Hoeveel pershoning en was komt er uit 1000 K.G ruwen honig?

Dit is een vraag van 't grootste belang. Red. zou gaarne willen, dat hierover meerderen hun ondervindingen zouden willen mededeelen.

Hier volgen uitkomsten uit enkele gegevens, waarover Red. beschikt:

Zooals men kan zien loopen de uitkomsten nogal uiteen. Persafval en zoet water leggen weinig gewicht in de schaal, ofschoon ze niet zijn te verwaarloozen. Houden we ons daarom alleen met het eerste bezig.

Het zal bekend zijn dat snel afwerken de beste uitkomsten oplevert. Als de honig pas uit den korf komt is ze het meest geschikt te worden uitgeperst.
Naarmate ze langer uit den korf is, gaat ze minder goed uit den gestampten honig. Dit voorjaar werd mij nog gevraagd, wat te doen om honig, die niet wilde vloeien tijdens 't persen aan 't loopen te krijgen. Voorwarmen is daarvoor, naar mij bekend is, 't eenige middel. Daarmede gaat veel van 't aroma verloren, en dat is voor honig geen gering verlies te schatten.

Zóó uit den korf en geperst, vloeit ze het best. Ze vloeit dan wel zoo, dat men vooraf lekhonig kan winnen, om daarna de rest te persen.
Lekhonig is evengoed, zoo niet beter, dan slingerhonig. Evenals slingerhonig is ze doorzichtig, wat met pershonig niet 't geval is, tenzij afkomstig van jong werk zonder stuifmeel.

De hoeveelheid honig, die uitgeperst wordt is verder afhankelijk van de verhouding, waarin de ruwe massa droog werk en vet werk voorkomt. In jaren met rijke dracht is 't percent pers groot, in jaren met slechte dracht klein.

De hoeveelheid was, regelt zich vooral naar den toestand, waarin de volken verkeerden, waaruit de ruwe massa afkomstig is. Veel jong werk, geeft een rijke wasmassa, veel oud werk een klein percent daarvan. Is de honig vet en zijn overigens de omstandigheden gelijk, dan is 't wasprocent kleiner, dan wanneer de honig niet vet is.

Op betrekkelijk kleine hoeveelheden, als die om de 1000 K.G. loopt, kan dit tamelijk groote schommelingen geven. Bij zeer groote partijen als van 10000 K.G. en meer zullen de schommelingen minder groot zijn, vooral wanneer de honig uit verschillende deelen des lands is betrokken, omdat 't jaarlijks voorkomt, dat de dracht ongelijk is.

Alles samengenomen meen ik dat 1000 KG. ruwe honig d.w.z. honig uit korven en kasten in vaten gestampt en daarna op pershonig verwerkt, gemiddeld 750 K.G. pershonig en 60 K.G. was zal opleveren.
De persafval moet niet worden verwaarloosd. Er zijn tegenwoordig inrichtingen in ons land, waar uit dezen persafval nog aanwezige was wordt geëxtraheerd, d.i. door oplosmiddelen, verwarming en centrifugeeren wordt verwijderd.

Het zoet water, dat verder nog verkregen wordt, door de geperste massa in water uit te trekken alvorens tot 't persen op was over te gaan, schijnt ook nog waarde te hebben. Wij verkochten die wel onder den naam van zoete mee, maar deze vond steeds weinig aftrek.

Telt men alles samen, dan komt men niet tot de 1000 K.G. terug, waarvan men uitging, terwijl dit theoretisch wel 't geval zou moeten zijn. Wanneer we deze cijfers zoo nagaan, dan ligt 't vermoeden voor de hand, dat een perserij zeer in 't groot gedreven grooter percenten uit de ruwe massa zou weten te halen, dan zulks in 't klein plaats heeft.
De werktuigen, die gebruikt worden, zouden weldra voor meer volmaakte plaats maken, denk o.a. maar aan de extractiewerktuigen zooeven genoemd.

Een ander vraagstuk is hoeveel arbeidsloon moet worden uitgekeerd voor 't verwerken van 1000 K.G. ruwen honig. Dit vraagstuk wordt vooral beheerscht door de hoeveelheid die verwerkt moet worden.

We moeten hierbij letten op de vooraf te verrichten werkzaamheden eener kleine zeemerij. Als die zijn: het in ontvangst nemen, afwegen en sorteeren van den aangevoerden honig, wat uit den aard der zaak veel tijd in beslag neemt. Het in orde brengen van 't perslocaal en 't weer alles terugbrengen in den ouden toestand. Het afwegen van den uitgepersten honig, het verzamelen van dien honig in glazen, blikken en vaten, het vormen der wasbrooden, het afkrabben der wasaarde, het inpakken van ‘t persafval, het maken en uitlekken van zoetwater enz.
In de tweede plaats het persen op honig.
In de derde plaats het persen op was.

We kunnen dus de werkzaamheden in drie groote deelen onderscheiden, n.l. het persen op honig, het persen op was en overige werkzaamheden,
Wanneer het nu kleinere hoeveelheden betreft, bijv. tot pl.m. 2000 K.G. mag wel gerekend worden dat 't verwerken van 1000 K.G. op ongeveer f 40.-- komt. Indien daarentegen de hoeveelheden grooter worden, zal heel wat voordeeliger kunnen worden gewerkt en stel ik mij voor, dat hoeveelheden van 10000 K.G. en meer aan verwerking per 1000 K.G. omstreeks f 30.-- zullen kosten.

Hierbij is dus geen rekening gehouden met:
a. kosten der administratie,
b. locaalhuur,
c. verbruik aan brandstoffen,
d. persdoeken,
e. verzekering tegen brandschade enz.

De hoeveelheid, die per dag kan worden verwerkt. Ook dit is zeer afhankelijk van de hoeveelheid. Hoe grooter de hoeveelheid, des te meer er dagelijks kan worden afgedaan als eenmaal alles aan 't loopen is.
Twee personen, één deskundige met een halfwas kunnen voor 't persen op honig desnoods drie persen bedienen. Stel echter dat ze met twee persen werken, dan zal bij gewonen arbeidsdag de hoeveelheid, die geperst wordt op ongeveer 500 K.G. zijn te schatten. Beweerd wordt, dat aanwezigheid van kunstraat het persen bemoeilijkt.

Bij deze dingen moet men niet vergelijken, wat iemand kan doen, die voor zich zelf werkt. In de eerste plaats houdt zoo iemand gewoonlijk geen rekening met den tijd, dien hij aan zijn werk besteedt. Ook houdt hij daarvan meestal geen aanteekening en zoo weet hij eigenlijk zelf niet wat hij aan zijn werk verdient, als dit in uurloon zal worden aangegeven.

Hoe het ook zij, het zal de redactie zeer aangenaam zijn, indien op dit schrijven critiek volgt. Het is er om te doen in dezen licht te verschaffen. De Redactie ontstak dit licht voor zooverre zij over deze zaak een oordeel bezit. Ze wil nu gaarne hooren, hoe anderen hierover denken, die in dezen de noodige ondervindig bezitten.

H. Stienstra.