Uit Amerika
Vijfstrepige, Italiaansche bijen.
Onvatbaar voor Amerikaansch vuilbroed.
Mr. O.A. Mc.Carty te Freewater, Oregan, schrijft in Gleanings van 15 Juni j. l:
Mijn zwager, John Talbert, had 100 bijenvolken in het voorjaar van 1907, alle driestrepige Italiaansche bijen. Zij werden aangetast door Amerikaansch vuilbroed, in dienzelfden zomer, zóó, dat hij in het voorjaar van 1908 maar 52 volken overhield.
Ik bracht ze de rivier af, naast den stand van Mr. N. Sams, die 80 of 90 volken van vijfstrepige Italiaansche bijen telde. Mijn stand was aan de eene zijde van Mr. Sams, en die van Talbert kwam dus aan den anderen kant. Wij beiden hadden vuilbroed en driestrepige Italiaansche bijen.
De boeren rondom Mr. Sams verloren alle hun bijen. Ik sprak hem, en nu vertelde hij mij, nooit één geval van vuilbroed te hebben gehad.
In 1910 begon ik vijfstrepige Italiaansche koninginnen te telen en telkens als een volk wegens vuilbroed moest worden behandeld, gaf ik inplaats der oude, eene vijfstrepige koningin, met het gevolg dat ik den laatsten winter (1913) inging met slechts twee gevallen van Amerikaansch vuilbroed! Ik houd bovendien van vijfstrepige koninginnen, omdat zij vroeg in het voorjaar beginnen met de eierlage en dus op tijd haar volk gereed hebben voor het gewin.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Bijen stelen eieren uit andere koloniën om eene koningin te kweeken.
Mr. J.H. Fitch schrijft in „Gleanings" over het bovenstaande het volgende:
In de laatste jaren werd menig artikeltje geschreven om aan te toonen, dat bijen somtijds eieren van de eene kolonie in de andere overbrengen. Ik meen het tot nu toe meest sprekende bewijs in dat opzicht te kunnen mededeelen.
Den vorigen zomer bezocht Mr. Frank C. Pellet, de bijeninspecteur van onzen Staat, met een vriend onzen stand. Op zijne vraag naar den welstand mijner bijen, vertelde ik hem, dat alle volken goed waren op één na, waarop wij deze kolonie gingen nazien.
Wij begonnen aan één kant en namen de raampjes uit tot het midden toe, maar vonden noch broed, noch eitjes, noch eene koningin; wel vonden wij echter twee koninginnecellen, de een vergezeld, de ander gereed om verzegeld, te worden, en dat was dus alle broed die er in de kast was — geen koningin.
Het komt mij voor, dat dit niet had kunnen gebeuren,, of de bijen hebben eitjes van eene andere kolonie over moeten brengen.
Een paar weken later bezag ik het volk opnieuw en vond twee raampjes, bijna geheel met broed en eitjes gevuld en eene zoo mooie, jonge, gele koningin als ik ooit zag!
Bedford. Iowa.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Hoe en wanneer ik gebruik maak van rook.
Onder dit opschrift lezen wij in "Gleanings" van 1 Juli j.l. van Mr. Dervishian te Nicosia:
Wanneer ik een kast grondig moet nazien, of door alle ramen uit te nemen, of de bijen van de raten af te schudden, of als ik bijen van twee of meer koloniën wil vereenigen vroeg in het voorjaar of laat in den tijd, vind ik het noodig een paar rookwolkjes te blazen alleen boven over de ramen heen. Rook in het vlieggat maakt de bijen benauwd en is onnoodig.
Gedurende het honiggewin maak ik geen gebruik van rook en werk dikwijls zonder sluier. In den zomer van Juli tot en met September, als de temperatuur hoog is, b.v. van 80 tot 90 gr.F (27-32º Celsius), welke dan weinig verschilt van die in de kast, wordt maagdenwas zacht en geven de bijen er niet om nagezien te worden; zij worden alleen ondeugend, wanneer men ze zeer ruw behandeld, en ook bij rooven".
De redactie voegt hier nog aan toe:
"Gewoonlijk is het niet noodig, rook in het vlieggat te blazen."
Een weinig over de ramen heen zal, op het midden van den dag voldoende zijn. Is het noodzakelijk kasten te openen op een kouden dag, vroeg in den morgen óf laat op den avond of in den nacht, dan moet men wel in het vlieggat rooken en eene flinke hoeveelheid rook over de ramen blazen.
Men zal werkelijk flink moeten rooken, als men met bijen moet werken, wanneer het reeds een beetje donker gaat worden. Weinig rook tegelijk, maar vaak herhaald, is beter, dan opeens een groote hoeveelheid te geven en dan op te houden.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Eene gemakkelijke methode om de koningin te vangen.
Mr. M.A. Lishmrn uit Caynga, Ont. schrijft, o. a.:
Daar het mijn systeem van zwermen tegengaan is, om de koningin te vinden op een tijd, dat de bijen vrij talrijk zijn, moeten wij eene vlugge en zekere methode hiervoor hebben, om vele volken op één dag te kunnen behandelen.
Om dezen tijd is het rijk der koningin beperkt tot de onderste broedkamer, waarop een koninginnerooster ligt, die Hare Majesteit tegenhoudt, wanneer wij in het vlieggat rooken.
Wij nemen zoo vlug mogelijk dekjes met honigkamers tegelijk uit de kast.
De bijen zullen nu boven het rooster uitkomen en daarop blijven zitten. Wij lichten nu, terwijl zij dit doen, even de broedkamer op en plaatsen een 2e rooster op den bodemplank, waarop weer de broedkamer komt. - Wij nemen nu fluks het bovenste rooster op en zoeken aan den onderkant de koningin. Van tien keer vinden wij haar zeker vijfmaal daar.
Is zij er echter niet op, dan sluiten wij het vlieggat af, om te verhinderen dat er bijen invliegen, zien dan de raten na, waarop nu zeer weinig bijen zitten. Wij geven u de verzekering dat de koningin op het onderste rooster zal zijn te vinden.
Een en ander kan, zegt de schrijver, vlugger gedaan worden, dan gezegd.