Honingdistributie.

(Van de Dir.)
De opbrengst van de Honingdistributie is tengevolge van het slechte weer in Augustus zeer tegengevallen. Volgens mededeelingen van deskundigen kan deze oogst in zeer goede jaren 1.5 à 2 miljoen K.G. bedragen. Indien dit juist is, is 1917 al een zeer slecht jaar geweest.

Het begin van den zomer was zeer gunstig en over den oogst aan slingerhoning van boekweit, klaver, enz. valt ook niet te klagen.
De oogst van den heidehoning is echter vrijwel als mislukt te beschouwen. Bij het onderzoek door de controleurs is gebleken, dat van een zeer groot aantal bijenhouders geen honing kon worden gevorderd; velen hadden zelfs niet eens de toegestane 2½ K.G. voerhoning per opzetter. Aan de 53 zeemerijen, aan welke door ons een gebied was toegewezen, zijn tenslotte door 4068 bijenhouders afgeleverd slechts 226.188 K.G. ruwe honing. Hiervan is pl.m. 75% geperste honing verkregen, die thans reeds grootendeels onder de diverse Koekfabrikanten en Bakkers is verdeeld. Van de aanvragen der verbruikers kon niet meer dan ca. 8% worden toegestaan.
De opbrengst aan was, is zooals te verwachten was hooger geweest dan in normale jaren. Bedraagt deze gewoonlijk niet meer dan 5 à 6% van den ruwen honing, dit jaar zijn ons gevallen bekend, dat de wasopbrengst 10 à 12% is geweest. Hierdoor kan wel als vaststaande worden aangenomen, dat de zeemerijen op de geringe hoeveelheid ruwen honing, die zij verkregen, een flinke winst hebben gemaakt.

Dat de bijenhouders van hun honing een goeden prijs hebben gekregen is ons uit mededeelingen van verschillende zijden o.a. ook in dit Maandschrift gebleken.
____________________