Accijnsvrije suiker


Meermalen is in het maandblad beweerd, dat men met het voeren van suiker aan onze bijen, voorzichtig moet zijn, dewijl eene suikeroplossing geen eigenlijk voedsel voor de bijen zijn zou, waarvan als het gevolg eener inwintering op uitsluitend suiker een geheel verzwakten bijenstand zou veroorzaken. Is zulks wel steekhoudend? (1)
Wanneer de bijen zijn aangewezen op honig, dan vraag ik - wat is honig? - en tevens wat de bijen uit de bloemen verzamelen is dat honig? Wat de eerste vraag betreft, handelt het zich hier niet om de juiste samenstelling, doch alleen, dat wij weten, dat een product door de bijen bereid, door ons honig genoemd wordt. (2) Wat het tweede aangaat, dan weten wij, dat de bijen geen honig, doch sappen verzamelen, die wij nektar noemen en in honig worden omgezet. Naar de soort der bloemen, die als dracht den honig geven, is de smaak en het aroma verschillend, doch 't is en blijft honing; evengoed als koemelk - hoe verschillend het gehalte ook zijn moge - melk is en blijft. Daar het een groot onderscheid uitmaakt of een kalf wordt opgefokt met beste of slechte melk, zoo zal het ook wel bij onze bijen zijn, dat ze beter op de eene soort honig dan op de andere zullen gedijen en overwinteren, o.a. houden zich de bijen immers minder goed op honig gewonnen van kool en raap. (3)

Nu mogen wij m.i. bij suikervoedering geen conclusie gaan opbouwen uit die suikeroplossing zelve, doch de vraag stellen - is de honig dien de bijen uit die suikeroplossing hebben gedistilleerd - geschikt of niet geschikt voor het in goeden staat houden van een bijenvolk. (4)
Hoe de omzetting van den nektar uit de bloemen, of de omzetting der suikeroplossing in honig door de bijen geschiedt, of dit al reeds in den slurf, mond of wel in de honigmaag geschiedt en misschien ook nog wel voor een deel in de cel, of daar mond,- of borstklieren toe bijdragen en, of dit mierenzuur of wat ook is, doet alles niets terzake. Wanneer de nektarsappen of de suikeroplossingen door de bijen in de cellen zijn opgeborgen, is zulks reeds of wordt het honig. Iets geheel anders zou het zijn, als kunstmatig uit suiker, honig werd gefabriceerd, men zou dan spreken van vervalschten honig of surrogaat. Of daarop de bijen zouden gedijen, betwijfel ik.
Bij onzen oostelijken buur is in meer dan een gerechtelijk proces dan ook vastgesteld, - dat honig gewonnen uit suiker, indien zulks door de bijen was verricht, - geen surrogaat, doch als zuiveren horig moest erkend worden. (5)

Nu is het best mogelijk, dat onzen menschelijken smaak deze honig niet bevalt, doch aan heide, boekweit-, klaver-, of lindehonig de voorkeur geeft, waar echter nog niet mee vaststaat, dat de uit suikerwater door de bijen omgezetten honig voor haar niet in alle opzichten goed zou wezen. Ik zie zelfs niet in, waarom suikervoedering in 't voorjaar niet goed zou zijn; tenzij het bij de bereiding tot voedersap voor de larve niet mocht voldoen, of als voeding voor de eiermachine geschikt mocht zijn. (6)

Nu mag men uit 't vorenstaand geen verkeerde gevolgtrekking maken, om b.v. de bijen dan als eene machine te exploiteeren, tot het omzetten van suiker in honig, om daarvan revenuen te trekken, dit zou het vijfde wiel aan den wagen zijn dewijl het in elk geval voordeeliger is, wanneer kosteloos de bestanddeelen verkregen kunnen worden.

Men spreekt van soorten honig, kenbaar aan kleur en aroma. Is dit aroma een direct gevolg der nektarsappen of heeft het stuifmeel daarop meer of minder invloed? Ik bedoel niet de pollen, die in de cellen worden opgeborgen, doch die voedingsbestanddeelen, die met de nektarsappen in de honigmaag komen en, daarna worden afgescheiden naar de eigenlijke maag, zoodat het best mogelijk zou zijn, dat het overwegende, aroma, eerst in de honigmaag tot stand kwam.(7)
Is dit het geval - hetwelk men in eene drachtlooze periode eens zou kunnen onderzoeken, door dan met suikeroplossing in die mate te voederen, dat boven het in stand houden der kolonie, nog een surplus kan opgeborgen worden - en gaf dit een gunstig resultaat, - dan zou ik het H.B, in overweging willen geven om te trachten van de regeering gedaan te krijgen, dat voortaan het beschikbaar gestelde quantum suiker werd verdubbeld, opdat men in ‘t voorjaar en in drachtlooze tijden ook nog ter beschikking had. (8)
v.H.

Noot: De opmerkingen bij dit stuk gemaakt en aangegeven als 1 tot 8 vindt men in ‘t Dec. nummer 1914. Door een samenloop van omstandigheden viel dit stuk uit en kon eerst nu worden geplaatst.