INGEZONDEN.

De verkiezing van een Voorz. der Ver. Bijenteelt op 13 April '16.
Er waren nog al candidaten voor 't voorzitterschap en werd gelukkig bij derde stemming met 98 tegen 36 op zijn tegenstander de Heer Wigman gekozen. De Ver. Bijenteelt toch is uitsluitend opgericht voor het welzijn der ijmkers en het H.B. heeft ook daarnaar gehandeld en gedaan wat naar vermogen gedaan kan worden.

Echter op handelsgebied wil het niet best vlotten, de ijmkers moeten dikwijls veel moeite doen om hun honig voor een tamelijken prijs aan den man te brengen. Uit ondervinding kan ik dit bewijzen. Immers bezocht ik persoonlijk in de groote steden de zaken, waar honig verkocht wordt, en nergens zag ik ook maar één flacon zuiveren, inlandschen bijenhonig. Wel vloeibaren honig, meest alles van dezelfde kleur: hoog geel, bruinachtig, of ook slaoliekleur.
Ik liet in al die zaken mijn flacon gegarandeerden, zuiver gekristalliseerden natuurhonig zien, maar de menschen kenden dien dikken honig niet en van verkoopen geen sprake. Mij werd geantwoord, de menschen eten dien vloeibaren honig, ze zijn niet anders gewoon.

Zoo was het gesteld met onzen honighandel in Nederland in 1913 en nu in 1916 is 't nog zoo. De handelaars hebben den zuiveren, inlandschen bijenhonig van de markt verdreven.
Nu is er een H.K. opgericht om een afzetgebied te veroveren, maar het gaat niet gemakkelijk en dit zal moeite en geld kosten. Dit schrijvende, vraag ik: is het gewenscht, dat handelaren in buitenlandschen of kunsthonig zitting hebben in het H.B. van onze Ver. Is het gewenscht, dat zulk een handelaar voorzitter zou zijn? Kunnen de belangen van een handelaar samen gaan met die van onze ijmkers?

Dat de handelaren hun belangen hoog houden is mij verleden jaar op onze algem. verg. der H.K. wel zoo overtuigend gebleken, dat ik desgevraagd daarop nog wel wil terugkomen. Wat een kracht ligt er voor die handelaars in, als zij hun afnemers vertellen kunnen, dat hij lid of voorz. is van onze Vereeniging en wat een vertrouwen ligt daarin voor de wederverkoopers, hij heeft immers te doen met een der eerste mannen van den Ned. Coöperatieven Bijenbond.
Volgens mijn meening schuilt er juist een groot gevaar in op handelsgebied, zulke handelaren in het H.B. toe te laten.
Ook begrijp ik maar niet hoe iemand, de belangen der ijmkers kennende, een handelaar candidaat kan stellen.
KREMER, Lochem.

De geachte inzender, van wien ik zeer goed begrijp zijn verzuchtingen omtrent honigverkoop, heb ik niet willen teleurstellen in ‘t plaatsen van dit ingezonden stukje, omdat hij reeds meermalen op dit aambeeld hamerde, maar voor zooverre mij bekend, hebben in 't H.B. geen handelaren zitting, noch zitting gehad. Toch geldt dit ter beoordeeling der leden.
Ook de heer Esmeijer, die de schrijver wellicht op 't oog heeft is sedert eenige jaren geen handelaar meer.
Een Ned. Coöperatieve Bijenbond bestaat niet.
RED.