VRAAGBAAK.


Antw. vraag 8. Over 't lawaai maken bij zwermen. Dit lawaai maken kan gerust achterwege blijven. Zelf heb ik 't liefst, als de bijen zwermen, dat er zoo weinig mogelijk onrust in de buurt is, omdat ik bij ondervinding heb, als meerdere menschen aanwezig zijn tijdens het zwermen, dat de onrust der aanwezigen op den zwerm overgaat en deze minder spoedig zich zet.
Het lawaai maken is van vroegere toestanden overgebleven. Het slaan op zeisen had ten doel het aan de omgeving kenbaar te maken, dat iemand een zwerm had, en dat die zwerm dus het eigendom was van den man, die dat lawaai voortbracht.
Anderzijds stond het ook in verband met bijgeloof, zoodat allerlei spreuken tijdens het zwermen werden opgezegd om daarmede den zwerm tot rust te krijgen.

Zoo bestaat de spreuk :
„Bijenmoeder sta !
„En maak honig en was,
„Waar Maria haar kind mee genas".


Wat algemeen wordt aangenomen als een middel om een zwerm, die er van door wil gaan dit te beletten, is het besproeien met water of het gooien met zand. Mijn ondervinding van 't laatste is dat men daarmede voorzichtig moet zijn, omdat het gooien met zand tengevolge kan hebben, dat de zwerm zich verheft en er van door gaat.


Vraag 9. Zooals ook u mogelijk bekend is, is het in den nazomer van 1916 voorgekomen, dat de bijen op sommige heidevelden in Drenthe kolossaal veel gewin hadden, op andere plaatsen heelemaal niets. Redenen waren: opeenhooping van volken. Zou zulks in het vervolg niet te voorkomen zijn? (1)

Zou men in de allereerste plaats geen lijst in het Maandschrift kunnen publiceeren, van 't aantal volken dat voldoend gewin kan maken op een H.A. boomgaard, frambozen, kruisbessen, koolzaad, mosterd, karwij, radijs, heide enz., zoowel voor vasten als lossen bouw. (2)

Zou het verder niet mogelijk zijn een organisatie te bedenken, waardoor iedere afd. min of meer de plaats werd medegedeeld, waar de bijen met meeste kans op voordeel zouden geplaatst kunnen worden. (3)

De winst zou er enorm door worden vergroot. Zoo mogelijk zouden wij deze zaak gaarne op de algemeene vergadering ter sprake zien gebracht en nog wel vóór punt 10 of in verband daarmede over den inlichtingsdienst. (4)

Antwoord 1. Bij vol gewin wordt aangenomen, dat de bijen een cirkel bevliegen met een middellijn van 4 K.M., dus een straal van 2 K.M. Bij slecht gewin gaan ze zeker wel verder, maar de afstand wordt dan te groot om te kunnen rekenen op een rijken oogst. Aangenomen dat de bij zich niet verder dan 2 K.M. van den stand moet verwijderen om een flinken oogst te kunnen hebben, dan kan men berekenen, dat het oppervlak dat bevlogen wordt de grootte heeft van ruim 1256 H.A. (2 x 2 x 3.14 x 100 H.A.) Stel nu dat er 125 volken bijeen staan, dan heeft ieder volk de beschikking over 1 H.A. Verder aangenomen, dat ieder volk 10,000 vliegbijen heeft, dan beschikt elke bij over 10 M2 honigweide.
Voor boomgaarden wordt de berekening natuurlijk wat anders, omdat 1 H.A. boomgaard een veel grooter oppervlak heeft, wegens den bolvorm der kronen en in den bol zelve zijn ook bloemen.

Nemen we nu de heide, waar de vraag over gaat, dan moeten we besluiten dat 't verkeerd is meer dan 100 volken bijeen te zetten. Zoolang er heide genoeg is kunnen we wel zeggen is 't beter niet meer dan 50 volken bijeen te zetten en 4 K.M. verderop weer 50 volken. Zeker zou dit systeem beter zijn, dan 't plaatsen van honderden volken bijeen. In Amerika is hiermede reeds lang rekening gehouden. Er zijn daar ijmkers, die wel een 1000-tal volken bezitten, deze plaatst men niet bijeen, maar op afstanden van ongeveer 4 K.M., telkens ± 100 volken bijeen. Waar nu het gewin in Amerika zekerder is, door vaster weer, mogen wij dit aantal wel terugvoeren op 50 volken.

Hoeveel volken nu met voordeel kunnen geplaatst worden bij minder aaneengesloten terreinen met drachtplanten als de heide, bijv. op 1 H.A. boomgaard geïsoleerd gelegen is mij niet bekend. De ondervinding, die ik heb met volken, die profiteeren kunnen van een boomgaard, appels en peren op zandgrond, doen mij vermoeden, dat een 10-tal volken per H.A. op geïsoleerd gelegen boomgaard genoeg is.

2. Van de dracht op frambozen en kruisbessen heb ik te weinig ondervinding om juist te zeggen hoeveel volken per H.A. bij een aaneengesloten gebied van deze gewassen met voordeel kunnen geplaatst worden.
Ons afwisselend klimaat is bovendien zoo, dat de bijen het gewin soms in enkele dagen moeten halen en daarom, hoe meer verdeeling, des te beter. Gaarne geven we over dit belangrijke onderwerp anderen het woord.

3. Zeker is daarvoor een organisatie te vinden, als de belanghebbenden maar overtuigd zijn van de belangrijkheid dezer kwestie en bijeenkomen om de zaak te bespreken. Men moet zulks niet laten aankomen op anderen, maar zelf het initiatief daartoe nemen, zelf aanpakken. Bovendien is de leeraar er, die u gaarne in deze leiding geeft.

4. Daarvoor is de weg, dat uw afdeelingsbestuur zich wendt, tot het H.B. over den algemeenen Secr., den heer W.A. van Os te Apeldoorn, en bovendien kan de afgevaardigde uwer afdeeling, die zaak ter sprake brengen.


Vraag 10. Beleefd verzoeken wij u eens te willen nagaan of de formaliteiten tot het vervoeren van bijenvolken bij nacht in de richting der grens vereenvoudigd kunnen worden.
Zoo niet, zou u dan uwen lezers willen inlichten hoe precies gehandeld dient te worden. Het vorige jaar hebben velen er zooveel mee gesukkeld, dat hun volken of niet of veel te laat de heide bereikten, waardoor gewin uit bleef.

Antw. Ik schreef hierover den Inspecteur v. S. S. te Groningen, maar ontving tot heden geen antwoord.


Vraag 11. Deze vraag betreft 't verkrijgen eener lezing te Winschoten.

Antw. Wil u een lezing te Winschoten hebben, dat moet u uw afdeelingsbestuur verzoeken, dat dit een lezing daar ter plaatse bij 't H.B. aanvraagt. Zeker zal er dan wel voor gezorgd worden dat aan uw verlangen wordt voldaan.

Vraag 12. Welke zijn de voorwaarden per spoor en per tram voor 't vervoeren van bijenvolken bij nacht.Van belang zou ‘t zijn als de prijs per korf en niet per gewicht werd bepaald. Vorig jaar moesten we één keer per gewicht, gelukkig bij taxatie, een andere keer per korf betalen.
Zou het niet bevorderd kunnen worden, dat tusschen de stations, ter plaatse waar zulks gewenscht is, werd uit- en ingeladen?

Zie antw. vraag 10.