Waarnemingsstation Boekelo (O.) 1915.
(Vervolg Maart).
Bijgaand staatje geeft in 't kort een overzicht van de waarnemingen over 1915.

Kasten met een voederinrichting beneden zullen voor de omhangmethode van belang zijn. Juist door de bijen onder te voeden, lokt men ze in koude nachten naar beneden en dat brengt warmte in de woning. Men behoeft dan niet zoo bevreesd te zijn, dat de koningin met weinig bijen onder en 't meerendeel boven blijft, om 't broed te verwarmen. Een der omgehangen volken zwermde mij reeds, toen beneden nog maar een paar kunstraten uitgebouwd waren.
De Junimaand was over 't algemeen zeer droog. Daags hooge temp. en 's nachts koud. Den l0den Juni regende het zoo overvloedig, dat in eenige uren tijds 48 m.M. water viel. De tweede helft van Juni vroor het eenige nachten zoo hard, dat vele te veld staande gewassen bevroren. We kunnen de maand Juni dus als een zeer bijzondere kenmerken.
Ook Juli vermocht niet in te halen wat Juni te kort schoot. Een enkele dag was er nog redelijk dracht, vooral de eerste dagen van Juli, maar we kregen niet, zooals we dat in Juli gewoon zijn.
20 Juli werd uit den waarnemingstok 7.600 K.G honig geslingerd. Nadien bleef de stok op gelijk gewicht.
Augustus, welke maand hier vroeger als de honigmaand bij uitnemendheid gerekend werd en waarop nog vele imkers hun bedrijf inrichten, liet ons evenals in de meeste jaren in den steek. De waarnemingstok verminderde nog een paar kilo in gewicht. In Sept. werd bij afname van de 10 raampjes uit de bovenste broedkamer, nog een kilo honig geslingerd. In de onderbroedkamer was echter geen honig genoeg voor wintervoedsel, zoodat het volk nog 7 Thüringer flesschen suikerstroop toegediend werd. Aan 't eind der maand was door deze suikervoedering een gewichtsvermeerdering van ruim 4 kilo ontstaan.
Een Thüringer luchtballon houdt ongeveer 1½ kilo suikerstroop, (oplossing pl.m. 70%), 's avonds opgezet en in één nacht leeggehaald, geeft dat een gewichtsvermeerdering van 1 kilo 's morgens. 7 gevulde flesschen zouden dus 7 kilo gewichtsvermeerdering moeten brengen. Toch schijnt er na dien tijd nog meer ingedampt te worden en valt het dus niet gemakkelijk precies aan te geven hoeveel werkelijk gewicht 1 kilo suikerstroop b.v. aan opgelegd wintervoedsel geeft.
Tijdens 't voederen wordt geteerd en sommige dagen nog wat honig gehaald al naar de maand September meer of minder gunstig is. In t begin van de maand Sept. zetten de volken nog flink broed in, toen met 't voederen begonnen werd.
De waarnemingstok is ingewinterd volgens de methode Kuntsz, een grootimker bij Berlijn, die deze methode aanbeveelt, omdat de bijen daarbij minder honig gebruiken zullen, dus voedsel sparen wat juist in dezen tijd in Duitschland en elders zoo van belang is, zoodat ze daarom reeds hulde verdient, weinig volksverlies (ook een voordeel) geen beschimmelde raten en een sprong vooruit bij 't omhangen in 't voorjaar.
De bijen zijn dan gewoon in de bovenste broedkamer te leven. De onderste broedkamer blijft leeg en krijgt alleen een ledige raat, waartegen de bijen opkruipen kunnen.
Tusschen de beide broedkamers komt een plank, met een opening die correspondeert op de ledige raat in de onderste broedkamer.
Zoodra nu de broedkamer boven in 't voorjaar (Mei) vol bijen komt, wordt de broedkamer onder met uitgeb. of kunstraten gevuld, evenals men dat bij de omhangmethode doet. De plank gaat tusschen de beide broedkamers weg en de bijen kunnen beginnen de onderste broedkamer in te richten, raten uitbouwen enz. Al naar ze aan ruimte behoefte hebben. Is na 14 dagen de koningin niet uit eigen beweging naar onder gegaan, dan wordt ze boven uitgezocht en in de onderste broedkamer gebracht. Tusschen beide broedkamers komt nu een rooster.
We zullen 't voordeel hebben, dat deze werkwijze niet de storing kan brengen, zooals de gewone omhangmethode soms veroorzaakt.
In hoeverre deze handelwijze hocus pocus is, zooals zoovele aanbevolen methodes moeten we afwachten.
Gaan we bij onze eigen woningen te rade, waar over 't algemeen op de bovenverdiepingen gezonder wonen is dan beneden, dan lijkt ook 't overwinteren in de “boven”kamer niet zoo dom.
De maanden Oct., Nov. en Dec. geven geen bijzonders te melden. Wel is 't voedselverbuik vooral niet minder dan andere jaren, doch 't weder is over 't algemeen zoo zacht geweest, dat de bijen verschillende dagen vlogen als in den zomer.
Ook de bijen in den waarnemingstok speelden lustig mee, een bewijs, dat ze zich reeds goed aan haar woonplaats gewend hebben.
V.
Waarnemingssation te Boekelo