INGEZONDEN.
Mijnheer de Redacteur!
In de eerste plaats mijn dank voor Uwe welwillendheid, mij voor het ter perse gaan van het ingezonden stuk van den Secr.-Penningm. van Dalfsen in het Maartnummer, ter inzage te zenden. Het was mij toen niet meer mogelijk, U, Mijnheer de Redacteur, tijdig antwoord te geven en in de tweede plaats aan de Afdeeling Dalfsen, want H.J. van Ankum teekent als Secr.-Penningm.
Ook kan ik nu meedeelen dat zijne afdeeling werkelijk onder die enkele behoorde die suiker vroegen, en dat zij mij ook de mededeeling heeft gedaan, dat de toestand der volken ongunstig was. En welke gronden ik nu heb gehad, om te rapporteeren dat geen suiker geleverd moest worden in het voorjaar, dat dunkt mij is zeer duidelijk, mijnheer van Ankum. Ik heb geen rapport uitgebracht over die enkelen, niet over die vier of vijf afdeelingen, maar ik heb gerapporteerd over 120 afdeelingen.
Hoe of de afdeeling nu komt tot de gevolgtrekking dat zij onwaarheid heeft gezegd, dat begrijp ik niet, dat is zeker Dalfsche logica. Er staat in mijn rapport geen woord dat de afdeeling Dalfsen, op zijn zachtst gesproken, "gejokt'' heeft. Maar ik vind het wel wat verwaand te durven denken dat er uitsluitend rapport over de Afdeeling Dalfsen uitgebracht wordt, met verwaarloozing van 115 andere afdeelingen. De negatieve verklaring „niet zoo ongunstig" houd ik staande, mijnheer van Ankum, en dat beteekent „dat de toestand voor ons land voor 115 afdeelingen niet zoo ongunstig is, als de afdeeling Dalfsen het wel wil laten voorkomen".
Verder, mijnheer van Ankum, kan ik rapporteeren, en heb ik gerapporteerd, dat voldoende suiker is aangeboden, niet verstrekt, daarover heeft noch Hoofdbestuur, noch Afdeelingsbestuur iets te zeggen. Dat hangt heelemaal af van de ijmkers zelf.
Er is in het najaar van 1913 aan de ijmkers gelegenheid gegeven om 7½ kilo, zegge 15 pond suiker per opzetter te koopen. Er is dus genoeg suiker per opzetter aangeboden, dunkt mij. Maar dat de Afdeeling Dalfsen niet genoeg gekocht heeft, dat is toch de schuld niet van den leeraar of van zijn rapport ?
De afdeeling Dalfsen heeft in het najaar 1913 2400 kilo suiker gekocht. In het verslag van deze afdeeling over 1913 staat, dat zij hebben 800 stuks vasten bouw en 50 stuks lossen bouw, samen 850 stuks. Ik wil aannemen, dat van Ankum zeer waarheidslievend is; want hij schijnt juist in zijn waarheidsliefde gekwetst te zijn, dat hij nog 50 stuks minder heeft, dat er zijne afdeeling 800 volken zijn, dan heeft elke Dalfsche opzetter gemiddeld 3 kilo suiker gehad.
Nu vraag ik mij af, "was de ongunstige toestand van de korven te Dalfsen den ijmkers den 1e October 1913 bekend, ja of neen?"
Was hij wel bekend, waarom namen ze dan geen 4½ kilo per opzetter meer, dan ze nu genomen hebben. Want, als er dit voorjaar suiker verstrekt was, dan was niet meer dan 2½ kilo per opzetter gegeven geworden, dus nog 2 kilo minder dan ze in het najaar hadden kunnen bekomen. Was de ongunstige toestand niet bekend, dan wordt het hoog tijd dat ze het leeren met hoeveel een bijenvolk den winter ingestuurd moet worden.
Neen, mijnheer van Ankum, de ijmkers vragen niet uit weelde suiker, maar ze vragen suiker, omdat ze in het najaar te weinig besteld hebben.en als uwe afdeeling in het voorjaar ook liever honing voert, dat is heel wijs van uwe afdeeling, want honing in het voorjaar is veel beter dan suiker, (maar niet zoo voordeelig!!), dan zou ik de afdeeling raden eens te vragen aan den heer J. D. Richards, voorl. Direct van de H. K. te Velseroord, of hij ook besten voerhoning voor uwe afdeeling weet.
Tot slot, mijnheer van Ankum, dit nog.
Aan den oproep van de Afdeeling Lonneker-Enschedé heeft eene afdeeling gehoor gegeven, of dat uwe afdeeling Dalfsen is geweest, weet ik niet, maar ik hoop het voor hare consequentie. Dan nog werd op de Algemeene Vergadering 7 April geen woord gerept over de niet suikerlevering in het voorjaar. Zelfs door zeer velen goedgekeurd.
U, M. de R., dankend voor de verleende ruimte en hopende, dat de leden van de Afdeeling Dalfsen in het najaar 1914, als de Regeering weer de gunst verleent, zullen geleerd hebben zooveel suiker te koopen, dat de Secr. Penn. van de afdeeling in het voorjaar van 1915 geen ingezonden stuk in het Maandblad behoeft te plaatsen om zijn beklag te doen,
teeken ik, Uw dw.,
L. van Giersbergen.