Maandelijksche Werkzaamheden door „Bijenman".
Juni—Juli.
De IJsheiligen zijn ons imkers in de maand Mei niet goed gezind geweest. Pancratius en Pluvius waren met alle helpers present om onze bijtjes den strijd om het bestaan moeilijk te maken. Wee den imker, die zijn plicht verzaakte! Ik zag dan ook bij verschillende imkers, dat bij enkele volken de darren reeds werden afgedreven. Een hampelman imker wilde hieruit reeds een ongunstig bijenjaar voorspellen. Och, die arme! dat het aan hem lag, door de beestjes niet te voederen, kon hij zich niet voorstellen. En dan die hooge heeren, dat ze hem geen goedkoope suiker wilden geven! In den herfst moet hij oogsten, en de bijtjes moeten maar zien door den tijd te komen.
Schraalhans is dan ook hier over de geheele linie keukenmeester.
Gelukkig dat er ook nog streken in ons land zijn, waar het beter gesteld is. Midden Mei kreeg ik een brief van een Imkervriend die onze omhangmethode had toegepast en reeds zijn broedkamer, thans honigkamer, tjokvol met honing had. Het water liep me om de tanden maar: wie het laatste lacht, lacht het beste, en "Bijenman" loopt nog met de suikerpan.
Juni en Juli kunnen wij de slinger- en bouwmaanden noemen. Zorg, dat ge nu zwermen aan 't werk houdt en hun woning vlug achterelkaar laat uitbouwen. Komen er dagen, dat er niet gehaald wordt, ondersteun ze dan door krachtig te voederen. Zie uw korven en kasten goed na, en waar scheef gebouwd wordt of op darrenwerk wordt overgegaan, moet helpend opgetreden worden. Gaat een volk tot darrenwerk over, dan is het tijd om kunstraten bij te hangen. Nooit komt het nut van de kunstraat beter uit dan bij bouwende volken; en vooral bij die met een oude koningin.
Denk er om dat ge thans reeds het fundament moet leggen voor het goed gedijen van een bijenstand in het komende jaar. Zooals de zwerm is, is de opzetter; zooals deze zijn huis bouwt, betrekt hij het in den winter; zoo de voorraadkelders worden aangelegd in den zomer, worden ze in den winter opgebruikt. Let ge tevens op de afstamming en verwacht ge van een klein volk geen groote werken, dan behoeft ge in den herfst ook niet te veel met den suikerzak te loopen.
We willen hopen dat ons de komende maand ook wat te slingeren brengt. Bij velen is dit nog een moeilijk karwei. Doch ook hier maakt weer de ondervinding den meester en is dit bij mij een der aangenaamste bezigheden der geheele bijenteelt. en geen wonder! want thans ziet men duidelijk in beeld gebracht, in den vorm van een al of niet volle honigraat, of wij onze volken beheerschen of niet. Een sterk en goed behandeld volk, zal zijn meester zelden in den steek laten.
Het oogsten in de simplex loopt vlug van stapel. Ik zorg altijd 10 reserve ramen, uitgebouwd natuurlijk, en een broedbak in voorraad te hebben. Hiermee gewapend begeef ik mij naar nummer een. De broedkamer, thans honigkamer, wordt afgetild en de reservebak op het volk gezet. Is de bak goed gevuld en verzegeld, en eerder neem ik hem niet af, dan vinden wij hierin weinig bijen, die met een borstel in de nieuwe honigkamer geveegd worden. Daarna worden de volle ramen ontzegeld en geslingerd, en de uitgeslingerde ramen worden voor volk nummer twee gebruikt.
Dit werkje kan men gerust overdag doen, en hoe beter de dracht is, des te minder last heeft men van de bijen.
Moet door een slepende dracht het slingeren tot einde Juli uitgesteld worden, dan zet ik in 't laatst dezer maand, de honigkamer er tusschen. Een sterk volk neemt deze in gebruik, en komt er dan dracht van de heide, zoo zijn de honigkamers reeds voor een groot gedeelte uitgebouwd, en krijgen wij de mooiste raathonig.
