Gedenatureerde suiker.
Sinds wij, Nederlandsche Imkers, van onze Hooge Regeering de vrijgevige beschikking kregen om jaarlijksch ettelijke honderdduizenden ponden suiker voor onze bijen aan te schaffen, zonder dat hiervan accijns betaald behoeft te worden, mits deze met een afdoend middel vermengd kon worden, zoodat deze voor menschelijk gebruik ongeschikt is, en tevens onze bijtjes niet hinderde, is er vast geen Algemeene Vergadering te Utrecht gehouden, waar dit punt niet ter sprake werd gebracht, en een gedeelte van den kostbaren tijd hierdoor ingenomen werd.
Het is zeker dat er nog zeer veel imkers zijn, die het gebruik van deze suiker niet kennen, en het doel waarvoor deze verstrekt wordt. Ook dat er door deze onkunde veel schade aan onzen honighandel en de bijen toegebracht kan worden, en acht ik het niet ondienstig om hierover eens een artikeltje in ons Maandschrift te schrijven.
De accijnsvrije suiker is een uitstekend middel om onze bijenteelt door de magere jaren heen te helpen en op de been te houden; als een noodmiddel dus; en moet het ook blijven. Wanneer wij weten, dat suiker een eenzijdig voeder is, dan sluit dit onomstootelijk in, dat wij door een doelmatige behandeling onzer bijen, moeten zorgen dat het haar aan het natuurlijke voedsel, en dat is honig, niet ontbreekt. Dit hebben wij voor een groot gedeelte in de hand, door onze volken niet te veel te splitsen.
Stellen wij ons dus als eersten eisch, om onze volken op sterkte te houden, en van een heidezwerm niet verlangen dat die nog een opzetter zal worden, dan komt het niet vaak voor dat er in den herfst zwaar gevoederd moet worden. Getroosten wij ons nu eveneens in September de moeite om den honigvoorraad bij onze volken vast te stellen, en dit gaat bij korven door middel van de weegschaal nog gemakkelijker dan bij kasten, dan kunnen wij precies nagaan hoeveel suikeroplossing er bijgevoederd moet worden.
Een goed volk met uitgebouwd werk in kast of korf mag niet minder voorraad hebben om aan Mei te komen, dan vijfentwintig pond. Wanneer wij nu weten, dat 10 pond suikeroplossing, van ruim half suiker en half water ongeveer 7½ pond voedsel geeft, dan kunnen wij nagaan hoeveel of er bijgevoederd moet worden.
Met het toegestane maximum van 7½ kg. per opzetter, kunnen wij ook ruimschoots rondkomen. Wij kunnen toch gerust aannemen, dat bij een oordeelkundige behandeling van onze volken, de grootste helft ook in magere jaren wel ongeveer zijn kostje haalt. Wat de besten dus te min noodig hebben, kan voor de lichtsten bijgerekend worden. Ik geloof dan ook stellig, dat er door elkaar gerekend, geen 7½ kg. per opzetter ingeslagen wordt.
Gaan wij aldus te werk, dan behoeft er geen vrees te bestaan dat er van de blauwe suiker na den zwermtijd wat overblijft. Bij kasten kunnen wij dit gemakkelijk controleeren, en om zeker te gaan bij korven, zegt een stuk papier aan den korf gehecht al veel, tenminste wanneer men het papier niet blanco laat en zijne aanteekeningen hierop getrouw bijhoudt. Twijfelt men dan in den herfst, dat deze korf nog gedenatureerde suiker kan bevatten, dan kunnen zulke korven voor eigen gebruik gehouden worden, en benadeelen wij hiermee dan niet onze afnemers.
Vooral de imkers, die hun korven naar het buitenland verkoopen, mogen hierom wel terdege denken. De concurrentiestrijd loert daar ook al of ze onzen Hollandschen honig niet in een slecht blaadje kunnen brengen, opdat de grenzen voor ons product gesloten worden.
Op een ander, en misschien nog veel grooter kwaad moet ik wijzen, die het overmatig gebruik van suiker voor onze bijen mee kan brengen, en wel den achteruitgang van het weerstandsvermogen van ons ras. Wij kunnen er tot nu toe gelukkig trotsch op zijn dat wij een gezond soort bijen hebben. In al de ons omringende landen hoort men niet anders dan van bijenpest enz., en meer van die appetijtelijke ziekten. Ik schrijf dit toe aan het overmatige gebruik van suiker, en vooral in die landen, waar de suikeraccijns vrij wat minder is, dan hier te lande.
Zie eens de resultaten bij den aanfok van ons rundvee, en maak eens een vergelijking tusschen een rund dat opgefokt is met zoetemelk, of met afgeroomde. Onze rundveefokkers weten het maar al te best welken invloed of de voeding op het jongvee heeft, en laten bij voorkeur het kalf door de moeder zoogen. Waarom is de sterfte onder de kinderen die met de moedermelk opgevoed zijn minder dan die met de flesch grootgebracht worden?
Wanneer wij dus de voorbeelden voor het grijpen hebben, dan laten wij imkers ook zoo verstandig zijn om de bij te geven wat der bij is, n.l. zuiveren honig, en wanneer zulks met alle moeite niet mogelijk is, dan in de laatste plaats suiker.
Wij zien nu, sinds de invoering van de gedenatureerde suiker, vaak gebeuren, en vooral in magere jaren, dat onze beste volken tot den zwavellap veroordeeld worden, en zoodoende de slechtste soort met suiker tot een opzetter opgelapt worden. Ook hierin steekt een groot kwaad, en zoo voortgaande zullen wij, helaas, na verloop van jaren, de gevolgen moeten dragen.
Wanneer wij nu, na eenige jaren ondervinding opgedaan te hebben, de gevaren die uit het gebruik van gedenatureerde suiker kunnen voortvloeien, dan kunnen wij toch moeilijk anders dan het gebruikte denatureeringsmiddelen van Paprika- en Methyl violet, toejuichen. Want o wee! Wanneer wij eens de beschikking kregen over het vrije gebruik van onvermengde suiker. Ik denk, dat onze imkers zoo zachtjes aan de suikertering kregen, en alle nog ongehuwde Imkers door onze Nederlandsche "maagies" werden weggegrepen alleen maar om op een goedkoope manier aan zoetigheid te komen.
Laat de suiker dus een noodmiddel blijven, om onze bijen door de magere jaren heen te helpen; weeg in September uwe opzetters en voeder zooveel bij, totdat ge een voorraad voeder van 25 pond voor elk volk berekenen kunt; noteer de korven die met gedenatureerde suiker sterk gevoederd zijn, en behoud die voor uzelf, om later de zwermen mee te voederen, en de vrijgevigheid van onze Regeering zal een zegen blijven voor onze Nederlandsche Bijenteelt.
BIJENMAN (alias H. Frankenhuis).