Buitenland.
De Vereeniging van bijenhouders in Oostenrijk heeft een verzekerings- en ondersteuningsfonds. Van deze verzekeringen wordt in het jaarverslag over 1915 in »Bienen Vater« het volgende gezegd: “Deze (verzekeringen) sedert 1904 bestaande en gezegend werkende instelling der Vereeniging, werd voortgezet. De beide verzekeringsovereenkomsten, die met de “Ersten Österreichischen Versicherungsgesellschaft gegen Einbruch” te Weenen, en met de Verzekeringsmaatschappij voor aansprakelijkheid: “Kosmos” te Weenen waren afgesloten, beschermen de leden tegen diefstal en de wettelijke aansprakelijkheid.
Vooral leek de tweede verzekering, door “Kosmos” voor een lid van groot belang te zijn, daar door bijen twee paarden van een voertuig zoo werden gestoken, dat een daarvan dood was en het tweede zwaar verwond bleef. De belanghebbende maakte aanspraak op een schadevergoeding van meer dan 1600 kronen en diende ten slotte een klacht in bij het gerecht. In de beide eerste instanties werd de imker schuldig verklaard, doch in de derde instantie werden beide veroordeelingen opgeheven en de imker vrijgesproken. De laatste had geen risico te dragen, daar de verzekeringsmaatschappij voor de schade en de belangrijke gerechtskosten borg was.
Alle andere schaden, als door vuur, water, storm, kwaadwilligheid, lawinen en vuilbroed konden door het ondersteuningsfonds geheel of voor het grootste gedeelte worden vergoed.
De premie voor de beide verzekeringen en het ondersteuningsfonds bedroeg weder per 20 volken en voor het jaar slechts 50 heller (pl.m. 25 cent).”
Verder werd vermeld, dat de volgende schaden werden geregeld, door de verzekering: 19 gevallen van diefstal en 1 premie op betrapping, en 1 geval van aansprakelijkheid; door het ondersteuningsfonds: 2 vuurschaden, 1 stormschade, 6 gevallen van vuilbroed en 3 diverse gevallen. Buitengewoon hooge schadevergoeding werd gevraagd voor de leden in het oorlogsgebied van Galicië en Bukowina. Zoolang de oorlog daar duurt kunnen die aanvragen niet in behandeling komen, doch het bestuur hoopt na het sluiten van den vrede middelen te vinden alle schaden te dekken, al gaat dat niet met het reservefonds, dat 9000 kronen (pl.m. f 4500.—) groot is.
Dergelijke verzekeringen, aan onze Veneeniging verbonden, zouden zeer zeker ook goed werken. Hoeveel schade zal er door bijenhouders geleden zijn met de overstroomingen en stormen in Januari? (Hierin zal de watersnood-comm. moeten voorzien. RED) en hoeveel imkers zenden hun volken naar de hei met stille hoop, dat hun bezit voor brand zal bewaard blijven?
In “Gleanings in Bee Culture” gaf Mr. Root een kiek van een door gaas afgedekten tak van een appelboom. Deze tak droeg 876 bloesems, terwijl er slechts een vijftal appels van kwamen. Mr. Root schreef bij die kiek het volgende:
De proefneming om een tak van een fruitboom, die in bloei staat, af te dekken, teneinde na te gaan welk verlies men heeft, wanneer bijen en andere insecten tijdens den bloeitijd worden afgehouden, is niet nieuw. Waarnemingsstations en diverse personen hebben op die manier vroeger reeds onderzoek gedaan naar de waarde van de bijen. Een paar jaar geleden was een dergelijke proef genomen met belangrijke resultaten.
Een der periodieken publiceerde in ernst onder het opschrift: “Practische wenken” een geïllustreerd artikel van een medewerker, die beweerde gevonden te hebben, dat, door zijn jonge fruitboomen af te dekken met muskieten gaas, tijdens den bloeitijd, de schadelijke insecten werden belet de bloesems af te bijten en ze op andere wijze te vernielen. Deze schrijver was zoo verblind door de in het uitzicht gesteld zien van een dollar of twee, die hij voor zijn bijdrage zou ontvangen, dat hij niet opmerkte dat wat hij schreef meer fantasie dan werkelijkheid was. Wij zonden den uitgevers een opheldering, en zij plaatsten onzen brief in zijn geheel zonder commentaar, zonder twijfel waren ze paf.
In het laatste voorjaar bedekten we een tak van een appelboom met gaas, zoodat de tak geheel was ingesloten. Dit gebeurde even voor de bloesems geheel open waren. Voor we het gaas om den tak bonden telden we de bloesems en vonden dat er juist 876 waren. De tak bleef bedekt tot alle bloesems waren afgevallen. Al de andere takken van den boom brachten, zooals van dit soort boom mocht worden verwacht, een goeden oogst op. Toen we het gaas verwijderden telden we de appels aan den tak, maar dat nam niet zooveel tijd in beslag als het tellen van de bloesems, want er waren er net 5. Later vielen er drie af, vóór ze rijp waren. Van de 876 bloesems plukten we derhalve maar 2 goede appels.
De wind helpt ook mee het stuifmeel te verstrooien en de bloesems vruchtbaar te maken, en zonder twijfel was de luchtstroom in den zak niet zoo sterk als die erbuiten; en ook zijn de stuifmeelkorrels zeer fijn; en indien de wind een zeer belangrijk deel had aan de bestuiving van de bloesems, hadden er toch meer dan 5 vruchten moeten worden gezet, want de mazen van het gaas zullen de pollen doorlaten, vooral daar de boom in kwestie stond in den zuidwest hoek van den boomgaard, en de bedekte tak aan de zuidzijde van den boom was.
Het lijkt ons, dat niemand aan de waarde van bijen of andere insekten voor de bevruchting der fruitbloesems zal twijfelen.
Dewijl er gewoonlijk tien of meer bijen zijn op elk soort insect, mogen wij dan niet uitspreken, dat de bijen meerendeels voor de verspreiding van stuifmeel zorgen?
Indien er in den omtrek genoeg bijen zijn, dan behoeft er in elken boomgaard geen bijenstal te zijn; en toch, wanneer het weer tijdens de bloeiperiode koud is, gaan de bijen niet zoo, ver van de woning als anders, en dientengevolge is de bestuiving niet in elk opzicht volledig. De grootste fruittelers zijn hiervan wel overtuigd, wat bewezen wordt door hun aanhoudend pogen bijen in hun boomgaard te hebben.
Geen bijenhouder behoeft pacht te betalen voor het plaatsen van bijen, zoo er in zijn omgeving vooruitstrevende houders van boomgaarden zijn, die de waarde van bijen weten.