Tentoonstelling voor Bijenteelt te Haarlem.

In de keurig versierde zalen van, het gebouw “Volksbelang” te Haarlem, werd door de afdeeling Haarlem van 19—23 September eene tentoonstelling gehouden, die in alle opzichten zeer geslaagd mag heeten. Het gebouw naderend, zag men reeds aan den traditioneelen beer, die voor een der ramen honing heette te snoepen uit een bijenvolk in een hollen boomstam, dat men op de plaats zijner bestemming was aangeland.

Binnen getreden, werd men in de eerste zaal ontvangen door een keur van bloemen, die rijk zijn aan honing en stuifmeel, en die netjes waren gerangschikt naar haar bloeitijd. Hier ook werd den bezoeker aangetoond, van welk groot belang de bijenteelt is voor de bevruchting der bloesems, door een kersetak, die tijdens den bloei met gaas was bedekt geweest en eene, die door de bijen kon worden bevlogen, en op glaasjes het verschillende stuifmeel met vermelding van afkomst te zien gegeven, dat de bijen tot voedsel noodig hebben voor zich en haar broed.

Verder gaande, kon men zich overtuigen van de hoeveelheid nectar, die zij uit de bloemen halen in verhouding tot den honing die er overblijft tot het overtollige vocht er uit is verdampt. Dit werd aangetoond door aquariums, heel en half gevuld met water en gedenatureerde suiker, hetgeen mij voor een leek in het vak, nog wel een klein beetje onbegrijpelijk voorkwam.

De afdeeling “Vijanden van de Bijen” was zeer interessant. Behalve de muis en andere zag men er ten eerste onder een stolp het werk uit een bijenkorf, waar een groote menigte wasmotten regeerde en nog bezig was haar vernielingswerk te voltooien. Een afschrikwekkende aanblik voor onachtzame imkers. Ook een stuk raat met bijenpest en een dito met vuilbroed, goed afgesloten voor mogelijke besmetting, die door den voorzitter der afdeeling uit Amerika werden meegebracht, zijn zaken, die men niet zoo dikwijls te zien krijgt.

Van deze afdeeling kwamen we aan een gedeelte, dat men “vijanden van den bijenhoning” zou kunnen noemen, n.l. verschillende soorten van “margarinehoning”, die men bij het goedgeloovige publiek gaarne voor bijenhoning wil laten doorgaan. Er waren o.a. tentoongesteld aardappelen, die er niet erg smakelijk uitzagen, maar die tot aardappelmeel verwerkt en met een en ander vermengd en gekleurd en gegeurd den zoogenaamden vruchtenhoning opleveren, die werkelijk nog eenigszins op honing gelijkt. Men kon er zien de fleschjes essence, die gebruikt worden om de hei-, de linde-, de boekweit-, den acacia-honing te fabriceeren en die den “margarine-honing” doet ruiken naar de bloemen, waarop onze nijvere bijen den honing verzamelen. Wanneer op alle tentoonstellingen voor bijenteelt een flinke dergelijke inzending voorkwam, zou het honingetende publiek spoedig overtuigd zijn, dat bovengenoemde maaksels niets met het heerlijke natuurproduct, bijenhoning, gemeen hebben.

Verscheidene inzendingen slingerhoning en eenige van raathoning van de afdeeling Haarlem enz., deden zien, dat, niettegenstaande het weinige zomerweer, de bijen nog keurigen honing, meest lindehoning, hadden kunnen maken. Verder waren er nog tentoongesteld eene verzameling voorwerpen om bij de bijenteelt te gebruiken, kunstraat met de wals en de pers vervaardigd, verschillende doelmatige en ondoelmatige flacons enz. enz., te veel om apart te vermelden. Een groote aantrekkelijkheid was voor vele bezoekers wel het bevolkte observatiekastje, waarvan men maar de gordijntjes op zij te schuiven had, om de bijen op de raten te zien heen en weer loopen; het publiek verdrong zich voor die kast en vond het, geloof ik, erg secuur, dat de beestjes er niet uit konden.

