VRAAGBAAK.
Vraag 10.
Welke stof-(fen) moet het drinkwater der bijen bevatten ? Zuiver water is blijkbaar niet voldoende. Zie hier, wat ik al sinds jaren opmerkte, iets nieuws zal het wel niet zijn.
Al bij de eerste uitvlucht zorg ik, dat de drinkgelegenheld gereed is op een gemakkelijk te bereiken beschutte plaats, een tiental meter van de kasten. De bijen vinden ze dan ook spoedig. Langzamerhand neemt het aantal bezoeksters toe en in het begin van April is de „kroeg" den heelen dag, maar vooral 's ochtends druk bezocht. Maar dan komen er elken dag minder bezoeksters, hoewel de behoefte aan water natuurlijk nog toeneemt. Op het eind van April tref ik er nog maar een enkele bij aan, maar des te meer vertoonen zich dan achter de keuken, op een straatje, waar veel geboend en geschrobt wordt. Ze drinken van het vuile water tusschen de steenen, zetten zich op natte boenders en dweilen en op den rand van den put, waarin het afvalwater loopt. Ze worden dan zoo lastig, dat wij ze met chloorwater of carbol moeten verjagen. Maar de drinkgelegenheid, waar haar zuiver leidingwater met wat zout er in opgelost, aangeboden wordt, blijft onbezocht. Ze hebben een andere gelegenheid gezocht.
Zuiver water, of water met wat zout is dus blijkbaar niet voldoende. Wat moet er aan toegevoegd worden? Ik zou de waterhaalsters zoo graag thuis houden en ze behoeden voor de gevaren, die haar bedreigen aan den waterkant.
H. B.
Antwoord: De drinkgelegenheid, zooals U die aangeeft schijnt aan de eischen, die men deze stelt te voldoen, omdat deze in den aanvang goed wordt bezocht. Dat de bijen die later verlaten en de voorkeur aan het spoelwater geven is een feit waar U rekening mede moet houden en dus zou u om den tijd als dat verschijnsel zich weer begint voor te doen, wat carbolzuur over 't straatje kunnen sprengen. Aan den reuk van carbol hebben de bijen een hekel. Misschien dat u ze dan op de drinkplaats houdt. Ook zou u op de drinkplaats wat turf kunnen strooien. De zouten daarin aanwezig kunnen misschien de bijen beter voldoen.
S.
Vraag 11.
Bestaat bij de voedering met gedenetureerde suiker niet het gevaar, dat resten daarvan bij den oogst met den honing vermengd worden en deze bederven? Is vooral bij de z.g. omhangmethoden dit gevaar niet groot ?
Antwoord: Zeker bestaat daarvoor gevaar, vooral als in 't voorjaar veel wordt gevoerd, of wanneer in 't algemeen de suiker niet wordt opgemaakt voor broedaanzet. Bij 't slingeren is daarop te letten en moeten raten waarin suiker aanwezig kan zijn eerst nauwkeurig worden onderzocht (voor 't licht houden) alvorens wordt geslingerd.
Vraag 12.
Tot wie mij te wenden om 5 K.G. was tot kunstraat gegoten te krijgen.
Antwoord: Wend u tot de H. K. of tot een handelaar in ijmkersartikelen. Zeker zal men u daar willen helpen. Zie advertentiekolommen.