Maandelijke Werkzaamheden, door “Bijenman".

Augustus — September.

Een drukke maar leuke tijd hebben wij achter den rug. De maand Juli bracht volop honig en zwermen. Je moet ze dan ook hooren opsnijen, de heeren imkers! Zag men op straat een samenscholing van meer dan één persoon, dan kon men er vast op aan, dat dit aanhangers waren van den zesbeenigen "Mbret", en elkaar gingen vertellen van de trouwe plichtsvervulling hunner onderdanen.
Maar eilacie, ook hier evenals in de"zwarte Bergen" wel enkelen, die huis en haard gaan verlaten, om in den vreemde hun geluk te beproeven.

De een schept een zwerm, uit de bedstee van "Hutten-graads Getjan", een ander uit de broekspijpen van een "Schiw" (vogelverschrikker), een derde rent een zwerm per fiets na, gaat met fiets en al te water en . . . . . . wordt nat! Weer anderen nemen, volgens Albaneesch recept, wat kruid en lood, om de vluchtenden tot rede te brengen, terwijl een andere bij hoog en laag verzekert, dat de "Mbret", door niets beters bevangen wordt, dan door een paar potdeksels.

Bij "Bijenman" ging er een zwerm vandoor, zonder hare Majesteit 1913 mee te nemen. De kast had daags tevoren gezwermd, en was na afname van al het broed, 's avonds op dezelfde woning teruggegeven. Den anderen morgen hing de zwerm onder de kast, en na opentrekken van het laadje, had deze best naar binnen kunnen trekken; doch paste haar dit niet. Om twaalf uur werd de reis aanvaard, en liet de geknipte koningin, voor den stal, aan haar lot over. Ik was stellig overtuigd dat de zwerm, zooals gewoonlijk weer terug zoude vliegen, maar mis, hoor! Was ik er zelf niet bij geweest, dan zou ik het niet kunnen gelooven.

Heeft een mijner lezeressen of lezers ook al eens een dergelijke ondervinding opgedaan?
Evenals alles in de natuur, begint ook het leven in het bijenvolk achteruit te gaan. Het broednest wordt met den dag kleiner. In streken waar de bijen niet op de heide vliegen of deze niet honigt, is het raadzaam om de opzetters in 't laatst dezer maand nog wat aan te drijven, door om den anderen avond wat kleine porties honig of suikerwater te voederen. De jonge bijen, die hieruit voortgebracht worden, zijn onze voedsters in 't volgend voorjaar, en verzekeren eene goede door- en uitwintering.

De eerste helft van September worden de kasten voor de laatste maal grondig geïnspecteerd. De gesteldheid van ieder volk wordt aangeteekend. Men lette op de koningin, en zie toe, of dezelfde nog voorhanden is, dan wel of er ook een stille omwisseling heeft plaats gehad. In 't laatste geval overtuige men zich of er broed aanwezig is, anders wijst dit op een onbevruchte koningin.

Denk er om dat ge bij deze inspectie uiterst voorzichtig te werk moet gaan, het volk niet te veel verontrusten, en weinig rook gebruiken. Bij een ruw ingrijpen staan wij aan een tweede "Serajevo" gelijk. Let ook vooral op het rooven, hetwelk om dezen tijd van 't jaar, na een inspectie, heel dikwijls omvalt.
Heeft een volk te veel honig, dan verwissel de volle ramen, welke altijd aan de beide zijkanten te vinden zijn, voor ledige uitgebouwde raten. Door onze omhangmethode beschikken wij thans over een flinke dosis raten met stuifmeel, en hangen van deze ieder volk eenige bij. Ieder volk laten wij ongeveer 15 pond aan honig, en plaatsen deze ramen aan den buitenkant. In 't midden komen de ledige raten en wordt er 15 pond suikerstroop bijgevoederd. De waskleedjes worden afgenomen, en de wintermat opgelegd.