De tweede zaal was voornamelijk ingenomen door bijenwoningen, te beginnen met den zeer ouden strookorf, de latere dikwandige met spongat, de Gravenhorster, als overgang van vasten op lossen bouw. Verder de kasten — de W.B.C., de Simplex, Beil's reiskast enz., en de tot nog toe minder bekende O.B. kast, die voornamelijk voor reiskast is ingericht en die door degenen, die er reeds eenige jaren mee werken, ten zeerste wordt geroemd.

Behalve bijenwoningen was in deze zaal ook eene mooie verzameling boekwerken en tijdschriften op het gebied van bijenteelt te bezichtigen. Men trof er de meest bekende Duitsche, Fransche en Engelsche werken aan, maar het meest noemenswaard acht ik er twee, n.l. een zeer oud werkje van den blinden bijenteler en bijenvriend François Huber, met het jaartal 1772, keurig gebonden in rood leer met vergulde randen en het zeer nieuwe werk met het jaartal 1916 “De wonderen van het bijenvolk”, door Dr. Ootmar. Het boek ziet er voor een imker zeer begeerenswaard uit.

De bevolkte bijenwoningen vonden in den tuin een plaatsje er waren twee inzendingen korven, waaronder zeer goede, eenige kasten, voornamelijk het O.B. systeem en een paar observatiekasten.

Ziehier een klein verslag van de tentoonstelling, die ik 19 Sept. het voorrecht had een dag bij te wonen en die zeker de vier dagen, dat ze gehouden werd, aan vele bezoekers aangename en leerrijke uren zal hebben bezorgd. Waarlijk, zulke tentoonstellingen kunnen niet anders dan de bijenteelt ten zeerste bevorderen.
Lochem.
M.G. S.


Door de jury, bestaande uit mej. M.C. Sanders te Lochem de heeren P. Teunissen te Amsterdam en J. Pannekoek te Eerbeek, werden de volgende prijzen toegekend: voor het beste volk in lossen bouw Dr. Ootmar in O.B. kast 1ste prijs; S. Broekhuyzen te Leiden 2de prijs; A.F.P. Onderwater 3de prijs.
Voor het beste volk in vasten bouw: 1ste prijs Muller; 2de prijs Onderwater; 3de prijs Muller.
Voor de beste waarnemingskast: 1ste prijs Heenk en Wefers Bettink; 2de prijs Muller.
Voor de doelmatigste woning voor lossen bouw: 1ste piijs Wefers Bettink en 2de prijs Marseille.
Voor de doelmatigste woning voor vasten bouw: 1ste prijs Heenk en Wefers Bettink; voor de doelmatigste zwermverpakking: Heenk en Wefers Bettink; voor den besten raathoning: 2de prijs Muller (1ste prijs niet toegekend). Voor den besten slingerhoning: 1ste prijs Marseille, 2de prijs Onderwater; 3de prijs Tousset, Bennebroek
Voor de beste bijenwas: firma Vet, Zaandam; voor de beste kunstraat voor walsvorm: firma Wefers Bettink; voor persvorm: Marseille.
Voor het doelmatigste honingglas: 1ste prijs A.F.P. Onderwater; voor de doelmatigste verpakking: 1ste prijs A.F.P. Onderwater; voor den besten honingslinger: Heenk Wefers Bettink; volledigste verzameling doelmatigste werktuigen voor lossen bouw: firma Heenk Wefers Bettink 1ste prijs; voor vasten bouw, idem.

Voorts werden bekroond:
Voor de doelmatigste verbetering van werktuigen: Marseille, met een waspers; voor verzameling van boekwerken in Ned. taal over het bijenleven: firma Erven Loosjes; voor verzameling honinggevende bloemen en planten: de gem. Haarlem (afd. Hout en Plantsoenen), firma Engelenberg en de afd. Haarlem Bijenteelt en P. IJsendraat; en voor eene verzameling vijanden van de bijen: de afd. Haarlem van Bijenteelt.
De prijzen bestaan uit verguld-zilveren, zilveren en bronzen medailles.
Om 2 uur werd de tentoonstelling officieel geopend.