Secties.
Het winnen van slingerhonig is zeker een prachtig werk. Als de zuivere honig in een doorschijnende straal uit den slinger vloeit, en wanneer daarna een flacon er mede wordt gevuld, is men kinderlijk blij het kleurige vocht te zien tintelen in de zonneschijn.
Nog mooier echter is een raampje geheel gevuld met honig in de raat, zuiver wit van maagdelijk was, doorschijnend voor het licht.
Voor 't oog is echter nog 't meest bekoorlijk honig in secties.
Het winnen van sectiehonig is echter het moeilijkst van alles. Kost 't al moeite de bijen in de honigkamer te krijgen, in de secties gaat dit nog lastiger. De ruimte is zoo vol dat 't wel begrijpelijk is, dat de bijen niet gaarne in de secties aan 't werk gaan, dit zal men wel begrijpen, als men de afbeeldingen nagaat, die dit artikel vergezellen om een idéé te geven van het winnen van sectiehonig.
Slechts als de volken overvloeien van sterkte zullen ze er in gaan werken. Een voorname zaak is er voor te zorgen, dat de honigkamer, thans sectiebak, zeer nauwkeurig op het broednest sluit en boven moet alles zuiver en duchtig afgedekt wezen om ervoor te zorgen dat geen warmte uit het broednest kan ontsnappen. Hierop kan niet te nauwkeurig worden gelet. Alles baat echter niet, wanneer er geen vol gewin is. Bij matige dracht is 't nog wel mogelijk raathonig te winnen in de gewone honigkamer.
Voor sectiehonig is echter volle dracht noodig. Misschien dat de bijen ook tegengehouden worden in de secties te gaan werken, doordat de fijne voorbouw vaak van alles behalve zuivere was is vervaardigd.
De heer Kelting ontraadt op pag. 72 van de „Moderne imker" het winnen van raat- en sectiehonig, omdat er betrekkelijk weinig vraag naar dit artikel is en omdat deze honig niet lang vloeibaar blijft, maar versuikert en dan ongenietbaar is. Nu staan op dit oogenblik 2 Maart eenige secties voor mij, die ik won in 1913 en waarvan de honig nog volkomen vloeibaar is. Veelal wordt ook beweerd dat als kenmerk voor zuiveren honig moet gelden, dat deze kristalliseert. Ik stel hier mijn ondervinding tegenover, dat lang niet alle zuiver gewonnen natuurhonig kristalliseert.
Voor streken waar de hoofddracht de heide is, kan ik daarom het winnen van honig in de raat aanbevelen, hoewel ik moet toestemmen dat men niet steeds gemakkelijk dit artikel tegen behoorlijken prijs kan kwiteren, dit is een kapitale fout. welke door de Handelskamer zoo spoedig mogelijk moet worden verbeterd. De honig in de raat, en dus ook de sectiehonig, biedt van alles nog de zekerste kans van onvervalscht te wezen, al zij 't toegestemd, dat vervalsching ook hier niet buitengesloten is.
Hiertoe instaat gesteld door het Fransche maandblad L'Apiculteur, wensch ik ook door 't beeld een voorstelling te geven hoe er met secties wordt gewerkt.
Ik zal mij bepalen tot een beperkt en tekst bij deze afbeeldingen.
Er zijn secties, die boogvormig uitgesneden zijn en andere, die niet zijn uitgehold, zie fig. 1 en 2. De vorm is ook onderscheiden.
De Amerikaansche sectie weegt bruto 453 gram en bevat ongeveer 411 gram uitgeslingerden honig, 14 gram raat en: 28 gram hout. Het hout heeft een dikte van 3 mm.
De handel levert secties in wit hout, van linde, wilg of abeel, meestal uit één enkel stuk, die volgens de insnijdingen kunnen worden samen gevouwen en door de inkeepingen bij X gemakkelijk en stevig worden samengevoegd, zoodal de sectie ontstaat, fig 3.
Om dit samenvouwen gemakkelijk te kunnen doen zijn verschillende werktuigen in gebruik, voorgesteld door figuur 4.
Om het vouwen te vergemakkelijken en breken te voorkomen maakt men de secties op de buigplaatsen met warm water nat, of men bevochtigt deze plaats met den damp van kokend water.
Fig. 4. Rechthoekig blokje om secties te vouwen.
Fig. 4x 4a 4b. Verschillende werktuigjes om secties te vouwen.
Om meer stevigheid te geven, strijkt men aan elke buigplaats wel een weinig krachtige lijm. Men kan dit bevochtigen gemakkelijk uitvoeren, door een fonteintje, gevuld met warm water. Zie fig. 5a.
Ook kan men dit doen, door de secties, op de tafel, zoodanig te leggen, dat de groefjes der buigplaatsen correspondeeren, daarna giet men warm water uit een kruikje in deze groeven.
Vooral kan men de secties ook in warm water een tijdje weeken. Om niets van de kleur te verliezen, doet men in dit water een weinig waterstof superoxide, H2 O2, dat bleekende kracht bezit.
Men verlangt immers zuiver witte secties. Daarom worden deze voor ze in den handel komen met zwavelig zuur gas, dat is de damp van brandende zwavel S O 2, behandeld. Dit gas bezit bleekende kracht. Jammer echter, dat dit bleeken geen blijvende blankheid geeft.
Waterstof superoxide sterk verdund met water werkt ook bleekend, zonder nadeelig in te werken. Deze stof is in elke apotheek te koop. Men heeft er slechts weinig van noodig.
In Amerika gebruikt men voor 't buigen en plaatsen van den voorbouw een speciale pers, waardoor één persoon in staat is, verscheidene duizenden per dag kant en klaar af te leveren. Elke sectie, die zuiver haaksch is, moet van voorbouw of geheele raat worden voorzien.
Deze kunstraat moet zeer dun zijn en per Kg. 200 à 250 vierk d.M. groot wezen, d.i. 4 gram per sectie van één pond.
Fig. 5, 6 en 7 geven aan hoe dit wel gedaan wordt, ook geeft men wel enkel van boven een smal stukje voorbouw.