Zorg er voor, dat ge bij het slingeren, slinger en vaatwerk zuiver schoon hebt. Na het zeven doe ik mijn honig in steenen, of wel z.g. keulsche potten. Deze bevallen mij beter dan van een of ander metaal vervaardigde. Hierin laat ik ze een poosje staan, om na te rijpen.
Daarna komt de honig in handen van mijn huismoedertje, die voor het vullen der glazen enz. zorgt. In de meeste gevallen is dit een vrouw beter toevertrouwd dan een man.
Hebt ge mooie kaarten, b.v. met een kiekje van uw stand of het slingerbedrijf erop, dan zendt ge deze naar uwe kennissen en klanten, en het zal niet lang duren of de bestellingen komen binnen.
Kies met zorg uw etiket en glas. Schenk ook aan de verpakking uw volle aandacht. Onze handelskamer heeft hier zeer zeker een dankbaar arbeidsveld om de Imkers aan een passend glas en pakkend etiket te helpen. Niet alleen dat ze dit verkrijgbaar moet stellen voor afdeelingen en imkers, die door hare bemiddeling den honing verkoopen, doch ook aan die imkers, welke volop in de klanten zitten, en ze zelf liever bedienen. (Red.: De Handelskamer laat elken deelnemer vrij zijn klanten te bedienen.)
Is de slingerhonig goed behandeld dan blijft ze jaren goed en heeft dus dit op den raathonig voor. Ik heb vanaf 1909 van ieder jaar een flacon van een pond bewaard, en de eerste is nog even mooi als de laatste en nog precies zoo, alsof ze pas uit den slinger komt.
~~~~~~
Wie kunstmatige koninginneteelt wil drijven, leze de hierop betrekking hebbende artikeltjes in jaargang 1913 van ons Maandschrift eens na. Juni is hiervoor de meest geschikte maand. Ter aanvulling geef ik hieronder de verschillende dagen en datums, waarnaar de teelt geregeld moet worden. Men behoeft zich niet precies aan die datums te houden, doch kan men dit naar eigen goedvinden regelen. We zullen den 15 Juni aannemen als den eersten dag der voorbereiding.
1ste dag.
15 Juni. Versterking van het broedvolk. Zoo noodig moerloos maken van dit volk.
5—6e dag.
19—20. Juni. Klaarmaken der bezettingsramen; onderbrengen dezer ramen in honigkamers, afleggers maken of directe bezetting van de koninginnekast, zonder cellen.
5de dag.
19 Juni. Zoo noodig een voorproef met de kunstcellen belarving.
6de dag.
20 Juni. Contrôle hierover.
8ste dag.
22 Juni. Enten der kunstcellen.
9—l0de dag.
23—24 Juni. Contrôle hierover.
13de dag.
27 Juni. Ophouden met voederen.
17—18e dag.
1—2 Juli Cellen verdeeling.
20—21e dag.
4—5 Juli. Contrôle over de uitgeloopen koninginnen.
30—31e dag.
14—15 Juli. Contrôle over de bevruchting.
40—41e dag.
24—25 Juli. Einde der bevruchting.
Over de 5—6e dag nog eenige toelichting. Om de koninginneteeltkast te bevolken, kan men ongeveer 21 dagen te voren in zijn standvolken een ledig uitgebouwd raam hangen. In een normaal geval wordt dit door de koninginnen direct van eitjes voorzien. Daarna hangt men dit raam, zonder koningin of bijen in de honigkamer, door onze omhangmethode de vroegere broedkamer, en laat daar deze verplegen. Den 21sten dag wordt dit raam met de opzittende bijen in de teeltkast gehangen.
Ook kan men op den 5—6en dag reeds afleggers maken en deze dan later van een cel voorzien. Hierdoor krijgt men direct standvolken met een teeltkeuskoningin.
Met den 40—41en dag bedoelen wij, dat, wanneer de koningin dan nog niet bevrucht is, men deze gerust terzijde kan stellen en wordt of is deze beslist darrenbroedig.