Een eenvoudige was-smeltpan.

Wanneer ik zoo bij de imkers in mijn omgeving rondzie en eens vraag, hoe zij hunne producten behandelen om zooveel mogelijk goede prijzen te kunnen bedingen, schijnt het wel, dat bijna allen de wasraten, die zij bij het uitsnijden van de korven oogsten en verder alles, wat zij het heele jaar verzameld hebben, naar een opkooper brengen en blij zijn als ze 30 Ć  35 ct. p. pond ontvangen. Als ze echter deze ruwe was zelf opsmolten en zuiverden, zouden ze met heel weinig moeite het dubbele per pond kunnen verkrijgen.

Voor het klein bedrijf is het echter een groot bezwaar, dat er geen geschikte pannen of persen in den handel zijn om dit product te bewerken, want alles wat er op dit gebied in prijslijsten wordt aangeboden is eigenlijk in de practijk onbruikbaar. Ook de honing- en waspers Simplex, die ik eenige jaren gebruikte, werkt zeer goed voor honing, maar is voor waspers niet aan te bevelen. In de eerste plaats duurt het veel te lang voor men na kolossaal verhitten, stoomen en persen er het was zoowat uit heeft, maar wat het ergste is: na gebruik is de geheele pers zoo vuil, dat zij ook vanwege de gecompliceerde inrichting, gewoon weg niet meer zoo schoon te krijgen is, dat men haar weer voor honing kan gebruiken.

Daarom liet ik mij een heel eenvoudige wassmeltpan maken, die mij uitstekend bevalt, en die ik daarom hier even wil beschrijven; mogelijk, dat deze of gene afdeeling, die van plan is een waspers te koopen, haar ook geschikt vindt om aan te schaffen. Zij bestaat uit een zinken pan, hoog 60 c.M. en middellijn 40 c.M.; hierin sluit precies een tweede, hoog 28 c. M. met een bodem van fijn gaas. Deze rust op drie steunsels, die in de eerste pan zijn aangebracht. Bij gebruik kan nu de pan tot aan de steunsels met raten gevuld worden (natuurlijk zooveel mogelijk in elkaar gedrukt) waarna men er de tweede pan in laat zakken en het geheel tot een eind boven den gazen bodem met water vult. Het gaat nu natuurlijk het vlugste als men de pan op een groot gasstel kan verhitten, maar even goed kan men het kacheltje van een fornuispot er voor gebruiken. Neemt men een kleiner formaat, dan kan men haar natuurlijk gewoon op een kachel of zoo aan het koken brengen.

Begint nu het water onderin de noodige hitte te krijgen, dan komt het gesmolten was door den rooster en op het water drijven; met een diepen lepel kan deze nu worden afgeschept en in een bak of emmer met koud water gedaan worden, waarna men haar tot ballen knijpt. Heeft het water zoowat twee uur gekookt, dan is al het was er uit; men kan nu de bovenste pan er uitlichten en zich meteen overtuigen, dat er niets dan afval meer aanwezig is.

Het verkregen was wordt nu in een koperen of geƫmailleerde pan opgesmolten en de onreinheden met een schuimspaan afgeschept. Wil men haar echt mooi, lichtgeel van kleur hebben, dan kan men er een weinig zwavelzuur doorroeren, bijv. een eierdopje vol op een pond of tien, twaalf. Zet men de pan nu goed toegedekt weg, zoodat zij langzaam afkoelt, dan heeft men den volgenden dag een prachtigen bodem goudgele was.
M.C. SANDERS.