Waarnemingsstation te Boekelo (vervolg)
[vervolg van het jarenoverzicht in het Aprilnr. 1915].)
Augustus 1911 werd 7.500 K.G. honig geslingerd, die in de maand daarvoor door de bijen gehaald was.
Augustus gaf door aanhoudende droogte en abnormale warmte weinig. Amerongen noteerde 2.600 K.G. vermeerdering.
Sept. 1911 werd nog 3.500 K.G. honig afgenomen, geeft dus met dien van de voorgaande maand 11 kilo. Amerongen vermeldt geen winst.
In Sept. werd 10 K.G. suikerstroop gevoerd om den stok op gewicht te brengen, waardoor de korf 5.200 K.G. zwaarder werd. Waarschijnlijk waren we toen zoo ruim met suikervoeren, omdat voor 't eerst de accijnsvrije kwam. Een goedkoop nieuwtje!
Van 1 Oct. 1911-31 Mei '12, werd aan voedsel 11.700 K.G. gebruikt. In deze 8 maanden steekt zeer gunstig af de maand April met een vermindering van 0.450 K.G. en een ongunstige Mei met een vermindering van 4.400 K.G., tegen een vermeerd. van 2.300 K.G. De overige maanden is iets meer gebruikt dan in dezelfde van 't vorige jaar, behalve in December, met 0.500 K.G. - 3 ons - waren de bijen zeer zuinig.
Juni '12 was weinig beter dan Juni '11 en bracht maar een vermeerdering van 3.500 K.G. In tegenstelling met Juni '11 was 't weder koud en vochtig.
Juli [er staat juni] '12 bracht een vermeerdering van 17 K.G. ruim, waarvan 10 K.G. als slingerhonig geoogst werd. Daarbij zwermde die maand de stok en verloor 3 K.G. bijen, die door samen vliegen met een anderen zwerm niet gescheiden werd.
Op één dag werd 3.900 K.G. gewonnen, dus bijna 8 pond, 't hoogste gewicht, dat ik in de 5 jaar voor 1 dag noteerde. Ik meende dat dit haast een recordcijfer was, maar in een buitenlandsch tijdschrift zag ik eenmaal een gewichtsvermeerdering van 14 pond voor 1 dag aangegeven.
Augustus '12 gaf bij prachtigen heidebloei voortdurend regen, zoodat de honigoogst - een winst van 8 .500 K.G. - niet overdadig was.
Sept. '12 werd nog aan honig 11 kilo geoogst, maakt met de 10 kilo in Juli 21 K.G. Door suikervoedering werd 3.700 K.G. gewichtsvermeerdering gebracht.
Van Oct. '12 - 31 Mei '13 werd een vermindering van 14.450 K.G. genoteerd. Dit getal is aardig hooger dan de beide voorgaande jaren. Ook nu liet de April- en Meimaand het zitten; maar over 't algemeen zijn in alle maanden de verbruikscijfers hooger.
Juni '13, bracht een vermeerdering van 3 K.G. Ongunstige weersgesteldheid was oorzaak van de slechte dracht. Ook de Julimaand gaf maar 0.600 K.G. vermeerdering, evenals Juni was 't weder koud en nat.
Augustus met een vermeerdering van 2.900 K.G., sloot de rij van onze 3 honigmaanden, zonder een noemenswaardige oogst te brengen. De honigvoorraad in 't broednest was echter voldoende om na toediening van een paar Kilo suikerstroop in Sept., den stok in te winteren.
1 October '13-31 Mei '14 werd 10 kilo gebruikt. Aardig minder dan dezelfde maanden van 't vorige jaar. Weer steekt ook April weer gunstig af met een vermindering van 1 ons. Over 't algemeen is hier de Aprilmaand bijna evengoed als Mei en brengt naar verhouding evenveel honig. De maand Maart is 't verbruik in den regel tamelijk gelijk, meestal om de 2-2½ Kilo.