Om de suikeroplossing snel in te voederen, en het over den geheelen stand in een korten tijd te doen afloopen, is het voedertoestel van den heer te Velthuis te Boekelo ten zeerste aan te bevelen. Zie hiervoor bladzijde 208, Maandschrift Oct. 1913. Bij uiterst eenvoudige en Practische bruikbaarheid, is dit toestel even eenvoudig en door ieder handig imker zelf te maken. Ik geef dan ook onzen Redacteur in overweging om de afbeelding van dit nuttig instrument, thans nogmaals met een kleine timmerwerkwijze, in 't Augustusnummer te plaatsen. De ondervinding leert mij, dat er nog veel imkers zijn, die hun suiker niet vlug genoeg in kunnen voederen. Ook voor ronde korven zoude een dergelijke ronde plank gemaakt kunnen worden, echter dan zonder spongat, en de korf op een hoogen, ledigen onderzet rand, hierop geplaatst kunnen worden.

Voedertoestel te Velthuis.
A. Spongat, wijdte als voor gewone spon.
B. Opstaand kastje van 1 cm.
C. Groefjes 1½ cm. van elkaar, 4 cm. diep.
D. Honigkamer, die om den voederbak sluit.
E. Voederflesschen.
Zie ook Februari-nummer 1914, pag. 37 en 38, waar het voedertoestel van Mej. Fr. Mulder staat afgebeeld.


Terwijl we dit schrijven, komen er geruchten van een ophanden zijnde groote volkerenslacht! Onder de oogen van het geweldige "Volkerenslacht denkmal", staat dit te gebeuren. (Oorlog 1914/1918, scanner-2004)

Ook in onze bijenwereld staat de groote "volkerenslacht" voor de deur. Imkers en imkeressen!
Laten ook wij al onzen invloed aanwenden, opdat er ook eens een einde kome aan dit misselijke bedrijf, om na een paar jaar van ijverig werken, de bijen te dooden, ten einde zich van het voortbrengsel harer vlijt meester te maken. Een der beste middelen om dit na te laten is het bedwelmen door salpeterlapjes. Laat iedere afdeeling, evenals wij, een flinke dosis dezer lapjes gereed maken (ze kosten maar ettelijke stuivers) en die gratis aan de leden uitdeelen.

De korfimker heeft hierdoor de mooiste gelegenheid om op een goedkoope manier aan bevolkte kasten te komen. Doe in een kast, gemeubileerd met uitgebouwde raat, of volle bladen kunstraat, zes tot acht ponden afgesalpeterde bijen van uw overtollige korven, voer deze snel op met 30 pond suikerstroop, en ge hebt tot uw eigen voordeel, uw bijtjes van den zwavellap gered.
Alhoewel het niet strikt noodzakelijk is, is het aan te bevelen om één volk af te kloppen. Ge weet dan zeker, dat er een koningin bij is, die door het afsalpeteren niet geleden heeft.

Berg uw overtollige uitgebouwde raten goed op en zorg dat de wasmot er geen rentmeester van wordt. Ik berg de mijne, na ze schoongemaakt te hebben, in de reserve-broedkamers, en stapel ze op elkaar. Door ze gedurig te zwavelen, blijven ze zoo frisch als een noot, en is een ratenkast overbodig.

En nu nog een ernstige waarschuwing!
Mocht de hei-oogst nogal meevallen, dan hange men dit niet direct aan de groote klok. Laat er ook geen wedren plaats vinden, door de imkers, om het koopende publiek met zoetigheid te overstroomen. Houdt uwe waar op prijs, en bij een zorgvuldige behandeling hebt ge hierop ook aanspraak.
Onder 50 ct. p.pond voor eerste soort raathonig en 60 ct. p.pond flacon slingerhonig, behoeft er niet verkocht te worden. Bij een grooten oogst kan den eersten tijd de markt wel gedrukt worden, doch wanneer ieder imker zorgt de markt niet te overvoeren, zal het publiek van zelf er toe overgaan een hoogeren prijs te besteden.
Door de groote houdbaarheid van ons product, hebben wij het in de macht om den aanvoer te regelen en is dit voor ons een groote voorsprong op andere producten.

Om de zaagspleet in de eenmaal gebruikte W.B.C. raampjes te reinigen, om er nieuwe strookjes of heele bladen kunstraat in te bevestigen, ga men als volgt te werk.
Verwarm een breed mes, bij mij een schraapstaal van c.a. 10 cm. breedte, over een spiritusvlam, en beweeg dit door de zaagspleet op en neer. Gemakkelijker en vlugger gaat het niet. Vroeger hield ik ze in kokend water, doch was dit een tijdroovend werkje.

Denk er om, dat ge uw raathonig, net en zindelijk verpakt, aan uw afnemers presenteert.