VERSLAG van de 1e Jaarvergadering van de Coöp. Handelskamer der Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland.
Aanwezig zijn als gasten vier leden van het Hoofdbestuur, n.l. de heeren Jhr. de Jong van Beek en Donk, Esmeijer, Kingma en Bezema; de beide laatste tevens in hun kwaliteit als lid der commissie van toezicht. Verder de H.H. Stienstra, v. Giersbergen en van Os, terwijl met het bestuur 12 deelgenooten waren opgekomen.
De voorzitter, de heer J.W.A.G. Baron Collot d'Escury, opent de vergadering. Hij heet allen hartelijk welkom, inzonderheid de leden van het Hoofdbestuur. Hij stelt hun aanwezigheid op hoogen prijs: 't is een bewijs van sympathie voor ons werken. Wel hadden we misschien meer kunnen doen, maar de tijdsomstandigheden zijn ons niet mede geweest; ook waren de verwachtingen te hoog gespannen. 't Is voor een jonge vereeniging moeilijk direct een goed afzetgebied te vinden. Daarbij kwam, dat de reisgelegenheid dikwijls van dien aard was, dat aan geen bestuursvergadering kon gedacht worden.
De heer Jhr. de Jong van Beek en Donk dankt voor het welkom en zegt: "de Handelskamer is voortgekomen uit den boezem der groote vereeniging; een hooge bloei zij haar deel, dan zullen de belangen der imkers beter behartigd zijn."
Hierna leest de secretaris, de heer G. v. Silfhout, de notulen, die onveranderd worden goedgekeurd en daarna het jaarverslag, dat hier volgt, voor.
EERSTE JAARVERSLAG v/d. Coöp. Handelskamer v/d. Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland van 1 Mei 1914 tot 30 Apr. 1915.
Het is al enige jaren geleden, dat er in de jaarlijksche vergaderingen van de Hoofdvereeniging stemmen opgingen, die luide riepen om een beteren, vlotter en voordeeliger afzet der bijenproducten. Vele imkers toch in den lande, klaagden, dat zij hun honing niet konden verkoopen en wanneer 't dan eindelijk lukte, werd nog een zeer lage prijs ontvangen. Om hierin verbetering te brengen heeft het Hoofdbestuur, waarvan de toenmalige voorzitter de stuwende kracht was, die de belangen der imkers ten zeerste bevorderde - de voornaamste bijenhouders en besturen van zeemerijen bij elkaar weten te krijgen, waaruit de zogenaamde honigcommissie ontstond. Zij had tot taak de Coöp. Handelskamer te constitueeren. Wat eindelijk door taaie volharding van den zooeven genoemden voorzitter, Baron de Grancy, en nadat talrijke vergaderingen gehouden waren, gelukte in de Algemeene Vergadering van 6 April 1914.
Daar werden tot bestuursleden gekozen de heeren J.W.A.G. Baron Collot d'Escury te Kloosterzande, A.M. Sprenger te Maastricht, A. Kremer te Lochem, H.P. Heersema te Nietap Leek en G. v. Silfhout te Bennekom. De statuten met huishoudelijk reglement waren inmiddels ontworpen: het bestuur kon dus beginnen.
De eerste bestuursvergadering in vereeniging met de commissie van toezicht, bestaande uit de heeren E. Kingma te Borculo, Mr. A.J. Fokker te Leiden en A. Bezema te Oldeberkoop, werd gehouden te Utrecht op 22 April 1914. Bij deze gelegenheid werden tot leden van het dagelijksch bestuur gekozen de h.h. Collot d'Escury, Sprenger en van Silfhout respectievelijk als voorzitter, vice-voorzitter en secr.-penningmeester; terwijl de heer J.D. Richards te Velseroord gekozen werd tot Directeur voor den tijd van 1 jaar.
Voorop werd in alle vergaderingen - in 't geheel zeven - steeds de vraag gesteld: hoe raken wij onzen honig voordeelig kwijt? Om hierin goed te kunnen slagen, werden in de allereerste plaats honigcontroleurs aangesteld, die allen moesten bezoeken, die onze etiquetten hadden besteld, welke inmiddels ontworpen waren. Op die wijze zijn eventueele consumenten zooveel mogelijk gegarandeerd, dat zij beslist zuiveren honig voor hun geld krijgen. Intusschen is de contrôle op deze wijze, hoe goed ook bedoeld, niet absoluut betrouwbaar, waarom dan ook in den loop der vergadering een voorstel zal gedaan worden om de werking van het controlestelsel eenigszins, te wijzigen.
Om tot onze bestuursvergaderingen terug te keeren. Vervolgens werden voor alle honigsoorten de minimum-prijzen vastgesteld, waaraan alle Deelgenooten zich hebben te houden; het publiek, hoewel op zeer bescheiden wijzen, op een en ander opmerkzaam gemaakt, het honiggewin was niet ongunstig, van vele afdeelingen kwamen aanbiedingen in - toen daar ineens zoo onverwacht en ongedacht als een donderslag uit een helderen hemel de mare weerklonk dat de gevreesde wereldbrand was uitgebroken, die direct het geheele economische leven, ik mag wel zeggen van geheel Europa, zoo plots uit elkander rukte. Alles wat handel heette, was lamgeslagen. Wat moest er onder deze omstandigheden, van onze Coöp. Handelskamer terecht komen, die nauwelijks op eigen beenen kon staan en haar eigen weg nog vinden moest?
Wel werden de winkels van levensbenoodigdheden bestormd als voorzag men hongersnood, maar wie vroeg naar honig voor tafelgebruik, wie naar honig voor de bakkerij?
