone houten of vilten spon past. Daaromheen een opstaand randje van 1 tot 1½ cm.. hoog. Evenzoo buiten aan een opstaand randje van die hoogte. De geheele plank voorzien van smalle, ondiepe groefjes. Met was goot ik alle randjes dicht, zoodat mogelijke gemorste suiker in den bak bleef staan en niet door spongat of aan den buitenkant wegvloeide.


A. Spongat, wijdte als voor gewone spon.
B. Opstaand kantje van 1 cm.
C. Groefjes. 1½ cm. van elkaar, 4 mm. diep.
D. Honingkamer, die om de voederbak sluit.
E. Voederflesschen.


Men legt dit bakje op de broedkamer, nadat die gedekt is met een kleedje, waarin in 't midden een gat. Neem nu 10 à 12 of minder honigglazen van 1 pond, al naar de hoeveelheid die de bijen gevoerd moet worden en vul die met suikerstroop. Een plat stukje blik voor afdekking van den hals der ponds honigglazen, om deze in omgekeerde houding op den voederbak te zetten. Het blik wordt vlug weggetrokken. Tijdens deze bewerking wordt het spongat gesloten gehouden!
Plaats nu de honigkamer om alles heen en dek de geheele geschiedenis af, nadat de spon verwijderd is. Voor afdekking gebruik ik een stroomat in lijst gevat, passende op de honigkamer. Ik meen dat de beschrijving voor een imker duidelijk genoeg is, met de afbeelding. Mocht U het niet begrijpen, dan wil ik U mijn voederbak wel zenden. 't Voordeel van deze methode is, dat in 2 keer voederen een volk haar geheelen wintervoorraad gegeven kan worden.
Hopende dat het U zal bevallen, teeken ik,
Hoogachtend,
Uw dw. dn.,
J.H. TE VELTHUIS.


Daar mijn volken alle voldoenden wintervoorraad hebben opgehaald, kan ik dit jaar het aangegeven toestel, waarvan ik onder den naam van "Snelvoedertoestel" hier de teekening geef, niet toepassen. Ik acht het doelmatig genoeg, om het te brengen onder de oogen van belangstellende lezeressen en lezers, die er misschien proef mee zullen nemen. De geschiktheid van dergelijke vindingen moet toch door de practijk worden uitgemaakt. De heer te Velthuis schreef mij, naar aanleiding van een paar bezwaren, die ik aanvoerde, dat er van verdrinken van bijen geen sprake is. Hebben de bijen eventueel gemorste suikerstroop weggelikt, dan zitten ze in cirkels rondom de honigglazen, terwijl ze de stroop er als 't ware onder weg likken.

De plank moet zuiver geschaafd zijn en waterpas liggen. Geheel zuiver waterpas is niet eens noodig; de dikke suikerstroop vloeit moeilijk.
De heer te Velthuis zette Zondagmorgen 28 September 10 ponds flesschen op, die Maandagavond dienaanvolgende ledig waren. Bij koud weder gaat deze voedering niet, alles koelt dan teveel af.
De heer te V. weegt op een koelen morgen zijn Simplex broedkamers, hebben deze een gewicht van plm. 40 pond, dan kunnen ze gerust tot April staan; 't ontbrekende wordt bijgevoerd. Bij deze methode behoeft dus niet alles nog eens te worden losgetrokken, tijdens het inspecteeren van den voorraad.

H. Stienstra.