Maandelijksche Werkzaamheden door Bijenman.
Mei-Juni.
Nadat mijn vorige Bijenstaatkundige brief naar onzen „Veldmaarschalk" werd opgezonden, heeft op mijn stand bij een warm Maartzonnetje, de groote voorjaarsinspectie plaats gehad. Zooals ik vooruit reeds kon voorspellen was de uitwintering prachtig, en sloot zich zeer juist aan de inwintering aan. Voor de zooveelste maal hebben mijne "Simplexjes" bewezen een bijenwoning bij uitnemendheid te zijn en kunnen wij Nederlandsche imkers den uitvinder dezer kast niet genoeg dankbaar zijn. Het zal ons streven zijn, om het bedrijf in deze woning meer en meer te vereenvoudigen en op opbrengst in te richten. Ik zoude onze handelaren in deze woning dan ook willen aanraden om met de gebruikers van deze woning in voortdurende connectie te blijven, zoodat ze naar ieders smaak en bedrijf ingericht kan worden.
Doordat ik den laatsten tijd nog al goed had opgepast, kreeg ik van mijn huiselijke Minister van binnen- en buitenlandsche zaken, een verlofpas en reis- en teergeld, om met de prachtige Paaschdagen een uitglippertje naar onze Oostelijke naburen te maken.
Ik bezocht daar een paar groote Bijenstanden en had zoodoende de gelegenheid om het Imkersbedrijf daar aan het onze te toetsen. Er heerscht daar evenals in ons land onder het imkersgilde nog een groot conservatisme, en moest ik soms werkelijk lachen om de buitenissigheden, waar ze zich daar mee bezighouden.
Het Paviljoen-systeem is er overheerschend, en alhoewel het niet te ontkennen valt dat dit systeem ook veel voordeelen heeft, kan het toch niet een z.g. vrijstand evenaarden. Men moet eigenlijk verbaasd staan met hoeveel hardnekkigheid sommige groot-imkers er over uit zijn om ook het Paviljoen-systeem te vergemakkelijken om met minder tijd een grooter getal volken te kunnen behandelen; zelfs daar, waar ook geen gebrek aan ruimte voor een vrijstaand is.
Zoo zag ik bij een imker, die er kasten op nahield waarin het broednest op een kruiwagen staat en hij dit bij een behandeling naar zich toe kon trekken. Deze kasten, de Kuntzsch Breitwabenzwilling genaamd, kosten het respectabele sommetje van veertig mark of vier en twintig gulden. Ik zeide tegen dezen imker, bij ons is het wel gebruikelijk bij de scharenslijpers, om hun have en goed en kroost op een kruiwagen rond te varen, doch bij onze imkers is dit gelukkig nog geen gewoonte.
Een ander noemde zijne woningen „de Trapezbeute", wij Hollanders zouden zeggen Goochelkast. Weer een ander had een „Kubusbeute" of te wel vrij vertaald, Dobbelsteenwoning. Wanneer ze daar nu nog een,, "Spiritistenwoning" bij gaan uitvinden, dan is het zaakje compleet; doch: nabuur blijf jij bij het uwe en laat ons de zegeningen van het W.B.C bedrijf.
Wanneer deze brief onder de oogen van mijne mede imkers en imkeressen komt, is óf de zwermtijd reeds daar óf binnen eenige dagen te wachten. Ook bij de behandeling der zwermen worden nog veel fouten begaan. In de eerste plaats bij het z.g.n. jagen. Jaag nooit een volk af of het moet wel ter dege zwermrijp zijn, dat is: gesloten moercellen hebben en uitgeloopen darren. Zit een zwerm aan een boom, laat deze dan zoolang hangen, totdat de bijen op enkele na aangevlogen zijn. Zit de zwerm in een doornhaag, wat bij mij meestal het geval is, dan is dit nog al een lastige plaats om te scheppen. De nood maakt den mensch vindingrijk en zoo ging het ook mij. Ik gebruik hiervoor een verstelbaar tafeltje op vier pooten, met een aan den eenen kant vooruitstekend blad.
