VARIA.

Nieuwigheden voor de ijmkers.

In den handel worden gebracht Turfmos-Isoleerplaten, die een zekere waarde bezitten om de warmte te isoleeren. Deze platen lijken mij zeer geschikt om dienst te doen als kussens en tusschenschotten voor bijenwoningen. De platen hebben een grootte van 50 bij 100 c.M. en een dikte vanaf 3 c.M.

-------


Italiaansche bijen.
Naar aanleiding der advertentie over Italiaansche bijen ontving ik een schrijven van den volgenden inhoud:
„Verleden jaar om dezen tijd deed ik die firma een bestelling met begeleidende remise, maar noch hierop, noch op mijn verdere brieven ontving ik eenig antwoord. "
Gaarne zal de red. over andere ondervinding worden ingelicht, om zoo noodig doeltreffende maatregelen te kunnen nemen.

-------

Uit 't Buitenland.


Cursus voor wetenschappelijke bijenteelt. Aan de Koninklijke Tuinbouwschool te Dahlem bij Berlijn zal van 2 tot 13 Juni een wetenschappelijke cursus in de bijenteelt worden gegeven door Dr. Küstenmacher. Slechts ervaren ijmkers mogen er aan deelnemen. Deelnemers moeten de beschikking hebben over een microscoop, voor 5 mark te huren. Voor buitenlanders is deze cursus voor 36 Mark toegankelijk. De lessen worden dagelijks van 9 tot 2 uur gegeven en strekken zich uit over: microscopie, het maken van microscopische praepararen, vaststelling van bijenziekten, reinculturen, microscopische opnamen, projectie daarvan.
Voor 't bezoeken van zulk een cursus moest desnoodig een subsidie worden verleend.
Een andere cursus in Bijenteelt wordt gehouden van 2—29 Juli in Suderburg, Hannover. Inlichtingen zijn te bekomen bij den Dir. der Wiesenbauschule te Suderburg.

-------


Uit Frankrijk schrijft men, dat uit onderzoek gebleken is, dat wasaarde, als restant van de wasdampsmelter, nog 15 pCt. was bevat en van de gewone pers nog 8 pCt. Deze was wordt door benzine of ander extractief middel hieruit verwijderd. De zoo verkregen was is zeer zuiver, maar hoogstwaarschijnlijk door invloed der oplosmiddelen eenigszins van eigenschappen veranderd. Er wordt veel kunstraat van gewalst, maar deze raat nemen de bijen niet gaarne aan.

-------


Zwitserland maakt melding van een nieuwe ziekte, die reeds vroeger echter elders is waargenomen en zwartziekte wordt genoemd. In de doode bijen, aan deze ziekte gestorven, vindt men wel sporen van Nosema apis, maar het gemis van het haarkleed en het daardoor zwarte voorkomen, was iets afwijkends. Eerst dacht men dat de aangetaste bijen, die men onderzocht, roofbijen waren geweest; maar een nader onderzoek toonde aan, dat de ziekte-oorzaak aan een bepaalde baccil moest worden toegeschreven, deze heet Baccillus Gaytoni.
De ziekte begint in April. 's Morgens vliegen de bijen nog gezond uit en keeren ziek terug. De andere bijen laten ze niet meer in de woning toe, drijven ze terug en ze komen ellendig om vlak voor het vliegplankje. Hoofdkenmerk der ziekte is: de vliegbijen worden zwart, glanzend, schrompelen ineen, verliezen haar haarkleed en levenskracht.

-------


Amerika. T.A. Hooper betoogt in Gleanings, dat op 't gezicht af geen koningin te keuren is. Een mooi uitziende koningin kan wel geen pond honig waard zijn, en een volk met een koningin, die op 't oog af niet veel waard is, kan in één seizoen wel 100 pond honig opzamelen. Van zulke koninginnen teelde hij voort, maar dochters daarvan deugden niet. Hij teelde ook koninginnen van een minderwaardig volk en verkreeg er goede uitkomsten mee. Hij schrijft dit toe aan 't vroeg en laat bevruchten der koningin na 't uitloopen uit de cel. Hoe vlugger de bevruchting plaats heeft, des te grooter zou de kans zijn een goede koningin te krijgen. Laatbevruchte zouden spoedig darrenbroedig zijn.

-------


Duitschland. In den laatsten tijd is aangeraden een zwerm na 't scheppen, die op raat zal worden overgebracht, eerst een dag te gewennen, uit te laten rijpen, en eerst daarna over te brengen in de gereedgemaakte woning.
Hier wordt tegen opgekomen en aangeraden de zwermen niet in woningen te doen die geheel voorzien zijn van bouw, maar slechts met voorbouw. De zwermen moeten zelf den bouw vormen, dan zijn en blijven ze vlijtig, anders zullen ze tot luieren geneigd zijn.
Ziehier eenige punten, die een onderzoekend ijmker den weg kunnen aanwijzen, waarop hij zou kunnen onderzoeken.

-------


BINNENLAND.


Het Nieuws van den Dag meldt: Een "pikante" zending.
„Vanavond steken eenige passagiers naar Engeland over, wier aantal niet wel te tellen of te schatten is. Wij althans zouden niet bij benadering durven ramen hoeveel bijen er gaan in 300 ronde korven en 30 kasten, maar de afzender weet 't misschien wèl ongeveer. De afzender heeft 't de moeite waard gevonden, zijne pleegkinderen zelf naar hun nieuw vaderland te begeleiden; 't is de heer Hans Matthes, te Breukelen, de houder van den grootsten bijenstand in ons land. Hij hoopt ze over Amsterdam met de „Zaanstroom", van de Holl. Stoomboot-Maatschappij, behouden over te brengen.
Wel karakteriseerend is, dat een geval als dit hier geheel onopgemerkt blijft en in Engeland de pers in beweging brengt, die er nu al op uit is alle bijzonderheden te willen weten omtrent de wijze van verzending, den naam van de boot, het aantal bijen, hunne bestemming, enz.

Datzelfde verschil in belangstelling voor zulk een onderwerp weerspiegelt zich ook in het feit, dat nu nog in Engeland voortdurend in de bioscopen vertoond wordt de film, welke eenigen tijd geleden de Engelsche bijenkundige J.C. Bee Mason — hier ook bekend door eene voordracht in Bellevue — maakte van den bijenstand van Hans Matthes, met eenige leuke kiekjes uit de landelijke omgeving. Hijzelf geeft er de explicatie bij. Hier te lande zag geen enkele bioscoop heil in de vertooning, hoewel de heer Matthes zich bereid verklaarde gratis er de toelichting bij te geven.

De aankomst van de 330 bijenkolonies zal nu in Engeland het onderwerp van een nieuwe film worden."

Dit stukje illustreert, dat de handelaren toch maar onontbeerlijk zijn. Terwijl onze vereeniging zit te staren om meer uit de bijenteelt te halen, is de heer M. allang gereed. Wij hopen, dat hij nog menig bijtje naar Engeland zal transporteeren en men wakker zal worden hem hierin te helpen.
Engeland is kooplustig, dat ondervinden ook wij en deden reeds enkele zendingen daarheen vertrekken. Het is nu maar zaak te weten te komen in hoeverre met de zwermteelt daarop dit jaar kan worden gerekend. De suikerverschaffing is er juist op berekend om daarop te werken.
De volken, die wij verzonden, bevonden zich in nieuwe korven, met zuiver gebouwde jonge raat.
Dit is een mooi gebied voor de handelskamer.
S.