Gelukkig echter heeft in den loop van het jaar deze tegenslag zich in zooverre hersteld, dat de aangeboden pershonig werd verkocht, wat andere jaren nooit plaats had. Voorwaar toch een lichtpunt in het 1e levensjaar van onze Coöp. H.K. Zoo moet 't en zal 't ook met den slinger- en lekhonig in het a.s. seizoen.
Een groot deel van 't publiek kent geen echten, zuiveren honig. Hierin dient verandering gebracht, wat niet anders kan dan door een uitgebreide reclame. Wat geld kost. Maar, waar een Algemeene Vergadering 3000 gld. als ruggesteun toezegde om een en ander te organiseeren, daar bleek het dus, dat die vergadering sympathiseerde met haar jeugdige instelling: een sympathie, die wij ons dienen waardig temaken. Dit zal des te beter gaan, wanneer zooveel mogelijk afdeelingen zich als Deelgenooten opgeven. Wij hoopten, in het eerste jaar een grooter aantal te verkrijgen.
Van de ruim honderd afdeelingen toch zijn slechts zes en dertig aangesloten en hiervan een en twintig voor een volledig en vijftien voor een gedeeltelijk deelgenootschap. Nu weten wij wel, dat er afdeelingen zijn, wier honig niet in den handel komt, maar zij konden toch ons streven steunen, waardoor tenslotte de eenvoudige imker gebaat en de coöperatie in de hand gewerkt wordt. Maar er zijn ook afdeelingen, die van de veronderstelling uitgaan, dat zij even goed als de Handelskamer kunnen verkoopen, een zienswijze, die in de praktijk voldoende gelogenstraft wordt. Nog andere vreezen, dat de te betalen entree jaarlijks terugkomt, wat niet het geval is. Men betaalt 10 gld. of 5 gld., naar gelang men een geheel of gedeeltelijk deelgenootschap wenscht. Dat is alles. De financiën kunnen dus voor niemand eenig bezwaar opleveren. Daarom zij 't nog eens gezegd, gelijk in 't Maandschrift van Mei 1914: "Geen enkele afdeeling blijve meer van verre staan: het welzijn van den Nederlandschen imker wordt beoogd."
Mijne heeren, met velen uwer was ik het vorig jaar in correspondentie. Misschien ben ik in vele dingen tekortgeschoten. Daarvoor gaarne mijn excuus. En ook gij heeren medebestuurderen en Directeur van harte dank voor de hulp en den steun, dien ik in 't 1e boekjaar van u mocht hebben.
De Directeur, de heer J.D. Richards, brengt nu zijn verslag uit, waaruit wij het volgende ontleenen: Alle pershonig is verkocht. De prijs liep op van 20 tot 25 ct. p.p.; de bijenwas van 75 ct. tot 1 gld. In totaal is voor 2262 gld. verkocht. Met den slingerhonig wil 't nog niet vlotten. 't Debiet zal echter ongetwijfeld stijgen. De Limburgsche federatie belooft een goede afneemster te worden. 't Is jammer, dat er niet één soort van honig is. Er dienen meer zeemerijen opgericht. Dat is de weg om tot één centraal punt te komen. De balans met winst- en verliesrekening die hierna in behandeling komt, behoeft hier niet vermeld te worden, aangezien zij alle Deelgenooten zijn toegezonden. Er is een verlies van plm. 500 gld.
De heer Kingma zegt, dat hij als lid der commissie van toezicht gaarne zijn rapport uitbrengt. Hij beveelt den Directeur aan en wil hem gaarne steunen. Ook is de tijd nog tekort geweest, om een goed oordeel te kunnen vellen. Hij geeft echter het bestuur zijn bevreemding te kennen over de toepassing van art. 12 der statuten, maar wil geen aanmerking maken en vraagt moeten we met de bovenbedoelde schuld 't nieuwe jaar in!
De heer Esmeijer vindt 't niet geschikt, dat de geheele schuld op 't eerste jaar drukt. Hij stelt voor 't eerste jaar 1/3 af te schrijven en zoo vervolgens, wat aangenomen wordt, terwijl voor dekking van het tekort de vergadering het bestuur machtigt van het crediet bij het Hoofdbestuur gebruik te maken.
Hierna werden de verkiezingen gehouden: de heer Sprenger werd als bestuurslid herkozen en de heer Mr. Fokker als lid van de commissie van toezicht.
De Deelgenooten Arnhem, N.- en Z.-Holland en de Wijk,(zeemerij), worden aangewezen om de rekening en verantwoording na te gaan, terwijl Amersfoort, Leiden en Gemert als plaatsvervangers zullen fungeeren.
Vervolgens komt punt 7 der agenda aan de orde, betreffende bestuursvoorstellen in zake kleine wijzigingen der statuten en het huishoudelijk reglement. Hierover ontstaat een uitgebreid debat tusschen den Voorzitter eenerzijds en de h.h. Kingma en Esmeijer anderzijds. 't Bestuursvoorstel wordt ten slotte aangenomen, terwijl ook tot schrapping besloten wordt van sub 5e van hetzelfde artikel 12; art. 21 blijft ongewijzigd. Ook het bestuursvoorstel voor een verandering in de contrôle wordt aangenomen, hoewel de heer Esmeijer en Deelgenoote Dedemsvaart pleitten voor een algeheele aansluiting bij een proefstation, dat op honigonderzoek is ingericht.
Van de rondvraag maakten N.- en Z.-Beveland, Dedemsvaart, Berkelstreek en anderen gebruik om eenige op- en aanmerkingen te doen over de werlwijze van de Handelskamer in ‘t algemeen. De voorzitter licht enkele punten nog eens nader toe en wenscht de kwestie van salarieering aan te houden voor een bestuurdersvergadering. Hierna dankt hij zoowel gasten als Deelgenooten voor de opkomst en loyale discussie en sluit omstreeks 4 uur de vergadering.