Van over het groote water.

In de aflevering van 15 Dec. van het Amerikaansche tijdschrift "Gleanings in Bee-Culture", wordt mijn aandacht getroffen door een paar berichten, die ik ten profijte van hen, die dat tijdschrift niet lezen, hieronder wil herhalen.

Eerst een mededeeling over den bijenuitlaat van Hodgson, daarin verschillende met den bij ons bekende, dat het grootste gedeelte van de plank vervangen is door draadgaas en er 2 uitlaten in den middenlat zijn aangebracht. Ik heb er geen persoonlijke ondervinding van, doch de honingkamer schijnt bij gebruik van onzen plank met Porter's uitlaat te koud te worden en dus den honing moeilijker te slingeren, en dit nadeel schijnt door het gebruik van een gaasraam opgeheven te worden.

Ten tweede lees ik een getuigenis van iemand, omtrent het buitengewoon gunstige resultaat verkregen bij het inbrengen van moeren door middel van rook. Wil een ander lezer van "Gleanings" deze methode uit de Sept.-aflevering, welke ik niet ter beschikking heb, eens in het volgende maandblad meedeelen? Zij schijnt af te wijken van de methode door salpeterdamp, die in onze Sept.-aflevering genoemd wordt.

In de staat Minnesota (met nog geen half miljoen inwoners, geloof ik) wordt door de regeering jaarlijks 7000 dollars (f 17.500) uitgegeven voor ontwikkeling der bijenteelt. Hiervan, zullen f 7500.- besteed worden voor een afdeeling Bijenteelt aan de Universiteit. Aan 't hoofd van die afdeeling is een predikant benoemd, die zich voorstelde een cursus van 30 dagen te geven, welke 6 Januari beginnen zou, en dan nog een cursus van 90 dagen gedurende April, Mei en Juni. Hij stelt zich voor 100 volken te houden om zijn lessen er op toe te passen. Dat is nog iets anders dan bij ons!

Als slot een bericht omtrent de hoeveelheid raathoning die door een bekend imker daarginds gewonnen is met 72 volken, n.l. 266.74 secties per volk. De gelukkige imker is 82 jaar en doet reeds meer dan 50 jaar aan bijenteelt.

Zeg, heer Frankenhuis, waar blijft U?

J.C. STAM, Leiden, 5 Januari 1913.