De ziekten van de bij [II].
Wij hebben nu uitgemaakt, dat op uw bijenstand de bijenpest heerscht en gij wilt alles doen om verdere uitbreiding te voorkomen. Gedachtig aan het lot, dat zoo menige ijmker in Engeland ten vorigen jare trof, en waarbij gansch zijn stal gedood werd, schrikt gij niet voor de meest ingrijpende maatregelen terug.
Welnu - beschouw dan uw volk als verloren. Is het een korf - verbrand ze dan, doek ze op -- laat wat petroleum door den doek in de korf loopen, of zoo ge dezen dood voor uw ijverig volk te wreed vindt, bedwelm ze door wat salpeter onder den doek te verbranden en verbrand ze daarna. Met een kast doet ge evenzoo. Wat salpeter door het vlieggat en daarna snel alles op het brandende stroovuur: kleedje zoowel als raampjes, was en bijen; gij verbrandt het al. Want te ontsmetten is een werk, dat voor den leek al heel gevaarlijk is. Gevaarlijk, omdat maar al te vaak door de ontsmetting de verspreiding van de ziekte ten zeerste bevorderd wordt.
De kiemen van die ziekte zijn namelijk ondenkbaar klein; duizenden en duizenden schuilen er in een klein barstje van het hout van raampje of kast. Afboenen met zeep en water helpt niet, de kiemen worden er niet door gedood, maar met het water meegevoerd overal elders, om daar voort te telen in korte uren tot duizenden. Afwasschen met ontsmettingsvloeistof met - lysol! carbol - het gevaarlijke, zoo giftige - reukelooze sublimaat helpt ook al zoo weinig, als de ontsmettingsvloeistof niet doordringt in de oppervlakkige lagen van het hout.
Het beste is, koken en als ge dan uw raampje met alle geweld behouden wilt, gooi ze dan in den veevoederpot - in den waschketel, die opstaat met flink kokend water met wat soda er in. Daarmee boent ge ook uw kast van binnen uit, behandel hem daarna met lysol, na een paar dagen nogeens. En niets vergeet ge, geen vliegplank of latje van de schuif of wat ook.
En als het brandende vuur op het laatst nog even oplaait om de laatste druppel gesmolten was te verbranden dat gaat ge uw handen wasschen met lysol - uw bovenkleeren zet gij in lysol-oplossing - uw klompen boent gij af.
De grond voor de bijenwoning wordt weggebracht - diep omgespit de nu één steek lagere grond en nieuwe, versche aarde wordt er daarna opgebracht. Op de plank waarop de korf stond en waarvan zooeven alle vuil, alle overblijfselen van cellen, alle doode bijen mede verbrand zijn, wordt een zak nog druipnat van lysol neergelegd en..... in de eerste maanden komt op die plaats geen bijenkorf of in die buurt geen bijenkast meer.
Dit is het beste, wat men doen kan. Niemand ga tot andere behandelingswijze over. Want die behandelingswijze eischt een zóó volkomen doorkneed zijn in het behandelen van besmette voorwerpen of dieren, dat ze slechts in handen van bevoegden, geen gevaarlijke behandelingswijze is.
Herhalen wij in 't kort nog even de verschijnselen van bijenpest. In het broednest, en niet alléén op de buitenste raten vinden wij het broed met veel open cellen met een doode larf er in of cellen met ingezonken deksels, al of niet met een gaatje. Ligten wij 't deksel op, dan vinden wij "solutie" op den bodem, een timmermans lijmachtige stof, wat kleur en reuk betreft. Het volk is verminderd. Is het een sterk volk, dan ruimen zij gauw de doode larven op en vinden wij vele leege cellen naast enkele met "solutie" er in.
Het is de meest gevaarlijke ziekte, die wij in ons land gelukkig nog niet kennen.
Daarom is het oppassen voor het koopen van bijen of voerhoning uit streken die niet pestvrij zijn; daarom is een Holl. korf in die streken zooveel waard, omdat onze bij pestvrij is.
De tweede ziekte, die ik met u ga behandelen, heet het vuilbroed.
Vuilbroed - stinkend vuilbroed wordt zo onder tal van namen genoemd.
Het eigenaardige van deze ziekte is, dat de bijenlarf vóór zijn inspannen, voor zijn verzegelen dus, sterft. Hier dus geen ingevallen deksel, geen gaatje in de deksels, doch slechts gestorven open broed. De aanvankelijk geelwitte massa wordt allengs bruiner getint, tot ze langzamerhand een breiachtige, donkere massa vormt, die - de naam duidt het reeds uit - een verbazende lucht verspreiden kan.
Merkwaardig is het, dat deze ziekte slechts bij de jonge larven optreedt en niet bij het reeds gedekseld broed. Weet ge, hoe dit komt?
't ls een bacterie, die mede het voedsel van de jonge larve aantast, die het stuifmeel, de pollen, het bloemstof verteert. Dat stuifmeel, dat de allerjongste bijenlarve niet gereikt wordt door de voedsterbijen, maar slechts de oudere zooals ge weet, kleurt de darm van de larve donker en duidelijk is dan ook als een donkere streep, die pollenmassa in het lichaam te zien. De larve, die door de vuilbroedziekte is aangetast mist die donkere streep, het is niet een ondoorschijnende melkwitte larve met een donkere streep, maar meer een roomachtige overal even ondoorzichtige zéér bewegelijke larve, zonder de genoemde zich zoo donkere afteekenende darm, met pollen gevuld. De pollen zijn verteerd, en met deze een groot gedeelte van den darmwand.
Drukt ge met een speld beide einden van de larf op een glaasje en rukt ge nu de spelden van elkaar, dan scheurt bij de zieke larve de kop van het larvenlijf af en met deze gaat heel de half verteerde en als het ware losliggende darm mede, terwijl bij de gezonde larve de darm van den kop scheurt en in het lichaam blijft.
Wat heeft 't nu voor belang, dat ik u dit laatste meldde? Waarom u dat onderscheid genoemd en het bij herhaling besproken?
Omdat....... omdat het volk met vuilbroed zijne doode larven uitdraagt, juist als het volk dat doet dat hongert, dat verkleumde. Ook dan vinden wij de bijenlarve op de plank onder den korf of bodem van de kast, voor 't vlieggat, voor den stal.
En 't wordt de vraag alsdan, of wij te doen hebben met oorzaken buiten onze schuld, met het vuilbroed of wel dat... dat mogelijk een niet tijdig voeren van de bijen of wel een vroegtijdig en bij herhaling voederen, waardoor het broed te veel werd aangezet en in de koude nachten, die komende waren, niet voldoende verwarmd kon worden, de oorzaak was dat het broed afstierf en door de bijen nu uitgedragen werd.
De doode larf gaat rotten bij het vuilbroed zoowel als bij het door honger of koude gestorven broed. Maar bij de laatste zien wij aan de larve duidelijk de zwarte darmstreep, bij het eerste missen wij ze en gaat het sterven van de larve door, ook na voedering of bij 't komen van warme dagen of nachten.
Deze ziekte nu is niet zoo gevaarlijk als de bijenpest, omdat de bacterie, juist door de optredende rotting gedood of althans ten zeerste geschaad wordt en er genezing mogelijk is.
Maar dit gebeurt zelden en 't is beter maatregelen te nemen, maatregelen, waarover ik met u een volgenden keer praat.
Haarlem,
G.A. OOTMAR.