Waarnemingsstation Boekelo in 1913.


't Jaar 1913 is voor de imkers in deze buurt een ongeluksjaar geweest. Was er de beide voorgaande jaren niet te pochen, zooals 1913 was, herinneren zich maar weinigen.
Bij vele imkers hebben de bijen zelfs geen wintervoorraad gehaald en verhongerden in Augustus volken op de heide.
Wie echter niet te véél, of niet vermeerderd heeft, mocht van eenige volken nog een surplus halen en kon bij de overige rekenen dat ze hun wintervoorraad nog wel binnen hadden.
Ook de waarnemingsstok heeft het nog zoover gebracht.
De tweede broedkamer in Mei geplaatst (met 't omhangen) met 9 ledige raten en één goed gevulde, is in Sept. er weer afgenomen en de raten waren zoo droog als kurk.
Met het toedienen van 1 kilo suiker kon de winter gerust ingegaan worden, omdat de voedselvoorraad weer ongeveer op 't zelfde gewicht was als 't vorige jaar.

De aanteekeningen in Juli en Aug. zijn niet geheel volledig omdat het verbruik van honing niet aangegeven is. De dracht in die maanden was echter zóó gering, dat mij ten eenenmale de lust ontbrak de weegschaal dagelijks na te zien. De lezer wil mij dat zeker wel vergeven, want ik denk dat menigeen dien tijd hopeloos gestemd was. Toen in Aug. nog eenige goede dagen kwamen, waren geen bijen aanwezig om ervan te profiteeren. De broedaanzet heeft in Juli bijna stilgestaan.
Ook scheen de heide hier geheel verbrand; op vele plaatsen.


Ook dit jaar is den imkers weer duidelijk geworden, dat alle vermeerdering van volken uit den booze is.
Maar enkele jaren, zooals in 1910, kan dit voordeel brengen; welk voordeel echter niet opweegt tegen de nadeelen in slechte jaren.
Laat ons dus alles beproeven de bijenteelt zoo te gaan drijven, dat vermeerdering der standvolken een uitzondering blijft en dat we van die volken doortelen, welke (bij overigens goede eigenschappen!) de minste neiging daartoe toonen.
We zullen zien dat op den duur daar het geheim der bijenteelt zit. Koninginneteelt moet dus geen bijzaak zijn, maar een hoofdzaak worden.

Ik heb op mijnen stand een volk, dat nu reeds 2 jaar niet gezwermd heeft. 't Vorige jaar behield ze de koningin en dit jaar heeft ze van koningin verwisseld zonder te zwermen. Ik kreeg het vorige jaar den meesten honig van en ook van 't jaar werkte ze 1½ honigkamer vol tegen dat de anderen 't nog niet tot één brachten.
Welnu; op zulke volken kan men alle jaren rekenen. Zij maken altijd de moeite aan ze besteed weer goed,
We willen hopen, dat de naaste toekomst ons maandschrift nog veel over koninginneteelt zal leveren.



J.H. te Velthuis.