Dit blad is bevestigd aan vier pootjes, welke in de andere pooten op en neer kunnen gaan, dus vierkant en hol zijn, en voorzien van gaatjes. Naar gelang der hoogte, waarop de zwerm zit, stel ik het tafeltje en schuif den uitstekenden kant onder den zwerm. Op het tafeltje zet ik den vangkorf op een steen of blokje hout en veeg den staart van den zwerm hierop. Het is een genoegen om te zien met welk een „air" de zwerm in den korf trekt, alsof hij zeggen wilde: mijn baas is een gladde vent"!
Laat een zwerm altijd een of twee dagen met minstens één nacht op een koele plaats z.g.n. "narijpen". Het volk moet eerst tot rust komen, en den zoogenaamden bolvorm hebben aangenomen. Want in dezen bol wordt de goede verstandhouding tusschen volk en koningin gesloten. De Zwitsers noemen dit den „Herdetrieb"; en wij zouden zeggen: de Hollandsche huiselijkheid aankweeken. Dit verklaart ook, dat het toezetten van een koningin in een zwerm-volk of een volk in den zwerm toestand gebracht, altijd gelukt. Ook is het vormen van een bol in een woning met kunstraat niet mogelijk. Na die twee dagen laat men den zwerm het liefst voor de woning om ze zoo naar binnen te laten trekken.
Zorg steeds dat de woning een frisschen aangenamen reuk heeft en van boven goed is afgesloten. Het komt dan zelden voor dat een zwerm weer uittrekt.
Wie vermeerderen wil, make zooveel mogelijk broedafleggers met moerdoppen uit zijn beste volken. Hiervoor neme men ramen met uitloopend broed en een gesloten moercel of pas uitgeloopen koningin. Wil men niet omhangen en ook niet vermeerderen, doch raathoning oogsten, dan zoude ik de volgende behandeling willen aanraden.
Zet, zoodra er dracht komt de honigkamer op. Komt nu de voorzwerm af, dan zet deze hoogstens met drie ramen met bijen, op kunstraat of uitgebouwde ramen, op de halve plaats van den moederstok. Zoodra deze roept snijdt ge alle moercellen af, of wilt ge liever laten zwermen, dan doe zulks, nadat de zwerm geschept is. Den zwerm geeft ge terug. Is de jonge koningin aan den leg, dan doodt ge de oude koningin, die er naast staat, en hangt het broed in de jonge bij. De kast komt dan op de oude plaats te staan, en de kast, die de oude moer zoolang tot onderdak heeft gediend, wordt weggenomen. Zoodoende houdt ge uw volk sterk.
Alhoewel wij thans — einde April — het mooiste weer van de wereld hebben, en er op mijn stand al aardig honing wordt binnengehaald, zoo wees toch op uw hoede. Het is reeds meer gebeurd, dat er midden Mei nog volken den hongerdood zijn gestorven.
Wie een goede bodembedekking voor zijn stand wil hebben, kan ik grove tuingrind ten zeerste aanbevelen. Niet alleen dat dit veel bijen van den verkleumingsdood afhoudt, maar het werkt ook ziekte voorkomend. Alle ziektekiemen en sporen worden door het regenwater van het kiezel afgespoeld en dringen in den bodem, en worden dus voor de bijen onbereikbaar. Ik heb tenminste nog nooit zoo weinig verkleumde bijen voor mijn stand gevonden, als nadat ik mijn open terrein voor mijn stand hiermee bedekt heb.
Alhoewel het wel wat laat komt, wil ik diegene, welke zijn kunstraat nog moet gieten het volgende goedkoope en probate losmiddel aan de hand doen.
Neem vier groote rauwe aardappels en wrijf deze over een rasp, met schil en al, in een vlakke pan. Giet er 1½ liter heet water op en roer de massa dooreen. Laat het een kwartiertje staan en filtreer het door een doek. Naar gelang der behoefte kan men meer of minder aanmaken. Dit middel is even goed als spiritus, honing en water, en wat ons, imkers, het beste past, het kost bijna niemendal.