Aanplanting van vruchtboomen en nog wat.


Zeer veel wordt erover geklaagd, dat vruchtboomen wel bloeien maar geen vrucht voortbrengen.
In den laatsten tijd is door verschillende onderzoekingen aangetoond, dat dit slechte dragen der boomen veroorzaakt wordt door het onbevrucht blijven der bloemen veroorzaakt wordt door het onbevrucht blijven der bloemen, daar het stuifmeel van dezelfde bloem en van bloemen derzelfde vruchtensoort in den zin van variëteit vaak niet in staat is de stampers te bevruchten. Men krijgt dan ‘t verschijnsel, dat zich aanvankelijk wel kleine kersen, appels enz. vormen, maar dat deze zich niet verder ontwikkelen en vervolgens afvallen.

Het is daardoor, dat in de laatste jaren de fruitkweekers erop uit zijn om in de boomgaarden bijen te hebben. Moest men tot nog toe het als een groote gunst beschouwen en nog eenige vergoeding geven, om zijn bijen in een boomgaard te plaatsen, thans worden de ijmkers door middel van advertenties daartoe aangezocht, wordt het hun zoo gemakkelijk mogelijk gemaakt, en hun zelfs nog eenige vergoeding toegezegd.

Toch kan dit alles niet baten, wanneer de boomgaard en de geheele omgeving maar met één soort kers, appel, enz. beplant is.
Noodzakelijk is het, dat meerdere soorten in elkanders nabijheid aanwezig zijn, en deze soorten moeten gelijktijdig bloeien.
De bijen bekleeden daarbij dan de rol van overbrengsters van het stuifmeel naar eene soort naar het vrouwelijke bevruchtingsorgaan, de stamper, der andere soort. Met dien verstande, dat de eene kersebloem slechts een andere kersebloem bevruchten kan en evenzoo een appel een andere appelbloem. We schreven boven dit artikel aanplanten van vruchtboomen.

De tijd van planten is 't voorjaar. Wanneer men nu te doen heeft met het hier beschreven verschijnsel, n.l. dat de boomen wel bloeien maar zelden of nooit vruchten voortbrengen, dan zal dit hoogst waarschijnlijk toegeschreven moeten worden aan het onbevrucht blijven der bloemen.

Hoe kan men hierin nu verandering krijgen?
Door 't aanbrengen van andere soorten, die gelijktijdig bloeien, hetzij door nieuwe boomen aan te planten of bestaande om te enten.
Nu is het onderzoek op dit gebied nog verre van afgeloopen, maar enkele bepaalde gevallen zijn toch reeds is vastgesteld.
Zoo is de kers Blanquette een goede bestuiven voor de kersenvariëteit Abesse de Mouland.
De Melkers en de Morel hebben geen bestuiver noodig. De roode Spaansche kan de bruine Spaansche niet bevruchten en evenmin omgekeerd. Deze twee soorten kunnen ook niet zich zelf bevruchten, evenmin de Gasconjer en de Blanquette, deze soorten hebben dus alle een bestuiver noodig.

Van de appels is het nu bekend, dat de Bellefleur bestoven wordt door den Sterappel.
Het verschijnsel, waarbij vrucht wordt voortgebracht zonder vreemd stuifmeel heet zelfvruchtbaarheid, of zelffertiliteit, wat men dus heeft bij den Meikers.
Zelfstériliteit is het omgekeerde, in dit geval moet vreemd stuifmeel de bevruchting veroorzaken. Dit nu komt veel voor. Het is daarom aan te raden bij het doen van aanplantingen goed acht te geven, welke soorten men bij elkander plant en niet één
soort te nemen. Plant men verschillende soorten, dan moeten die gelijktijdig bloeien.
Scherp rondzien in zijn buurt en daarnaar handelen is voorloopig het beste, wat kan worden aangeraden.