De Honigpers.

Daar er voortdurend vragen bij mij inkomen over het koopen of maken van een honigpers, wil ik het beproeven van de oude, antieke, maar nog steeds in eere gebleven honigpers een denkbeeld te geven, zoo, dat deze naar de hier volgende gegevens kan worden samengesteld.
De beschrijving ontving ik van mijn ouden en besten ijmkervriend, den heer Albert Hartkamp, één der weinige ijmkers, die de honigpers in al zijn deelen kent en heel wat duizenden kilo's honig er mee perste. Het is de vraag, in hoeverre de oude honigpers door een nieuwere, betere inrichting moet worden vervangen. Zoolang dit vraagstuk niet is opgelost, moet deze pers, die 't werk behoorlijk goed kan doen, mits een persoon, die 't werk kent, de pers hanteert, in eere blijven.

Zonder een teekening wisten we niet, hoe bij mogelijkheid van dit onmisbare werktuig een voorstelling te geven. Bij uitzondering geven we daarom ditmaal in 't Maandschrift een penteekening bij den tekst.
De heer Hartkamp schrijft ongeveer als volgt:
Laten wij de hierbij geteekende honigpersstukken eens in elkander zetten.

Eerst nemen we de beide pooten, die van 83 c.M. hoog, plaatsen wij bij de schroef, iets schuin, dan staat de pers meer in de kracht, die van 75 c.M. bij den mond, met een tusschenruimte op den vloer van 78 en van boven 68 c.M.
In het midden kunnen wij er nog een stel pooten onderbrengen, wat minder dan 83 en wat meer dan 75, om de afhelling te behouden. Op 35 c.M. van bovenaf van deze pooten hebben wij een zware lat (balk) bevestigd, om de pooten met elkander te verbinden, en secuur in elkander te zetten, lang 39 c.M. Op den vloer kunnen wij ze ook nog aan elkander hechten, wij moeten dat onderstel sterk maken. In onze verbeelding staan nu de pooten daar.

Nu nemen wij het zware onderstuk, lang 136, breed 29 en 10 c.M. dik, en leggen dat tusschen de pooten, zoodanig, dat de schuinte van dit onderstuk komt te liggen bij de pooten van 75 c.M., alweer om de afhelling te behouden. Op het eene einde van dit onderstuk slaan wij 2 zware krammen, zie even naar a, met een langwerpig rond uitgezaagd stuk (zie b), noodzakelijk voor de schroef. Door deze krammen moet een zware bout gestoken worden, om later de schroef vast te houden.
Wij hebben dat onderstuk zoo gelegd, dat er aan weerskanten der pooten 5 c.M. ruimte overblijft. Nu nemen wij rechter en linker zijstuk. Deze laten wij zakken, tusschen de pooten en het onderstuk. Deze zijstukken zijn van boven 98 c.M. lang en beneden 124 c.M. bij een dikte van 5 c.M. Deze zijstukken rusten meteen op de zware latten (balken), welke de pooten aan elkaar verbinden.

Maar nu moeten wij dat zaakje vast en sterk maken. Wij beslaan eerst de beide zijstukken met zwaar ijzer bij den mond, zie d, nu nemen wij op 100 c.M. lengte vanaf den mond een zwaar stuk hout, lengte 29 c.M., met een breedte en dikte van 7 c.M., zie e, waarop door de gaten in de zijstukken, zie even f, een zware ijzeren bout ter dikte van een zwaren wandelstok, lengte 30 c.M., met zwaren knop, en aan de buitenkant een splits gestoken wordt, zie even g. Nu nemen wij den muilband, ter dikte en breedte van een wagenhoepel, deze komt bij den mond onder het onderstuk, wordt bevestigd langs de zijstukken, bij den mond. Is aan den buitenkant voorzien van een zware bout als een harkestok, met knop en aan den buitenkant een splits, om dien muilband vast te zetten, zie h. Daar moet de pers zeer sterk zijn, want daar komt het met den hefboom juist op aan.

Zijn de pooten, het onderstuk, de zijstukken, zuiver dicht gespijkerd, de bouten aangebracht, en van splits voorzien, dan hebben wij den binnenbak gereed. Deze is 100 c.M. lang en 29 c.M. breed. Nu nemen wij den mond. Het onderstuk van den mond is geteekend aan het onderstuk van de pers. De lengte van den mond is 25 c.M., met schuin of rond toeloopende zijden, ter hoogte van 12 c.M. Deze zijstukjes worden vastgemaakt aan de rechter en linker zijstukken, deze lengte wordt ongeveer 31 c.M.

Nu nemen wij het deksel, lang 145 c.M. en breed 29 c.M. ter dikte van 14 c.M. Bij den mond van het deksel zijn 2 krammen, zie i, met oogen om den dikken bout er door te doen, zie n. Aan deze beide krammen zijn twee zware stiften, van 14 c.M. lengte, om ze door het deksel te steken en aan den onderkant met moeren aan te draaien, ten einde dat alles hecht en sterk te maken. Op het andere einde van het deksel is een langwerpig rond uitgezaagd stuk voor de schroef, zie even k. Op het rechter en linker zijstuk hebben wij nog een paar hoornen, om er een stukje hout tegen te leggen, waarop het deksel kan rusten, bij het omkeeren van den perszak, zie l.

Nu moeten wij nog hebben een zeef, om die in den bak van 100 c.M. lengte, 29 c.M. breedte en 25 c.M. hoogte te leggen, waarop de perszak met honig komt te liggen.
De zeef (m) bestaat uit 3 zware latten, lengte 60 c.M., waarop de planken van 28 c.M. dwars gespijkerd worden. De planken zijn voorzien van gaatjes, waardoor de honig kan sijpelen en langs den onderkant kan vloeien, naar den mond.
Mij dunkt, nu moeten wij maar honig nemen, dien in den perszak en onder het deksel leggen. We nemen de schroef van 84 c.M. lengte, steken den zwaren bout door de beide krammen van het onderstuk, zie a en k. De schroef met moer komt in k van het deksel, wij draaien de moer maar aan en de honig begint te vloeien.
Later zullen we nog wel eens aangeven hoe er met de pers honig en was wordt geperst.

H. Stienstra.