Kan men spreken van Teeltkeus?
In Bienen-Vater schreef de heer Schachinger onlangs over teeltkeus o.m. het volgende:
Onder teeltkeus verstaat men die maatregelen, welke de mensch voor vermeerdering van zijn huisdieren treft om bij hen eigenschappen te verkrijgen, die hij voor wenschelijk houdt. Hij bereikt dit bij voorkeur daardoor, dat hij slechts zulke dieren laat kruisen, die de gewenschte eigenschappen bezitten.
Bij de bijen is dit beloop in zoo ver onzeker, daar wij wel is waar het Moederdier - de Koningin - kunnen uitnemen, maar het Vaderdier - de dar- niet met zekerheid kunnen bepalen, daar de paring slechts in de ruimte en wel steeds hoog in de lucht plaatsvindt. Men behelpt zich derhalve bij de bijenvolk daarmede, dat men de voortplanting der zwakkere volken welke gewoonlijk ook de minderwaardige zijn, verhindert waarbij de natuur ons steunt, daar zulke volken ook zonder ons toedoen zullen zwermen.
Sedert eenige tientallen van jaren trachten de Zwitsersche bijenteelders ook op het vaderdier invloed uit tè oefenen, daar zij ver van de bijenstanden teelt-stationnen oprichten, waarheen men uitgelezen koninginnen tot paring brengt. De dar moet door een juist daar opgesteld 'elite-volk' geleverd worden, welke men de gewenschte goede eigenschappen toekent.
Dat ook deze voorzorgmaatregel, welke de bevruchting der koningin door een minderwaardige dar verhinderen moet, zeer onzekere resultaten levert, ligt voor de hand, want het is bekend dat de nakomelingen wel is waar in het algemeen de eigenschappen van de ouders toonen, dikwijl echter ook van deze ver verschillen. Het onderzoek naar de koningin of zij werkelijk de gewenschte eigenschappen bezit, is een kieskeurige zaak en vordert minstens den tijd van een vol zomertijdperk, daar ook de eigenschappen harer kinderen moeten worden onderzocht; tegen die tijd is de koningin echter - tenminste volgens bewering van de koninginneteelders - reeds oud.
Men wil slechts éénjarige koninginnen op den stand dulden.
B.