Een en ander over het winnen, bewaren, verpakken, verzenden
en ter markt brengen van raathonig,
ten einde de hoogste prijzen voor dit artikel te maken.


Aan Mr. Doolittle wordt in "Gleanings" van 1 Januari j.l. de volgende vraag gesteld:
Wilt u ons eens een en ander in mededeelen over raathonig. Hoe moeten wij er voor zorgen, als we hem uit de kasten hebben genomen, hoe de kwaliteit bepalen enz. enz.
Mr. D. antwoordt hierop:
Laat mij beginnen met op te merken dat men nooit moet vergeten, dat goede honig netjes verpakt, steeds grage koopers zal vinden en goed wordt betaald, veel beter dan honig van minder kwaliteit, die bovendien slordig verpakt is. Op het beste zal elks oog vallen en de kooper zal een geregeld verbruiker worden.

Er werd mij eens verteld, dat er geen enkel landbouwproduct zoo in prijs variëert als honig. Op mijne vraag "waardoor?" kreeg ik ten antwoord, dat het artikel "honig" slechts eene aantrekkelijke verpakking behoeft, om eene enorme navraag te verkrijgen.
Ik geloof, dat in dit antwoord veel waarheid ligt en de verpakking veel aan den te maken prijs kan toe- of afdoen.
Raathonig toch, wordt als tafelhonig tegenwoordig het meest gevraagd, en als wij het publiek dit genotmiddel willen verschaffen, moeten wij het zoo aanlokkelijk mogelijk aanbieden.
Hiernaar wordt trouwens meer en meer gestreefd.

Van 1850-1855 woog het kleinste pakje raathonig, dat aan de markt kwam, juist zooals de bijen ze afleveren, 15 pond. In 1862 maakte men reeds bijna algemeen gebruik van doozen, inhoudende 6 pond, met glas aan tweekanten.
In 1870 verkochten de ijmkers dozen van 3 en 4 pond, aan 4 zijden van glas, met blik in de hoeken aangebracht. Alleen bodem en dëksel waren nog van dun hout. Deze wijze van verpakken was reeds zeer oogelijk, daar nu niet alleen de mooie, witte bovenkant der raat zichtbaar was, maar men met een oogopslag kon zien, welke kleur de honig had aan het eind der raten. Hierdoor kon de kooper zoowel de kwaliteit als de soort van honig terstond vaststellen.
Maar nog waren de ijmkers niet tevreden, want hierna brachten zij de sectie's in den handel welke toen nog twee en drie pond wogen, maar later op één pond werden gebracht.

Nu iets over het winnen van den honig.
De raathonig nemen uit de kasten, zoodra hij gereed is en volkomen verzegeld, of althans zoo spoedig maar mogelijk is.
Geen ijmker mag den hoogsten prijs, voor zijn honig verwachten, wanneer hij die weken lang in de kasten laat zitten, nadat het verzegeld is. Hij geeft aan de bijen gelegenheid, de mooie, witte raten vuil-geel te maken door hun voortdurend er overheen loopen naar de broedraten onderin.

Honig, in de kasten, wasemt gestadig uit door de warmte, die de bijen afgeven, en ook daarom, willen wij onzen honig in den besten staat houden voor den verkoop, dan moeten wij ze zoo bewaren, als de bijen, n.l. op eenzelfde temperatuur. Als het goed, was, moesten wij ze in een vertrek houden, waar de thermometer geregeld ongeveer 80 á 85 graden Fahr. aanwijst.
Er zal dan bij het verpakken, geen honig uit open cellen druppen, ook zullen de raten alle helder, droog en schoon blijven en er niet waterachtig uit gaan zien.
Verder mag men de sectie's niet op elkaar leggen, maar zoo, dat de verwarmde lucht er vrij aan alle kanten tusschen door kan spelen.
Bij het verzenden zoeke men zooveel mogelijk de sectie's uit en houde die bij elkaar, welke van gelijke kwaliteit, en soort van honig zijn, als ook die fraaist afgewerkte raten en die, welke het mooist zijn verzegeld.

Het ter markt brengen van honig is een onderwerp, waarin wel elk ijmker belang zal stellen. Zooals wij dus reeds opmerkten, het artikel moet er aanlokkelijk uitzien. Is het dien lezer wel eens ingevallen te vragen, waarom de duurste sinaasappelen in fijn vloeipapier zijn gewikkeld, dat bedrukt is met een aardig gezichtje of een of andere fraaie voorstelling? Of waarom rollen mousseline (een fijne wollen stof) vaak gemerkt zijn met plaatjes, waarop heerlijk fruit is afgebeeld?
Hoe goed de kwaliteit van onzen honig ook moge wezen, de verpakking moet het oog streelen.
Men lade dus niet, zoals mijn vader in het jaar vijftig deed, op wagens zonder veeren, waarvan de bodem slechts met een laag stroo was bedekt, bodemlooze doozen met 15 pond honing of, zooals schrijver dezer deed, toen hij zeventien jaar oud was, twintig doozen met 6 pond honig, te zamen in één kast, maar men legge van 12-20 sectie's van één pond in een kist met een bodem van geribd papier en met glazen zijkanten.

De kooper kan nu een enkele raat van één pond bekomen, die er als ze uit de sectie, is genomen, zóó aantrekkelijk en begeerlijk uit zal zien, als de fraaiste plaat, ooit door iemand vervaardigd. Alle raathonig moet naar kwaliteit worden beprijsd. De prijs moet geregeld worden naar de markt noteeringen in de groote steden. Men denke er echter aan, dat het vervoer enz. elke sectie iets duurder maakt. Bovendien houde men rekening, bij het bepalen van den prijs, met mogelijk breken tijdens het vervoer.
Aan huis, in het klein verkocht zelfs, kan men iets minder nemen, dan de marktprijs, daar men dan geen risico heeft. Een weinig ondervinding zal een en ander ook wel duidelijk maken.
Worden deze wenken ter harte genomen, dan kan niemand ooit den ijmker beschuldigen den honigprijs te drukken, of de markt te bederven.

Uit het bovenstaande valt dunkt ons, voor de Nederlandsche ijmkers wel wat te leeren. De prijzen voor raathonig zijn hier te lande nog steeds laag. Waarom. zouden wij niet evenals onze Amerikaansche collega's, wat meer zorg aan de verpakking en verzending besteden?
Het benoodigde geld hiervoor, wordt immers ruimschoots vergoed door, de hoogere prijzen, die wij voor sectie's maken kunnen! Laten onze mobiel-ijmkers den raad van dr. Doolittle niet in den wind slaan, maar er in deze voorjaarsmaanden eens rijpelijk over nadenken, opdat zij, als de tijd van oogsten daar is, goed beslagen ten ijs kunnen komen!