INGEZONDEN.

St. Jac. Parochie, 19-4-'14.
Geachte heer !
Het volgende stukje had ik gaarne in 't maandblad geplaatst:

Mijnheer de Redacteur.
Vergun me nog een weinig plaats om een paar regels te schrijven: In een der maandbladen van den vorigen jaargang schreef ik over den last, dien ik gehad heb met 't plaatsen van mijn twee bijenkasten, daar deze gemeente, 't Bildt, voorschrijft met bijenvolken 200 M van den openbaren weg verwijderd te moeten blijven. Men treft hier haast geen bijenhouders aan; waar zou 't heen moeten, indien bijv. in Overijsel of Gelderland, een dergelijke verordening bestond.

Doch terzake: 't Is mijn bedoeling om U te laten weten, wat ik gedaan heb om ongemoeid de bijensport te kunnen blijven beoefenen. Aan de secretarissen der gemeenten Hengelo — Enschedé — Almelo — Deventer — Apeldoorn en Amersfoort vroeg ik om een bewijs, waarop vermeld stond, welke voorschriften er in hunne gemeenten waren, op welken afstand van den weg bijenvolken geplaatst mochten worden. Alleen te Apeldoorn was dit 20 M., dus 1/10 van den afstand voor deze gemeente. De andere plaatsen hadden in 't geheel geen voorschrift. Met bovengenoemde zes papiertjes gewapend ging er weer een rekest op zegel naar Burgem. en Weth. Vooraf had ik een bezoek gebracht bij den Burgemeester den heer Hesselink, welke ik de zaak mondeling uiteenzette en hem mededeelde, dat mijn bijen niet anders geplaatst konden worden op afstand van 3 wegen, welke 36 M., 125 M., en 60 M, van den bijenstand verwijderd waren, doch door de goede hulp van genoemden heer, welke thans wel een ander inzicht in deze zaak kreeg, lukte mijn plan en kreeg ik ten volle toestemming de bijen op den aangegeven plaats te laten staan. Dus een groot verschil 36 M. of 200 M.

Indien een der leden, ook eens gedupeerd mocht worden door een overdreven voorschrift, raad ik hun aan hetzelfde te doen, wat ik thans gedaan heb. Dankend voor de plaatsruimte.

H.R. BRIEDE, Stationschef.