Het vastkleven moet heel zindelijk met een kwastje en vloeibare was gebeuren. Fig. 8 en 9 geven daarvoor werktuigjes aan.
In 't groot maakt men van andere meer geschikte werktuigjes gebruik; deze worden voorgesteld door fig. 10.

Fig. 8 en 9. Werktuigjes in gebruik bij 't bevestigen der kunstraat.
Fig. 10. Werktuigen voor 't vasthechten der kunstraat
Indien in de sectie geen overlangsche groeve aanwezig is, maakt men gebruik van het blokje C, dat de halve dikte van een sectie heeft. De kunstraat wordt hierop neergelegd, de sectie er om gevouwen, vooraf wordt het blokje bevochtigd om te voorkomen, dat de raat eraan vast kleeft. Het vasthechten der kunstraat geschiedt ten slotte op de manier, zooals wel blijkt uit de fig. 11 en 11a. Bij 11 is alleen de bovenkant doorgesneden, bij fig. 11a behalve de bovenkant ook nog de twee zijkanten.

Fig. 11. Aan den bovenkant, Fig. 11a. Aan drie kanten gespleten sectie.
De vulling der sectie mag alleen slechts van onvervalschte en flink gezuiverde was geschieden. Wel zijn er imkers, die dom genoeg zijn om hun natuurgenooten, Stearine, zoo niet nog minder genietbare stoffen te laten eten, in den vorm van uitstekend gewalste kunstraat.
Beschikt men over zuivere, maagdelijke raat, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt, en men krijgt een uitstekend product. Het bevestigen moet dan geschieden door het spannen van een paar katoenen draden, dat de bijen zelve wel verwijderen. Dit zal ook een geschikt middel zijn om den zwermlust te beteugelen.
Een goede maatregel is ook nog, dat de vier hoeken van raat worden voorzien, want de bijen zijn er vaak op uit, om deze over te slaan, waardoor het aanzien der secties wordt benadeeld.
Voorziet men de verschillende zijkanten van voorbouw, dan bouwen de bijen, in verschillende richting, waardoor ze sneller gereed zijn.
Bij 't plaatsen van uitgebouwde raat moet men er wel opletten, dat de cellen eenigszins naar achteren afhellen, anders zullen de bijen er niet toe overgaan om er honig in te verzamelen.
(Wordt vervolgd.)(juli)