Juni '14 bracht een gewichtsvermeerdering aan honig van 11 kilo ruim. Vooral de laatste dagen in Juni waren gunstig. Op één dag werd 3.500 K.G. nectar binnengedragen.
Juli '14 spande de kroon met een vermeerdering van ruim 20 Kilo, waarbij in deze maand nog 7.500 K.G. geslingerd werd. Eén dag werd 2.600 K.G. gehaald.
Augustus '15 gaf weer een teleurstelling. Een gewichtsvermeerdering van 7.500 K.G. is niet veel.
In Sept. werd ruim 24 kilo honing geoogst wat met den geslingerden 7.500 K.G. 31.500 kilo maakt. Daarbij hadden de bijen voor hun winterkost gezorgd.
De maanden Oct., Nov., Dec.'14, Jan. en Februari '15 hebben ze hun voorraad danig aangesproken. Er is in die 5 maand reeds 7 kilo geteerd.
Maken we nu de balans op van de maanden Juni, Juli en Augustus over de 5 jaar dan steekt Juli met het hoogste cijfer - 59.600 K.G. - daarboven uit aan gewichtsvermeerdering. Augustus bracht het tot 45.900 K.G. en Juni gaf 25.900 K.G. Het gemiddelde is dus van deze 3 maanden respectievelijk Juli 11.520 K.G., Aug. 9 K.G., en Juni 5 K.G.
Totale gewichtsvermeerdering in de 3 maanden over 5 jaar is 131.400 K.G. Gemiddeld over een jaar 26.280 K.G. Aan honig werd in die 5 jaar geoogst 90 Kilo ruim. Gemiddeld over een jaar 18 Kilo - 36 pond -. In Thüringen rekent men 30 pond als gemidd. jaarlijksche opbrengst per volk. Het gemiddelde cijfer is niet hoog. Daarbij moet men niet uit 't oog verliezen, dat wij in 1913 niets wonnen met den weegstok. 't Volk zoo goed als niet speculatief gevoederd is in 1911 zwak door den winter gekomen. Versterken met broedraten uit andere volken is niet gedaan. Ik liet dat na, om geen verwarring in de cijfers te krijgen. Wanneer we meer weegschalen bezaten, had ik
een proef willen nemen of zwermen afzonderlijk opzetten, voordeeliger voor ons was. Men verliest echter ook de individueele eigenschappen van het weegvolk niet uit het oog! Er waren die jaren volken op mijn stand, die meer brachten dan de weegstok.
Wanneer we het gebruik over de jaren 1910-'15 van de maanden Oct. tot en met Maart optellen krijgen we 26.200 K.G. of gemiddeld over die 6 maanden 5.240 K.G. De maanden April en Mei wordt bijna evenveel geteerd als in de vorige 6 maanden. Bjj gunstige jaren wordt er buiten echter vaak aardig gehaald, zoodat dan de wintervoorraad minder aangesproken wordt. Soms blijft de stok bijna in gewicht gelijk. Daarbij vergete men echter niet dat dan 't aanwezige broed ook flink gewicht in de schaal brengt.
In den aanvang schreef ik, dat ik mij voorgenomen had zoo weinig mogelijk te voederen als de stok naar mijn meening voldoende gewicht bij inwintering had. Een paar keer is suikerstroop gegeven om de bijen de eerste wintermaanden van te doen teren. Eén najaar zelfs ongeveer 10 kilo oplossing is ongeveer 6 kilo suiker. Over de andere jaren is de suikervoering te zamen ook niet veel meer dan 6 kilo. Daarbij komen nog eenige kilo’s honig, die nog in de raten was bij 't omhangen, zoodat aan voeder over die 5 jaar ongeveer 15 à 16 kilo is gegeven. Speculatief voederen is feitelijk nooit gedaan. Ik liet de bijen op hun aanwezigen voorraad gedijen en had in den regel den stok even sterk in volk als iemand die speculatief voerde. Daarbij bespaarde mij dat veel werk en waarschijnlijk veel voeder. Alleen in 't voorjaar '13 moest ik uit nood voederen.
V.