Maart - April.
Zooals uit de officiëele berichten kan blijken, is op 24 April de algemeene vergadering uitgeschreven. We spreken den wensch uit, dat we die algemeene vergadering in opgewekten zin zullen kunnen houden. Vooral in deze onzekere dagen vol groot gebeuren is op de toekomst zoo weinig te rekenen. Ons H. B. heeft er gelukkig den moed niet uit. Het houdt de hand zichtbaar aan 't roer en is tijdig met zijn voorstellen gereed.
Dit Maandschrift bevat nu op tijd de agenda der algemeene vergadering en in iedere afdeeling, waar men niet ingedoezeld is, kan men de zaken nu vooraf bespreken en de afgevaardigden hun indrukken en besluiten op de algemeene vergadering overbrengen.
En de agenda is waarlijk rijk genoeg en de moeite wel waard om goed overwogen te worden.
De een zal 't eene, de ander een ander punt belangrijker achten.
Voor mij is punt 10, de oprichting van een inlichtingsdienst voor den Handel van 't meeste belang. Tot nog toe is daarover veel gesproken. De eerste proeve „de Handelskamer" is een mislukking geweest. Mijns inziens door twee fouten, ten eerste, doordat de H.K. een afzonderlijk lichaam vormde en in de tweede plaats, doordat er gratis zou worden gewerkt. Dit zal nu worden vermeden. Maar laat men vooral de waarde van 't laatste punt niet geringschatten en nu geen benepenheid toonen.
Wanneer er een goed georganiseerde honighandel komt, dan worden de voordeden voor den ijmker verdubbeld. We behoeven toch maar even naar links of rechts te kijken om dat te zien. Die vereenigingen, waar de verkoop der producten is geregeld, bloeien. De tuinbouw door zijn veilingswezen, de pluimveeteelt om haar uitvoer.
Dienzelfden weg moeten wij ook op met onze ijmkers-artikelen. Dit jaar is het voldoende gebleken, dat de enkeling ver achteraan komt. Hoe grooter de organisatie was, des te beter prijzen werden behaald. Niet alleen moeten de gelden worden toegestaan voor de inrichting van deze inlichtingsdienst voor den handel, maar er moet meer worden geboden, dan zal hieruit kunnen groeien, waaraan onze vereeniging reeds lang behoefte heeft.
We willen over de behandeling der agenda overigens niet vooruitloopen, maar dit moest ons wel van 't hart, omdat het zoo zwaar weegt en wij de overtuiging hebben, dat onze organisatie door een goed ingerichte afdeeling handel tot hoogeren bloei kan komen.
Moeten we dit jaar veel aan de bijenteelt doen of 't maar zoo'n beetje op zijn beloop laten en op goed geluk werken? Het is onze ijmkersplicht dit jaar te trachten uit de bijenteelt te halen, wat er uit te halen is.
Verhoogde activiteit is ons geboden. De bestuurs- en algemeene vergaderingen der afdeelingen zijn verplicht er over na te denken en te bespreken, wat er gedaan kan worden, om dit jaar zooveel mogelijk honig te winnen. Eén van de middelen, waardoor dit 't meest kan worden verkregen, is het reizen. Zooveel als 't kan moet georganiseerd worden om te reizen. Het is dit jaar een zeer goede gelegenheid om daarop nog eens weer te wijzen bij de directie's der Spoorwegen. Maar al staan de ijmkers voor 't reizen moeilijkheden in den weg, dan moeten deze worden overwonnen. De ijmkers, die geregeld reizen, behalen nog de meeste voordeelen. De suikervoedering is slechts een surrogaat op 't reizen. D.w.z. suikervoedering is goed, maar reizen is veel beter.
Wat gaat er nog een massa honig verloren, doordat er onvoldoende wordt gereisd. Wat is de bijenteelt toch eigenlijk een mooi vak! Ze haalt zonder iets te nemen en brengt nog bovendien voordeelen aan, die in de werkelijkheid zeer groot zijn.
Ziedaar een bloeiend landschap met bessen. De bloemen willen nectar leveren. Dien nectar hebben ze toch over. Waarom komen de bijen niet om ze te verzamelen en er honig uit te bereiden, bovendien nog de bevruchting der bloemen bevorderende en zoo schooner en meer vrucht opleverende!
Een veld met koolzaad, waarom hoort men er niet het blijde gegons der bijen? Wat gaat er nog een massa nectar verloren. De oogst staat gereed, de oogsters ontbreken, hoe is 't mogelijk!
Dit jaar moeten wij ijmkers actief zijn, we hopen, dat 't niet noodig is, maar we moeten er op rekenen, dat wij de voedselvoorraad voor ons land mede helpen omhoog voeren. We kunnen dat ook wel doen uit financieel oogpunt. Voor de hand ligt het, dat dit jaar de honig- en wasprijzen hoog zullen zijn, omdat op invoer van buiten weinig valt te rekenen. Daarom moeten wij, ijmkers, dit jaar zooveel mogelijk ons best doen en de besturen moeten er op uit zijn, daarbij zoo goed mogelijk de leden behulpzaam te wezen.
H. Stienstra.