Het Maandschrift
In ons maandschrift van October l.l. lezen we aan het eind van een afdeelingsbericht, dat het bestuur der betreffende afdeling zich aanbeveelt voor mededeelingen, die voor de imkerij van belang kunnen zijn. Het bestuur wekt blijkbaar de leden van haar afdeeling op om opgemerkte bijzonderheden of eenig ander belangrijk nieuws bekend te maken. Deze opwekking is niet van belang ontbloot, want niet altijd zal van een opgedane ervaring melding worden gemaakt of van een onnoozele vinding, welke toch navolgenswaard kan zijn, mededeeling worden gedaan.
De vraag treedt echter naar voren, waarom ons maandschrift voor het vermelden van mededeelingen in het belang der imker niet meer kan worden gebruikt; wordt zulks gedaan dan zal 't er zeker toe bijdragen om dat blad meer te doen opleven en aantrekkelijker te maken. Lezen we Gleanings in Beeculture na, dan vinden we daarin van meer dan een persoon omtrent de een of andere zaak een vermelding, een zienswijze, een wijze van werken of wat dan ook. Gleanings is daardoor aantrekkelijk en de omslag reeds geeft het blad een aangenaam aanzien. Waarom zou ‘t met ons maandschrift dien weg nu ook niet uitgaan.
Onze Vereeniging telt eenige duizenden leden en daaronder zullen er toch zeker wel zijn, die direkt toestemmen, dat ze over 't een, of ander, in het maandschrift hadden kunnen schrijven, of wel dit nog kunnen doen. Nu en dan wordt gelukkig ons maandschrift door de leden gebruikt om van hetgeen gezien of ondervonden is mededeeling te doen - doch 't gebeurt toch ook niet dikwijls. In den laatsten tijd troffen we in het maandschrift berichtjes aan uit Engeland en Amerika, en om welke eenvoudige mededeling ‘t soms gaat, we krijgen er bewijs van, dat men in genoemde landen soms kleinigheden ook van belang vindt om te vermelden.
Men zal hiertegen aanvoeren, dat, wanneer zooveel of door zoovelen geschreven wordt, ons maandschrift te klein zal blijken; betrekkelijk waar, maar het maandschrift behoeft niet klein te blijven en dan nog iets - ‘t kan eenmaal in de maand meer uitkomen.
Jammer genoeg kunnen we in het nummer van November l.l. lezen, hoe door het bestuur is bepaald, dat met het oog op de tijdsomstandigheden, in verband met den financieelen toestand der Vereeniging werd bepaald, dat het Maandblad voorloopig zal worden uitgegeven ter grootte van 16 pagina’s; belangrijke vermindering dus.
In het nummer van November 1913 komt voor het artikel: "Ons Maandschrift" bevattende een uitweg om tot verbetering van het blad te komen, hetgeen mogelijk zou blijken, indien een kleine verhooging van contributie werd betaald. Blijkbaar is men op dat artikel niet ingegaan, doch men kan ‘t goed maken door ‘t nu nog te doen. Ja, zal men zeggen, daar is ‘t nu juist een tijd voor om over contributie-verhooging te praten.
‘t Is waar, de tijden zijn treurig, maar laten we hopen dat de tegenwoordige omstandigheden niet lang zullen duren. Tot nog toe is ons land gelukkig voor oorlog en oorlogswee gespaard gebleven al kunnen we den druk der omstandigheden gevoelen. Een en ander moet ons echter niet tot stilstaan nopen en daarenboven, er kan immers onderzoek worden gedaan in hoever over contributie-verhooging in het algemeen wordt gedacht.
Het hierboven aangehaalde artikel vangt aan met alle leden der vereeniging tot bevordering van Bijenteelt in Nederland te vragen het verder volgende voorstel in hunne afdeling grondig en ernstig in behandeling te willen nemen, terwijl daarna afdeelings-secretarissen worden verzocht den uitslag hunner besprekingen aan onze redactie bekend te maken.
De tijd hiervoor was gesteld op December 1913. Deze termijn is wel reeds lang verstreken, doch laat iedere afdeling de zaak nu eens flink aanpakken.
Wanneer we ons Hoofdbestuur in staat kunnen stellen de grootte van het maandschrift voorloopig weer op het oude peil te brengen, welnu, dan maar goede hoop voor de toekomst. Wanneer tijdsomstandigheden van nu voorbij zijn, dan zal ons Maandschrift zeer zeker in meer aantrekkelijken vorm verschijnen.
B.