Januari 1916.
Als andere jaren wenscht de Redactie gaarne aan lezeressen en lezers een gunstig imkerjaar.
Al te hoog zullen we onze wenschen maar niet opschroeven, nu er zooveel hoogere belangen op het spel staan, dat zou al te egoïstisch zijn. Gaarne zouden we er immers onzen voorspoed als imker voor over hebben, indien 't andere „het oorlogswee", mocht verdwijnen. Het moge ons gegeven zijn, dit jaar met vlijt en voorspoed te werken aan het schoone imkersbedrijf. Het innige medeleven met onze immen kan immers ons leven opvoeren en indien daarbij nog een goed financieel resultaat mag komen, zal dit de bijenteelt in Nederland, zoo nuttig voor land- en tuinbouw, niet weinig bevorderen.
Daarom is het plicht te trachten tot een goed financieele uitkomst te komen.
Het vereenigingsleven moet daartoe niet weinig bijdragen. Het zinnen op en 't nemen van maatregelen daarop vooral bedacht zijn. Gaat aan den eenen kant de kennis van bijenteelt sterk vooruit en begint nu reeds op te komen een intellectueele kracht, aan den anderen kant is er nog een zeer breede schare met weinig kennis toegerust, het zijn vooral degenen, die voortdurend het ledental tegenwoordig versterken. Toch wijst dit op een algemeen ontwaken. Om wakker te worden is er voor harde slapers vaak een duw noodig.
In de heeren, die thans onze vereeniging besturen, wordt een groot vertrouwen gesteld, en de oogen zijn vol verwachting op hen gevestigd. Het moge dezen heeren zijn gegeven de Vereeniging vooruit te brengen in de richting, die ieder nu wel ziet. Gemakkelijk zal 't niet gaan, maar als de leden hun vertrouwen maar doen blijken en dus medewerken, zal 't niet anders kunnen of de zaken zullen goed marcheeren.
Medewerksters en medewerkers zeggen wij dank voor het werk, dat ze in 't verloopen jaar leverden. Wij wekken hen op tot verhoogde actie om 't belang dier bijenteelt. De ruimte van 't Maandschrift noodzaakt tot kristallisatie der gedachten, alles moet kort en liefst krachtig zijn. We zullen in dit opzicht op betere tijden hopen en geven hiermede het Maandschrift weer voor een jaar over aan aller belangstelling en medewerking.
H. Stienstra.