Wat kan men nog meer doen om de dracht te bevorderen.


Na den bloei der vruchtboomen, kunnen bijen heel wat halen op de framboos. Meermalen reeds raadde ik aan frambozen aan te planten. De framboos is een heerlijke vrucht, die elk jaar een zekere opbrengst geeft. De framboos groeit het best op een lichten, vochtigen grond. Veeleischend is het gewas niet. Een heel goede manier van aanplanting is de volgende. Men tracht struikjes te krijgen van iemand die frambozen heeft of besteld ze bij een kweeker.
De framboos stoelt sterk uit, zoodat van een aanplanting al spoedig, door dunning, een groot aantal nieuwe planten te verkrijgen zijn.
De planten worden in rijen gezet, de rijen komen 1,50 uit een, in de rij zet men ze op 40 à 50 c.M. Zoodra ze uitgeplant zijn worden ze op 40 c.M. ingesneden. Het eerste jaar oogst men nog geen of weinig vrucht. De ruimte tusschen de rijen kan dat jaar dan voor iets anders worden benut. Het tweede jaar slaat men 60 à 70 c.M. uit de rij stevige palen, ongeveer 80 c.M. hoog en trekt daarover gegalvaniseerd ijzerdraad. Aan dit ijzerdraad worden de lange frambozenscheuten vast gebonden, zoodat een boog ontstaat. De toppen der frambozen worden weggenomen. In de bocht ontstaan tijdens den zomer scheuten, die recht omhoog groeien en zich dikwijls overladen met bloem, die nagenoeg alle tot vrucht worden. Het is een lust te zien hoe dat bijen deze bloemen bezoeken, wat ongeveer 14 dagen duurt.
De aanplanting van frambozen moet ik den ijmker sterk aanbevelen.

Kruisbessen worden ook veel bezocht door de bijen; maar voorloopig raad ik hiervan den aanplant niet aan, omdat de Amerikaansche meeldauw nog te veel voorkomt, om zeker te zijn geen zieke planten te ontvangen.
Wie gezonde boompjes heeft kan door stekken deze sterk vermenigvuldigen.
Om kruisbessen te stekken, moet men éénjarig hout nemen ter lengte van 20 á 30 c.M. Aan den onderkant brengt men een lange wond aan, bijv. 3 c.M. lang, door van twee zijden het stekje te besnijden, zoodat het in een punt eindigt.
Deze stekjes zet men al vroeg in 't voorjaar bijv. tusschen de aangeplante frambozenrijen, door ze zoo diep in den grond te steken, dat ze nog met drie oogen boven den grond uitsteken. Op 't eind van ‘t jaar is de stek geworteld en kan men deze zetten, waar men er een geschikte plaats voor heeft.

Behalve hierdoor kan de ijmker-veehouder zijn grasland sterk bemesten met slakkenmeel vooral, en kainiet, waardoor het te voorschijn komen van witte klaver zeer in de hand wordt gewerkt. De klaver heeft immers geen stikstofbemesting noodig. Fosforzuur, aanwezig in superfosfaat en slakkenmeel, evenals kalk, zijn stoffen, waarvan de klaver veel houdt.
Geeft men nu deze meststoffen dan wint de klaver het in den strijd om het bestaan van de grassen. Voor den bijenhouder heeft de witte klaver veel waarde, maar het is ook een uitstekend voedergewas. De veehouder-ijmker handelt daarom niet verkeerd indien hij, door de bemesting het opkomen van klaver bevordert.
Waar het de gewoonte is klaver uit te zaaien voor veevoeder, maakt men gebruik van de roode klaver. Deze levert geen nectar voor de bijen, omdat de nectariën te diep in de bloem verborgen zijn, zoodat de lengte der bijentong niet toereikend is. De man van het gemengd bedrijf, die tegelijk ijmker is kan echter een mengsel zaaien bestaande uit één deel Zweedsche bastaard klaver en 5 deelen roode.
Op de bastaard klaver kan de bij honing winnen. Dit is echter niet het eenige voordeel. Dit mengsel geeft een gewas, dat een paar weken langer genietbaar blijft. Zoodat het vee er over een langer tijd van profiteeren kan, wat meestal geen gering voordeel is.

Ten slotte wijzen we er nog, weer eens op, dat in 't voorjaar in de nabijheid van den stand herfstknollen kunnen worden uitgepoot om zaad te winnen. De bloem van dit gewas wordt door de bijen zeer gezocht. Zoo is er nog wel meer; de tijd voor dit alles begint nu te nijpen, daarom vlug besloten en gehandeld.

S.